De gemeente Utrecht gaat voor de derde keer brieven versturen naar erfpachters nadat er in de eerste en tweede brief fouten stonden. Omdat het de gemeente in de twee eerdere brieven niet gelukt is om foutloos te werken, is er een extern bureau ingehuurd om de derde reeks brieven te controleren.
 

De gemeente Utrecht heeft begin april per brief een aanbod gedaan aan ruim 2.800 erfpachters voor de afkoop van hun erfpachtcontract, als onderdeel van de 'Conversieregeling Erfpacht 2017'. Het bleek echter dat er gerekend was met foute WOZ-waardes.

De gemeente besloot daarom een nieuwe reeks brieven te versturen. De fout kostte zo’n 30.000 euro. Na de tweede brief trok Platform Erfpacht Utrecht aan de bel, er zouden opnieuw fouten in de brieven staan. De gemeente Utrecht laat nu weten dat er een derde ronde van brieven komt omdat er inderdaad weer dingen mis zijn gegaan. 

Deze keer is er iets misgegaan met de datumnotering, maar de gemeente benadrukt dat de berekening wel klopt. "Desalniettemin besef ik ten volle dat juist nu we het vertrouwen bij erfpachters proberen te herstellen, onduidelijkheid over de datum niet had mogen plaatsvinden", aldus wethouder Kees Geldof in een brief aan de gemeenteraad.

Vragen

Ook waren er vanuit de erfpachters vragen over jaarlijkse 11,34 administratiekosten die bij sommige mensen wel in de eerste brief werden vermeld, maar niet in de tweede brief. De gemeente laat nu weten dat dit komt doordat deze jaarlijkse kosten geen invloed hebben op de afkoopsom van de erfpacht. Maar de gemeente zegt ook dat het duidelijker was geweest als ze dit had uitgelegd in de tweede brief. 

De gemeente gaat vanwege deze onduidelijkheden voor de derde keer een brief sturen. Omdat het de eerste twee keer mis is gegaan heeft de gemeente nu het bedrijf Deloitte gevraagd om via een steekproef de derde zending van brieven te controleren.

"We doen er alles aan om de erfpachters zo snel mogelijk duidelijkheid te geven en ik ben en blijf, met u, van mening dat dit uiteraard direct goed had gemoeten", besluit wethouder Geldof zijn brief.