De gemeente Utrecht heeft geen goed onderzoek gedaan in de rechtszaak over de nachtelijke openingstijden met ondernemers aan de Amsterdamsestraatweg. De ondernemers moesten ‘s nachts eerder sluiten vanwege overlast en stapten na een uitspraak van de rechter naar de Raad van State. Die bepaalde dat het onderzoek van de gemeente beter gemotiveerd moet worden.

Burgemeester Jan van Zanen constateerde in 2016 dat in het middenstuk van de Amsterdamsestraatweg (tussen de Acaciastraat en de tunnel onder het spoor) te veel overlast was.

Dat zou vooral komen doordat de bedrijven in de nachtelijke uren veel bezoekers trekken en daarmee een aantrekkende werking hebben op overlastgevers. Dat zou ook blijken uit de analyse van klachten. De ondernemingen moesten daarom doordeweeks om 01.00 uur sluiten en in het weekend om 02.00 uur.

De rechter gaf de burgemeester eerder gelijk, maar de Raad van State is het daarmee oneens. Volgens de hoogste bestuursrechter zijn er klachten in het hele gebied meegenomen in de analyse.

Die cijfers zijn niet voldoende onderbouwd en daarom onbruikbaar. Die onderbouwing moet de burgemeester nu alsnog verzorgen. Tot die tijd moeten de ondernemers zich nog wel houden aan de aangepaste openingstijden.