De advocaat-generaal in Arnhem heeft vandaag in hoger beroep twaalf maanden cel geëist waarvan vier maanden voorwaardelijk tegen een man die ervan wordt verdacht zijn vriendin te hebben mishandeld op 28 december 2013 in Utrecht.

De vrouw overleed de volgende dag.

Het Openbaar Ministerie gaat ervan uit dat de verdachte in een hostel in Utrecht ruzie kreeg met zijn vriendin waarbij geweld werd gebruikt. De vriendin verliet op een gegeven moment het hostel en nam ’s nachts de trein naar ‘s-Hertogenbosch.

Daar werd ze op het station opgehaald door haar vader en ging met hem naar zijn woning. De volgende dag overleed ze aan een hersenbloeding. De cruciale vraag in deze zaak is of er een direct verband bestaat tussen het handelen van verdachte en het ontstaan van de hersenbloeding.

Bewezen

"Nu er buiten het handelen van de verdachte geen enkele andere aannemelijke verklaring is voor het ontstaan van het subduraal hematoom (red. hersenbloeding), kan bewezen worden verklaard dat het letsel is ontstaan door het handelen van verdachte. Er is dan in de visie van het OM juridisch sprake van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met de dood tot gevolg", aldus de advocaat-generaal op de zitting.

In eerste aanleg kreeg de man ook twaalf maanden cel opgelegd waarvan vier maanden voorwaardelijk. De rechter doet in deze hoger beroep procedure over twee weken uitspraak.