De rechter heeft besloten dat de gemeente Utrecht ongeveer 2,7 miljoen euro moet betalen aan het bedrijf van projectontwikkelaar en gemeenteraadslid Wim Oostveen.

De rechter deed deze uitspraak al in juli, maar werd pas gepubliceerd. De gemeente Utrecht heeft een langlopend conflict met enkele vastgoedondernemingen van Oostveen over bouwprojecten in Leidsche Rijn.

In 2008 hebben de gemeente en het bedrijf van Oostveen, Ovast Rijnvliet, een bouwclaimovereenkomst gesloten. Hierbij heeft Ovast Rijnvliet een aantal percelen in het gebied Rijnvliet aan de gemeente heeft verkocht. De gemeente heeft zich toen verplicht om aan Ovast Rijnvliet bouwrijp gemaakte kavels in dat gebied in erfpacht te leveren, met de daarbij behorende bouwrechten voor in totaal 1.065 woningen.

Boetebdrag

De gemeente heeft echter in 2012 de geplande vervolgbijeenkomsten afgelast. De rechter heeft besloten dat de gemeente hierdoor nalatig is en een boetebedrag van vijfduizend euro per dag, dat in de overeenkomst genoemd wordt, moet betalen.

Utrecht stopte de onderhandelingen onder meer vanwege een ander conflict met een bedrijf van Oostveen over een project in ’t Zand in Leidsche Rijn. Door het oplopende boetebedrag moet de gemeente nu dus 2,7 miljoen euro betalen.

5,8 miljoen

De gemeente heeft volgens de rechtbank ook recht op geld, zo’n 5,8 miljoen euro. Dit bedrag is een optelsom van alle betalingen die de projectontwikkelaar nog moet doen aan de gemeente. Een miljoenenruil lijkt dus nodig te zijn. Beide partijen zijn echter in hoger beroep gegaan, zo meldt het AD.

Wim Oostveen is sinds de gemeenteraadsverkiezingen in maart raadslid voor de politieke partij Stadsbelang. Toen werd al melding gemaakt van de verschillende belangen die Oostveen heeft.