Een Utrechtse verhuurder die twee huurders uit hun kamers wilde zetten, mag dat niet doen. Dat heeft de rechter woensdag in een kort geding bepaald.

De twee huurders hadden beiden een huurovereenkomst voor bepaalde tijd in hetzelfde pand. De verhuurder liet aan één van de huurders buiten de wettelijke termijn van één tot drie maanden weten dat die huurder de kamer moest verlaten.

De verhuurder verlengde de huurovereenkomst van de andere huurder in eerste instantie wel, maar liet de huurder later binnen de wettelijke termijn alsnog weten dat ze de huurovereenkomst wilde opzeggen.

Daarnaast lieten de huurders weten dat ze merkten dat de verhuurder en anderen hun kamers zonder toestemming binnenkomen. De badkamer zou daarbij vernield zijn en het internetmodem is volgens de huurders meegenomen. 

Huurders voelden zich niet veilig in kamers

De huurders lieten weten dat ze zich daarom niet veilig voelden op hun kamers en vroegen de rechtbank een verbod op het binnentreden van hun kamers op te leggen. Ook vroegen ze de rechtbank om een verbod op ontruiming en uithuiszetting door de verhuurder.

De rechter ging daarin mee. Hij bepaalde dat de verhuurder de huurders niet mag uitzetten en ontruimen, omdat de verhuurder beide huurders niet binnen de wettelijke termijn heeft laten weten dat de huurovereenkomst na afloop van de bepaalde tijd eindigt. Zet ze de huurders wel uit hun kamers, dan moet ze een dwangsom van 20.000 euro betalen.

Ook bepaalde de rechter dat de verhuurder niet zomaar de kamers in mag, zonder dat ze dat minimaal 48 uur van te voren laat weten. Doet ze dat wel, dan moet ze tweeduizend euro betalen.

In beide gevallen is de huurovereenkomst daarom omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd, die alleen met een dringende reden kan worden opgezegd.