De capaciteit van het aantal politieagenten neemt af en de werkdruk neemt toe. De Utrechtse burgemeester Jan van Zanen is bezorgd over deze ontwikkeling.

Dat schrijft van Zanen dinsdag in een brief aan de gemeenteraad.

Aanleiding van de brief is het vertrek van veertien agenten uit de Utrechtse wijk Overvecht. De burgemeester stelde een onderzoek in naar wat het vertrek van de agenten voor gevolgen heeft voor andere partijen in de wijk.

Ook heeft van Zanen toegezegd met maatregelen te komen om het vertrek van de agenten op te kunnen opvangen.

Landelijke ontwikkeling

Als verklaring voor de druk op de politiecapaciteit noemt van Zanen onder andere polarisatie in de samenleving en radicalisering. Door aanhoudende terrorismedreiging worden extra agenten ingezet op het Centraal Station in Utrecht en op grote openbare evenementen.  

De burgemeester zie een landelijke ontwikkeling. “Over het geheel genomen heeft de politie in de stad Utrecht, evenals in de eenheden Rotterdam en Amsterdam, steeds meer moeite om alle noodhulpdiensten rond te krijgen”, schrijft hij.

Wijkgerichte aanpak

Van Zanen vindt een 'wijkgerichte aanpak' noodzakelijk om problemen het hoofd te kunnen bieden. Omdat wijkagenten steeds vaker worden ingezet om bijvoorbeeld meldingen af te handelen, zijn ze minder vaak aanwezig in hun eigen wijk. "Het vertrek van de agenten wordt dus zeker gevoeld", aldus van Zanen.

De burgemeester schrijft in de brief dat op lokaal, regionaal en landelijk niveau gesprekken worden gevoerd over de capaciteit van het aantal agenten. Van Zanen meldt daarbij dat de gesprekken onverminderd voortgaan met het aanstaande kabinet.