Hoe goed de coronavaccins kunnen voorkomen dat mensen het coronavirus nog kunnen overdragen, is op dit moment nog niet zeker. Experts verwachten wel dat de vaccins verspreiding van het virus tegengaan.

Op de website van het RIVM staat dat we nog niet zeker weten of iemand na vaccinatie het coronavirus nog kan verspreiden. Om deze reden moet je je voorlopig ook na een inenting aan de coronamaatregelen houden.

Wel wordt verwacht dat de coronavaccins de kans dat je het coronavirus verspreidt verkleinen. Wat weten we nu?

Waarom is nog onbekend hoe goed de coronavaccins verspreiding kunnen voorkomen?

De ontwikkelaars van de toegelaten coronavaccins hebben volgens het Europees Medicijnagentschap (EMA) bewezen dat hun vaccins beschermen tegen de ziekte die het coronavirus veroorzaakt (COVID-19) én dat hun vaccin veilig is. Daarom zijn de vaccins toegelaten.

De onderzoeken die voor de toelating zijn gedaan, waren niet opgezet om ook het effect van de vaccins op de verspreiding van het coronavirus te onderzoeken. Daarom schrijft het EMA dat het effect nog niet duidelijk is.

Wel waarschijnlijk dat coronavaccins de verspreiding verminderen

Frits Rosendaal, hoogleraar klinische epidemiologie aan het LUMC, vertelde eerder aan NU.nl dat het wel heel waarschijnlijk is dat vaccinatie gaat helpen met het verminderen van de verspreiding van het coronavirus.

"We weten dat de vaccins milde gevallen van COVID-19 voorkomen. Dit betekent dat als gevaccineerde mensen al last krijgen van een coronavirusinfectie, ze waarschijnlijk korter ziek zijn en minder hoesten en kuchen. Dit maakt de kans dat ze het coronavirus doorgeven kleiner."

Akiko Iwasaki, immunoloog aan Yale University, vertelde aan The New York Times te verwachten dat gevaccineerde mensen na een onverhoopte coronavirusinfectie minder besmettelijk zijn dan niet-gevaccineerden.

Welk onderzoek is al gedaan?

Onderzoekers verzamelen steeds meer aanwijzingen dat dit inderdaad het geval is. Eén van deze onderzoeken is uitgevoerd in Israël. In dat land heeft een groot gedeelte van de bevolking het Pfizer-vaccin toegediend gekregen. Ook Israël is begonnen met het vaccineren van ouderen.

Het Pfizer-vaccin is voor ongeveer 95 procent effectief. Dit betekent dat het vaccin bij zeer veel mensen voorkomt dat ze COVID-19 krijgen, maar niet bij iedereen. Toen het merendeel van de zestigplussers was ingeënt, was het gemiddelde aantal virusdeeltjes bij mensen met COVID-19 in deze leeftijdsgroep gedaald. Een dergelijke daling werd niet geconstateerd bij leeftijdsgroepen die nog niet gevaccineerd waren.

Op basis van ander onderzoek weten we dat mensen die weinig virus met zich meedragen minder vaak anderen aansteken. Het lijkt er dus op dat het Pfizer-vaccin mensen minder besmettelijk maakt.

Zo wordt de effectiviteit van een coronavaccin bepaald
74
Zo wordt de effectiviteit van een coronavaccin bepaald

Mogelijk besmettingen zonder symptomen voorkomen

Ook Moderna heeft aanwijzingen dat het eigen vaccin helpt tegen de verspreiding van het virus. Het Moderna-vaccin bestaat, net als de andere twee goedgekeurde vaccins, uit twee doses. In het vaccinonderzoek van Moderna kreeg de helft van de deelnemers twee doses van het vaccin en de andere helft twee prikken zonder werkzame stof: een placebo.

Alle deelnemers werden op het coronavirus getest vlak voor ze de tweede prik kregen. Meerdere deelnemers zonder symptomen testten op dat moment positief. In de groep die de eerste dosis van het vaccin had gekregen, testten wel minder mensen positief dan in de placebogroep. Dit is een aanwijzing dat de eerste dosis van dit vaccin al besmettingen zonder klachten kan voorkomen en op deze manier bijdraagt aan het verminderen van de verspreiding van het coronavirus.

Er is meer onderzoek nodig om te kunnen concluderen hoe groot de kans is dat je na vaccinatie nog het coronavirus verspreidt. Voor alle coronavaccins geldt dat ze na ongeveer twee weken na de eerste dosis een beetje beginnen te werken. Pas ongeveer een week na de tweede dosis beschermen de vaccins je op hun best.