De eerste prik met het vaccin van AstraZeneca en University of Oxford in Nederland wordt vrijdag gezet. Sinds het eind januari werd goedgekeurd voor gebruik binnen de EU, is er veel nieuws geweest rondom het vaccin. Hoe zit het nu met de werking bij ouderen, de effectiviteit in het algemeen en de invloed van verschillende coronavarianten?

Werkt het vaccin bij ouderen?

Het vaccin van AstraZeneca en de University of Oxford is binnen de EU goedgekeurd voor personen ouder dan achttien jaar. Het is volgens het Europese medicijnagentschap (EMA) bewezen dat dit vaccin veilig is en beschermt tegen COVID-19. Het EMA voegde hier wel gelijk aan toe dat er te weinig 55-plussers aan het onderzoek naar dit vaccin hebben deelgenomen om te kunnen bepalen hoe goed het vaccin bij deze groep werkt.

De Gezondheidsraad schreef vorige week dat we wel weten dat het immuunsysteem van 55-plussers goed reageert op het AstraZeneca-vaccin. De Gezondheidsraad verwacht daarom dat dit vaccin in ieder geval in de groep met personen van tussen de 55 en 65 jaar goed genoeg werkt.

Bij ouderen vanaf 65 jaar is het op dit moment volgens de Gezondheisraad nog onzeker of het vaccin voldoende effectief is. Daarom raden ze aan 65-plussers niet met dit vaccin in te enten.

Binnenkort moet meer bekend worden over de werkzaamheid van het AstraZeneca-vaccin bij ouderen. Zo loopt er op dit moment in de VS een groot onderzoek naar dit vaccin. Volgens de beschrijving van dit onderzoek is op zijn minst 25 procent van de deelnemers ouder dan 65 jaar. De resultaten van dit onderzoek worden over ongeveer een maand verwacht.

Hoe het AstraZeneca-vaccin door een voorsprong zo snel af kon zijn
112
Hoe het AstraZeneca-vaccin door een voorsprong zo snel af kon zijn

Hoe effectief is het nu?

Volgens het EMA heeft AstraZeneca bewezen dat zijn vaccin voor ongeveer 60 procent effectief is. Dit betekent dat zestig van de honderd mensen die normaal gesproken COVID-19 zouden krijgen, dankzij hun vaccinatie géén COVID-19 krijgen. De University of Oxford schreef drie dagen na deze toelating echter dat het AtraZeneca-vaccin mogelijk voor meer dan 80 procent effectief is. Waar komt dit verschil vandaan?

Het AstraZeneca-vaccin is door het EMA voldoende veilig en werkzaam bevonden op basis van onderzoeken met meer dan tienduizend deelnemers. Deze onderzoeken lopen nog steeds en daarom wordt ook eens in de zoveel tijd een update gegeven over de laatste onderzoeksresultaten. Zo'n update plaatste AstraZeneca op 1 februari.

Daarin is opnieuw te lezen dat het vaccin van AstraZeneca, dat uit twee doses bestaat, voor ongeveer 60 procent effectief is. Het lijkt er alleen wel op dat dit vaccin beter werkt als er relatief veel tijd tussen de eerste en tweede dosis zit. Als de tweede dosis na twaalf weken of later werd toegediend, was de effectiviteit meer dan 80 procent, terwijl de effectiviteit bij personen die hun tweede dosis binnen zes weken toegediend kregen maar 55 procent was.

Over deze cijfers bestaat echter behoorlijk wat onzekerheid. Zo zijn de groepen waar deze cijfers op zijn gebaseerd relatief klein en is het onduidelijk of de deelnemers die hun vaccinatie snel kregen, wel vergelijkbaar zijn met de deelnemers die hun vaccin pas na twaalf weken kregen.

Leonoor Wijnans van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) legde direct na de toelating van het AstraZeneca-vaccin al uit dat een lange periode tussen de twee prikken een iets betere bescherming lijkt te geven, maar dat het vanwege de manier waarop de onderzoeken naar dit vaccin zijn opgezet moeilijk is om een advies te geven over het beste moment om de tweede dosis toe te dienen.

Waarom ook minder effectieve coronavaccins belangrijk zijn
110
Waarom ook minder effectieve coronavaccins belangrijk zijn

Zorgen over Zuid-Afrikaanse variant

Zuid-Afrika maakte maandag bekend dat het land voorlopig stopt met vaccineren met het AstraZeneca-vaccin. Wat is hier aan de hand?

In verschillende delen van Zuid-Afrika is op dit moment de 'Zuid-Afrikaanse variant' van het coronavirus de meest voorkomende variant. De beslissing om voorlopig te stoppen met het AstraZeneca-vaccin is genomen op basis van een recent klein onderzoek. Uit dit onderzoek kwam dat het AstraZeneca-vaccin niet lijkt te werken tegen deze variant.

Aan het onderzoek deden tweeduizend relatief gezonde jonge mensen mee. De helft van de deelnemers kreeg het AstraZeneca-vaccin en de andere helft kreeg een prik zonder werkzame stoffen: een placebo.

Volgens The New York Times kregen de gevaccineerde deelnemers die besmet raakten met de Zuid-Afrikaanse variant ongeveer net zo vaak een milde vorm van COVID-19 als deelnemers die de placebo kregen en besmet raakten met de Zuid-Afrikaanse variant. Het vaccin leek dus inderdaad helemaal geen effect te hebben.

Of het AstraZeneca-vaccin echt niets doet tegen de Zuid-Afrikaanse variant, moet blijken uit groter onderzoek. Het is mogelijk dat het AstraZeneca-vaccin niet voorkomt dat iemand een milde vorm van COVID-19 krijgt door de Zuid-Afrikaanse virusvariant, maar wel voorkomt dat iemand zo ernstig ziek wordt dat diegene in het ziekenhuis moet worden opgenomen. Ook dit moet nog verder worden onderzocht.

In Nederland zijn tot nu toe ongeveer veertig gevallen van besmetting met de Zuid-Afrikaanse variant bekend. De Britse variant heeft in Nederland de overhand volgens het RIVM. Over de Britse variant en het AstraZeneca-vaccin zijn minder zorgen. Uit onderzoek bleek dat het AstraZeneca-vaccin waarschijnlijk maar een klein beetje minder effectief is tegen deze variant.