Uit cijfers van de politie blijkt dat de Utrechtse agenten vorig jaar  het snelste ter plaatse zijn van alle vier de grote steden. De doelstelling om bij spoed binnen een kwartier ter plaatse te zijn, is in 94 procent van de gevallen gehaald. 

De Domstad wordt gevolgd door Den Haag. Amsterdam en Rotterdam voldoen nog niet aan de doelstelling. 

De cijfers van vorig jaar laten een lichte verbetering ten opzichte van 2016, toen de politie bij 93 procent van de gevallen binnen de gewenste tijd ter plaatse was.

De politie streeft ernaar om de cijfers medio 2018 maandelijks bekend te maken.

Dunbevolkte gebieden

De politie was vorig jaar bij gemiddeld 85 procent van de spoedmeldingen binnen een kwartier ter plekke. Dat is iets beter dan het jaar daarvoor, maar nog onder het eigen streven van de politie om in 90 procent van de meldingen binnen vijftien minuten aanwezig te zijn.

Meestal is de politie na een noodmelding ter plekke tussen de drie en tien minuten. Maar in dunbevolkte gebieden loopt de aanrijdtijd vaak op tot boven het kwartier. De politie is daarom bezig met een betere afstemming tussen meldkamer en politie-eenheden op straat. De meldkamer kan dan bijvoorbeeld in de gaten houden waar surveillancewagens rijden en de dichtstbijzijnde collega naar de melding sturen.

De streefwaarde van 90 procent heeft de politie zichzelf opgelegd. In 2016 lukte het de politie om bij 84 procent van de spoedmeldingen binnen een kwartier ter plekke te zijn.