De forens had waarschijnlijk al gemerkt dat er de laatste weken steeds vaker files stonden bij de Leidsche Rijntunnel op de A2. Het zogeheten tunneldoseren, wat juist files moet voorkomen, werkt averechts.

Dat concludeert de Verkeersinformatiedienst (VID) op basis van eigen bevindingen. De VID noemt als voorbeeld met name de Leidsche Rijntunnel. Bij verschillende tunnels in Nederland doseert Rijkswaterstaat het verkeer om te voorkomen dat er file in de tunnel ontstaat.

Hierdoor verschuift de file meer dan eens naar een ander knelpunt, met daarin afritten en knooppunten. Met als gevolg dat automobilisten onnodig vast staan en files langer. worden.

In tegenstelling tot wat wel wordt beweerd zorgt tunneldoseren dus in veel gevallen voor extra file: het is niet simpelweg een verplaatsing van de file die anders na de tunnel staat, stelt de VID.

"Indien bijvoorbeeld het verkeer bij de afrit Utrecht-Centrum (A2) opstroopt en er gedoseerd wordt voor de tunnelbuis van de parallelbaan, hebben alle automobilisten die op die parallelbaan rijden daar last van, ook zij die de flessenhals niet hoeven te passeren. De file wordt dus breder en langer dan de wachtrij die ontstaat op en voor de afrit."

Gedoseerd

Het doseren van verkeer bij tunnels wordt steeds vaker toegepast. Zo meldde de minister van Milieu en Infrastructuur deze zomer dat het verkeer in de Leidsche Rijntunnel 140 keer per maand wordt gedoseerd. De mate waarin gedoseerd wordt hangt af van de filegevoeligheid van het wegvak na de tunnel: hoe vaker zich daar file vormt hoe groter het risico is dat er gedoseerd moet worden.

Bij de Leidsche Rijntunnel wordt veel vaker gedoseerd voor de tunnelbuizen die het verkeer in zuidelijke richting bedienen dan de buizen in noordelijke richting. De aanwezigheid van een aansluiting (Utrecht-Centrum) en het knooppunt Oudenrijn zijn daar debet aan.