NUcheckt controleert al een jaar berichten over het coronavirus op hun betrouwbaarheid. Drie misverstanden zagen we opvallend vaak terugkomen. Over de ernst van COVID-19, het testen op het coronavirus en medicatie tegen de ziekte die dit virus veroorzaakt.

Het coronavirus is echt gevaarlijker dan de griep

Het misverstand dat we het meest zien terugkomen is dat het coronavirus de volksgezondheid ongeveer evenveel zou bedreigen als de 'gewone' seizoensgriep. Dit is niet het geval.

Dit blijkt bijvoorbeeld uit een Frans onderzoek dat in december in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet is gepubliceerd. De onderzoekers vergeleken de ruim 45.000 grieppatiënten die tijdens het opvallend heftige griepseizoen van 2018/2019 in Franse ziekenhuizen waren opgenomen met de bijna 90.000 COVID-19 patiënten die in maart en april 2020 in Frankrijk waren opgenomen. Op bijna alle vlakken bleek COVID-19 gevaarlijker.

Als eerste valt natuurlijk op dat het aantal opgenomen COVID-19 patiënten bijna twee keer zo groot was als het aantal grieppatiënten. Daarnaast was de kans op overlijden na ziekenhuisopname bij COVID-19 hoger: 16,9 procent van de COVID-19 patiënten overleed. Van de grieppatiënten overleed 5,8 procent.

Ook zagen de Franse onderzoekers dat de COVID-19-patiënten in het ziekenhuis gemiddeld jonger waren en vaker dan bij de griep beademing nodig hadden.

Ook uit Nederlandse sterftecijfers blijkt dat de corona-uitbraak gevaarlijker is dan een seizoensgriep. In het voorjaar van 2020 stierven er volgens het CBS ongeveer negenduizend meer mensen dan verwacht. Een vergelijkbare oversterfte zagen we afgelopen jaren alleen tijdens de uitzonderlijk heftige griepgolf van 2018. Maar, in 2018 hadden we geen lockdown. Zonder coronamaatregelen was de sterfte aan COVID-19 waarschijnlijk veel hoger geweest. Jaap van Dissel stelde in april vorig jaar dat de lockdown waarschijnlijk 90 procent van de verwachte ic-opnames heeft voorkomen.

Als we naar het hele jaar kijken dan kunnen we zien dat de oversterfte in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer zo hoog is geweest. Er overleden vorig jaar ongeveer 15.000 mensen meer dan verwacht.

De meest gebruikte coronatest is wel degelijk betrouwbaar

De meest gebruikte coronatest is de zogenoemde PCR-test. Volgens het RIVM is dit de meest nauwkeurige coronatest. Toch zagen we regelmatig onjuiste berichten langskomen waarin werd beweerd dat de test onbetrouwbaar is.

Met een PCR-test kijk je of er genetisch materiaal van het coronavirus in je keel of neus zit. Als er geen genetisch materiaal van het coronavirus wordt gevonden, dan krijg je een negatieve uitslag en ben je hoogstwaarschijnlijk niet besmet met het coronavirus. Als je net voor de coronatest besmet bent geraakt, dan heb je mogelijk nog onvoldoende genetisch materiaal van het coronavirus in je keel en neus om dit aan te kunnen tonen. Dan kan de test dus ten onrechte negatief zijn.

Als er wel genetisch materiaal van het coronavirus wordt gevonden dan ben je besmet met het coronavirus. Of je ook besmettelijk bent is niet helemaal zeker. Dit meet de PCR-test namelijk niet. Mensen die niet besmettelijk zijn, kunnen toch positief testen als ze bijvoorbeeld twee weken geleden zijn hersteld van een coronavirusinfectie. Er zijn dan soms nog resten van het coronavirus aanwezig.

De uitslag is dan niet fout, maar dit is wel de reden dat wordt aangeraden om vooral te testen als je klachten hebt of net in aanraking bent geweest met iemand die besmet was met COVID-19.

Verschillende experts leggen uit dat echt onjuiste positieve testuitslagen bijna niet voorkomen. Als je positief test, dan is er dus genetisch materiaal van het coronavirus aangetroffen. Ook in de praktijk zien we dat als het coronavirus ergens heel weinig voorkomt, dit ook uit de PCR-testen blijkt. In Nieuw-Zeeland zijn bijvoorbeeld sinds de start van de pandemie slechts 2.800 mensen positief getest op het coronavirus. Er zijn in dezelfde periode 1,7 miljoen testen afgenomen. Slechts 0,2 procent van de testen was dus positief en de meeste Nieuw-Zeelanders die positief testten, deden dat bovendien in april vorig jaar toen daar inderdaad een corona-uitbraak was.

Er is nog geen werkend medicijn dat alle sterfte voorkomt

Regelmatig zien we berichten waarin wordt beweerd dat er een medicijn is gevonden dat bijna alle sterfte aan COVID-19 voorkomt. In het begin van de coronacrisis werd bijvoorbeeld hydroxychloroquine als zo'n wondermiddel genoemd en recent wordt beweerd dat een middel tegen parasieten, ivermectine, uitstekend zou werken tegen COVID-19.

Er zijn alleen geen bewezen wondermiddelen tegen COVID-19. Er zijn wel een aantal middelen die in het ziekenhuis de kans op overlijden verlagen. Dit zijn zogenaamde corticosteroïden en IL6-remmers. Samen kunnen ze de sterfte bij patiënten die extra zuurstof, maar geen beademing nodig hebben met ongeveer een derde verlagen.

Voor mensen die (nog) niet zo ziek zijn dat ze naar het ziekenhuis moeten, is nog geen middel tegen COVID-19 gevonden. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) schrijft dat ze terughoudend zijn in het adviseren van medicatie tegen COVID-19 als er nog onvoldoende gegevens zijn waaruit blijkt dat een medicijn werkt tegen COVID-19. "Elk medicijn heeft ook bijwerkingen", aldus de woordvoerder van het NHG. Op dit moment is er volgens de NHG van geen enkel middel aangetoond dat het bij COVID-19 meer goed doet dan schade geeft als je het de huisarts laat voorschrijven.

Over hydroxychloroquine specifiek schrijft het NHG dat het gebruik hiervan wordt afgeraden, omdat uit onderzoek is gebleken dat het niet of nauwelijks voorkomt dat mensen met COVID-19 naar het ziekenhuis moeten, en het wel serieuze bijwerkingen kan hebben. Over ivermectine schrijft de NHG dat er geen bewijs is dat dit middel een gunstig effect heeft bij COVID-19. Er lopen op dit moment wel meerdere onderzoeken. Als hieruit blijkt dat patiënten toch baat hebben bij ivermectine , kan het advies worden aangepast.