Ze staart uit het raam van haar hoekwoning aan de Esther de Boer van Rijklaan in Rijnsweerd. Tineke Schouten heeft de hoop op een carrière opgegeven. Van haar achtste tot haar 28e heeft ze elke avond voor haar bedje aan ‘Onze lieve heertje’ gevraagd of hij haar wilde laten doorbreken als zangeres.

Het heeft geen ene moer geholpen. Oké, ze won op haar zeventiende een talentenjacht, maar doorgaans werd ze bij zulke wedstrijden goede tweede. Van een langspeelplaat met mooie, zoetgevooisde liedjes werden er slechts zestien verkocht. Tineke had na de MMS het idee gehad om in vijf jaar tijd beroemd te worden, voordat ze als huismoeder achter het fornuis zou belanden.

Maar vandaag zit ze aan de keukentafel mét foetus van vijf maanden in haar buik, zónder carrière. Met die dikke buik is ze meer dan gelukkig, want drie jaar eerder kreeg ze na vier maanden een miskraam. Een ambulance had haar halsoverkop naar het ziekenhuis gebracht. Het was gedoe en narigheid. Ze berust. Niet beroemd, maar wél zwanger, daar mag ze God toch ook wel voor bedanken.

Ach, ze heeft best mooie jaren gehad. Met stadscabaretier Hennie Oliemuller in het Schillertheater met die mooie hoge plafonds, waar ze zijn vrouw Anne-Marie Konincks moest vervangen en zo voor het eerst de switch maakte van muziek naar cabaret. En met Herman Berkien in het piepkleine Mirliton Theater op Hoog Catharijne, waar ze van de eigenaar leerde commerciëler te worden en na afloop van een voorstelling in volle sprint naar de parkeergarage snelde om zich van de junks te ontdoen. Er zaten drukke jaren op, waarin ze vijf volle dagen in de week werkte bij Hessing, die Amerikaanse auto’s verkocht als warme broodjes.

Utrechtse typetjes
Met de zeeën aan inspiratie die ze opdeed in het ‘normale leven’, kon ze in het Mirliton niet zo veel. Ze was er toch vooral de assistent van Berkien. Toen haar man Hans zeven ton aan guldens investeerde om van een fietsenkelder het Jacobi Theater te maken, kon Tineke op haar eigen bühne wél al haar ideeën kwijt. Maar ’t wilde niet vlotten en op een gegeven moment reageerden Hans en Tineke gelaten. “Weer niks verdiend, weer alle kaarten weggegeven.” Het leek een uitverkocht huis, maar ondertussen zat de helft er voor nop. Na een voorstelling zat het echtpaar met een paar man te klieren en te roddelen over het publiek. “Heb je die vent gezien, joh?” Waarop Tineke het ene na het andere Utrechtse typetje nadeed. “Dat zou je eens moeten doen!”, zei Hans. Het was wel vaker tegen Tineke gezegd. Maar aan Utrechtse typetjes had ze zich nooit gewaagd, omdat dat het domein was van haar leermeesters Oliemuller en Berkien.

Op deze zomermiddag in Rijnsweerd doet ze een poging, nu Hans en zij al hebben besloten de handdoek in de ring te gooien. Dag theater, dag investering. Tineke heeft een Utrechtse dame die beroemd wil worden in haar hoofd. Lenie uit de Takkestraat stuurt een bandje naar de platenmaatschappij. Tineke is halverwege, maar haar rijmelarij laat vandaag te wensen over en een rijmwoordenboek is nog niet voorhanden. Ze blijft steken bij ‘U mot maar eens luisteren, ‘t klinkt heel commercieel’. Wat rijmt er op commercieel? Steel, heel, keel! Ze beeldt zich aso-gezinnen in, moet ineens aan honden denken en schrijft: ‘Mijn buurman z’n bouvier springt hier telkens naar m’n keel’. En zo zit er opeens een bouvier in het lied, die ze Tarzan doopt. Tineke borduurt voort, maar heeft niet het idee dat ze goud in handen heeft. “Zo, weer een liedje geschreven, ’t zal wel weer niks worden.”

Haar gitarist en platenbaas hebben een heel ander gevoel en krijgen gelijk. Het liedje Doorbraak van Lenie uit de Takkestraat wordt ook Tinekes doorbraak. Het zijn de tijden van andere ‘accent-hits’ als Oh, oh Den Haag en Guus kom noar huus. Ineens doen al haar sketches het goed en zit het Jacobi Theater tjokvol. Ze creëert meer Utrechtse typetjes en tot in lengte van dagen zullen mensen Tineke juist daarmee associëren. Daar wordt ze wel eens moe van, want ze doet veel meer. Maar een succesnummer blijft een succesnummer. Ook na 35 jaar. In haar huidige show T-Splitsing zit er op aandringen van haar manager één Utrechtse karikatuur in. En wat blijkt: om Bep Lachebek wordt het hardst gelachen.