Het Spoorwegmuseum is maandag jarig. Op 1 december 1928 was de feestelijke opening. 86 jaar later is het Utrechtse museum nog steeds succesvol. Een korte historische terugblik.

De eerste plannen voor een Nederlands spoorwegmuseum dateren, voor zover bekend, uit 1910.

In dat jaar komen directieleden van Nederlandse spoorwegmaatschappijen, afgezanten van in Nederlands-Indië opererende spoor- en tramwegen en van de Nederlandsch-Zuid-Afrikaanse Spoorweg Maatschappij, bijeen om samen met de directeuren van Nederlandse industrieën, de rector-magnificus van de TH Delft en het bestuur van de vereniging voor lokaalspoor- en tramwegen te praten over de oprichting van een museum.

Een belangrijke aanjager was G.W. van Vloten. Hij was een ambtenaar van de SS (Staatsspoorwegen) die zich al van jongs af aan had beziggehouden met het vergaren van historische voorwerpen.

In 1927 besluit de directie van de Nederlandsche Spoorwegen om samen met Van Vloten over te gaan tot oprichting van een museum met als doel het bijeenbrengen van voorwerpen die uit geschiedkundig oogpunt of anderszins van belang zijn voor de kennis van het spoor- en tramwegwezen in Nederland.

Van Vloten komt door gezondheidsproblemen echter al spoedig te overlijden.

In 1927 wordt de eerste directeur benoemd: Henri Asselberghs. Deze slaagt erin om van de verzameling een voor die tijd modern en aantrekkelijk museum te maken. Op zaterdag 1 december 1928 wordt het museum feestelijk geopend, dat was nog niet op de huidige locatie.

De groei van de collectie en het niet ideale onderdak van het museum in het oude hoofdkantoor van de spoorwegen doen de wens van vestiging elders steeds sterker worden.

Uiteindelijk bestemt de president van de Nederlandse Spoorwegen, dr. ir. F.Q. den Hollander, het Maliebaanstation in Utrecht tot blijvende behuizing van Het Spoorwegmuseum.

Bekijk historische beelden van het Utrechtse Spoorwegmuseum op DUIC.nl