Suhayb Salam heeft in een video op Facebook gereageerd op de commotie rond de alFitrah moskee in Utrecht Overvecht, waar hij imam van is. Onlangs kwam in een onderzoek van het Verwey-Jonker instituut en in een artikel van het AD forse kritiek op de salafistische lesgeving op de moskee.

Naar aanleiding hiervan heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen burgemeester Jan van Zanen en Imam Salam.

Uit onderzoek van het Verwey-Jonker instituut, dat in opdracht van de gemeente Utrecht is gedaan, blijkt dat de normen die op de school van alFitrah worden aangehangen te afwijkend zijn met die van de rest van de maatschappij.

Zo mogen de kinderen niet naar bepaalde muziek luisteren, mogen vrouwen en mannen geen handen schudden, mogen niet-islamitische feesten niet worden gevierd en bestaan er bepaalde kledingvoorschriften. Dit zou volgens het onderzoeksinstituut belemmeringen kunnen opleveren voor de leerlingen.

Volgens Salam zijn dit zaken die betrekking hebben op godsdienst en waar de gemeente en de overheid niets mee te maken hebben.

"Minister Asscher wil dat we de kinderen bijvoorbeeld niet meer leren om geen handen te schudden. Maar dat is onze islamitische identiteit. Onze godsdienst vertelt ons hoe we moeten opvoeden en vertelt ons dat bepaalde zaken zijn toegestaan en bepaalde zaken niet. Asscher en de burgemeester hebben geen recht om aan onze godsdienstige vrijheid te komen", zo betoogt hij.

‘Criminele moslims niet aangeven’

Diverse oud-leerlingen van alFitrah zijn de afgelopen maand naar het AD gestapt om te vertellen over lesgeving op de school. Zij vertelden dat hen werd geleerd mede-moslims niet aan te geven bij de autoriteiten wanneer zij een misdaad begaan.

Ook op deze aantijgingen reageert de Imam: "Dat hebben wij nooit gezegd. Wij zeggen enkel dat wanneer iemand onder de moslims ziet dat een ander van plan is om een criminele daad te begaan, deze gewaarschuwd en gestopt moet worden. Indien je hem niet kunt stoppen, dan moet je hem 'islamitisch' aangeven bij de juiste autoriteiten. Dat valt namelijk onder het tegenhouden van het kwaad, zoals moslims dat leren."

In gesprek met de burgemeester

Nadat de belastende informatie boven water kwam, gaf de gemeente aan zich zorgen te maken. Ze vroegen een gesprek aan met de Imam.

"Toen we werden gebeld om in gesprek te gaan met de gemeente, vertelde wij hen: indien het een gesprek wordt waarbij we op het matje geroepen worden, dan hebben wij daar geen zin in. Wij hebben namelijk niets te verantwoorden, want we hebben niets misdaan", vertelt Salam.

Maar al snel begon de burgemeester volgens Salam bij het gesprek bevelen uit te delen. "Hij vertelde gelijk wat we moesten doen. Hij eiste een plan van aanpak", aldus de Imam.

Daar is hij niet blij mee. "Het probleem met zulke mensen is dat ze denken superieur te zijn aan andere mensen. Ze praten op een vernederende wijze met anderen. Dat is erg jammer."

Acceptatie

Het grootste probleem is volgens de Imam dat Nederlandse niet-moslims geen moslims accepteren. "Wij zeggen tegen de kinderen op school: accepteer eenieder zoals hij of zij is en ga met eenieder om. Maar dat zit niet in het Nederlandse systeem", vertelt hij.

Hij doet een speciale oproep: "Accepteer het wanneer er een kind naast je zit die je geen hand wil geven. Probeer dat niet te veranderen. Dan kun je als samenleving met elkaar optrekken."