Als je besmet bent geweest met het coronavirus, heeft je immuunsysteem hoogstwaarschijnlijk bescherming tegen dit virus opgebouwd. Hierdoor is de kans kleiner dat je nog eens ziek wordt. Hoeveel kleiner is die kans?

Herbesmettingen hebben op dit moment waarschijnlijk amper invloed op het totale aantal coronabesmettingen in Nederland. Coretta van Leer-Buter, arts-microbioloog en viroloog aan het UMC Groningen, legt uit dat het soms lastig is om te bepalen of iemand echt een tweede keer besmet is met het coronavirus. Wel lijkt het erop dat tweede corona-infecties vooralsnog bijna niet voorkomen bij mensen zonder ernstige problemen met het immuunsysteem.

Het gebeurt soms wel. Lia van der Hoek, viroloog aan het Amsterdam UMC, wijst op twee onderzoeken hierover. Uit beide onderzoeken komt dat een infectie met het coronavirus de kans op een tweede infectie verlaagt, maar niet uitsluit.

Eén van deze twee onderzoeken liet zien dat zorgmedewerkers die door een besmetting antistoffen hadden aangemaakt tegen het coronavirus zeker zes maanden lang een lagere kans hadden om opnieuw besmet te raken. Maar besmettingen binnen zes maanden vonden wel plaats. Van de 1.256 onderzochte eerder besmette zorgmedewerkers raakten er twee opnieuw besmet.

Het tweede onderzoek waar Van der Hoek op wijst, komt uit Denemarken. Van de bijna 30.000 mensen die zich minstens negentig dagen na een eerste infectie opnieuw lieten testen in een Deense teststraat, bleken er 138 opnieuw besmet. De Denen berekenden dat een eerdere besmetting voor ongeveer 80 procent effectief is in het voorkomen van een nieuwe besmetting.

Ouderen lopen volgens deze Deense studie iets meer risico om nog eens besmet te raken. De Deense onderzoekers waarschuwen wel dat dit gebaseerd is op een klein aantal besmettingen bij 65-plussers en dat ze niet weten of de klachten bij de tweede infectie minder ernstig waren dan bij de eerste.

Van Leer-Buter legt uit dat het nog te vroeg is om met zekerheid te kunnen zeggen of ouderen meer risico lopen op een tweede coronavirusinfectie. "Van andere luchtweginfecties weten we wel dat ouderen wat vatbaarder zijn voor een herinfectie."

Mensen lijken over het algemeen wel minder ziek te worden van een tweede besmetting met het coronavirus, schrijft het RIVM op zijn website. Het RIVM gaat ervan uit dat je nadat je besmet bent geweest met het coronavirus in ieder geval acht weken beschermd bent. Krijg je daarna klachten die passen bij COVID-19, dan moet je je weer laten testen.

Van Leer-Buter legt uit dat als mensen net besmet zijn geweest met het coronavirus, ze vaak grote hoeveelheden antistoffen tegen het coronavirus in het bloed hebben. Antistoffen helpen het coronavirus snel onschadelijk te maken en voorkomen zo dat je het coronavirus kan verspreiden. Hoeveel antistoffen je precies in je bloed moet hebben om niet besmettelijk te zijn, weten we volgens Van Leer-Buter nog niet.

De hoeveelheid antistoffen in het bloed neemt na verloop van tijd af. Van Leer-Buter legt uit dat het mogelijk is dat andere onderdelen van je immuunsysteem je op den duur nog wel beschermen tegen ernstige COVID-19, maar dat je het coronavirus dan wel weer kunt verspreiden.

Bij de meeste mensen zijn de antistoffen tegen COVID-19 na infectie overigens niet heel snel verdwenen. Uit het Pienter-onderzoek van het RIVM bleek dat er bij 90 procent van de mensen die minstens een half jaar geleden COVID-19 hadden, nog corona-antistoffen in het bloed te vinden waren.

Uit het recentste onderzoek van Sanquin kwam dat 21 procent van de Nederlandse bloeddonoren in maart antistoffen tegen het coronavirus had.

Varianten van het coronavirus zouden de kans dat je een tweede keer besmet raakt met het coronavirus groter kunnen maken. In Nederland zijn dit soort zorgen er vooral rond de zogenoemde Braziliaanse P.1-variant van het coronavirus. Er zijn aanwijzingen dat deze variant besmettelijker is dan de Britse variant die nu het vaakst voorkomt én dat de afweer die mensen door een eerdere besmetting met het coronavirus hebben opgebouwd, minder goed werkt. Hoeveel minder goed, dat is niet bekend.

Ook vaccins maken de kans op een infectie kleiner, maar sluiten die niet uit. Twee doses van het vaccin van Pfizer bieden bijvoorbeeld in 95 procent van de gevallen bescherming tegen het ontwikkelen van ziekteverschijnselen door het coronavirus. Dit betekent dat er ook na vaccinatie nog steeds mensen zullen zijn die na een coronabesmetting ziekteverschijnselen ontwikkelen, alleen veel minder. Ook is er een kans dat je het coronavirus nog kan verspreiden na vaccinatie. Deze kans is wel veel kleiner dan wanneer je niet gevaccineerd bent.

Voor alle coronavaccins geldt bovendien dat ze pas twee weken na het zetten van de eerste prik enige bescherming bieden.

Bij mensen die al een besmetting met het coronavirus hebben doorgemaakt, kan vaccinatie de bescherming tegen het coronavirus verbeteren. Volgens de Gezondheidsraad is bij mensen die in het afgelopen half jaar positief testen één dosis van de goedgekeurde vaccins voldoende om goed beschermd te zijn tegen COVID-19. Om deze reden wordt aan iedereen die een vaccinatieafspraak maakt gevraagd of ze in de afgelopen maanden positief zijn getest op het coronavirus. Als dit zo is, dan kan je ervoor kiezen om slechts voor één dosis een vaccinatieafspraak te maken.