De rechter zal binnenkort beoordelen of het door de gemeente Utrecht vastgestelde beleid en de uitvoering daarvan rond de nieuwe thuiszorgregels in overeenstemming is met de wet.

Dat blijkt uit antwoorden die staatssecretaris Van Rijn gaf op Kamervragen van SP-kamerlid Tjitske Siderius.

In januari werd duidelijk dat er in Utrecht al zeshonderd klachten waren binnengekomen van mensen die gekort werden op de thuiszorg. Dit aantal is een stuk hoger dan in andere steden en voor Siderius aanleiding om Kamervragen te stellen.

De kritiek op het Utrechtse beleid richt zich vooral op het feit dat er bij een groot deel van de thuiszorg-behoevende geen 'keukentafelgesprekken’ maar telefoongesprekken zijn geweest, terwijl een gedegen onderzoek en maatwerk leveren wel verplicht is als er gekort wordt op individuele gevallen in de thuiszorg. Gevolg is dat cliënten zich onrechtmatig gekort voelen op hun thuiszorg.

Halvering

De gemeente Utrecht beaamt dat de betreffende cliënten met de gemeente van mening verschillen over het aantal uren ondersteuning dat zij sinds dit jaar toegewezen krijgen. In sommige gevallen zijn de uren gehalveerd.

Siderius zegt hierover: "Mensen in de gemeente Utrecht krijgen nog slechts anderhalf uur thuiszorg, terwijl de zorgvraag niet gedaald is." Ze vraagt haar af of dit in lijn is met de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Van Rijn

Staatssecretaris Van Rijn laat weten dat de gemeente Utrecht er alles aan doet om de aanvraag van thuiszorg zo zorgvuldig en efficiënt mogelijk in te richten, zodat onnodige bezwaar- en beroepszaken in de toekomst zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. In een tweetal gevallen zijn beslissingen van het Utrechts college om te korten op thuiszorg uren inmiddels aan de rechter voorgelegd.

Staatssecretaris Van Rijn: "Het past mij niet om daarover op dit moment uitspraken te doen."