In Nederland werden in de afgelopen weken dagelijks gemiddeld minder dan tien COVID-19-patiënten opgenomen in het ziekenhuis. Dit heeft effect op het onderzoek naar de ziekte die wordt veroorzaakt door het coronavirus. Internationale samenwerking is vanwege het kleine aantal patiënten nog belangrijker.

Onderzoek naar de behandeling van COVID-19 vond in Nederland de afgelopen maanden voor een belangrijk deel plaats bij opgenomen patiënten. Arts-microbioloog Marc Bonten van het UMC Utrecht vertelt dat nu meerdere van dit soort onderzoeken zo goed als stilliggen.

"Je ziet in de RIVM-cijfers dat er dagelijks slechts enkele patiënten in het ziekenhuis worden opgenomen", aldus Bonten. "Hierdoor hebben alle lopende onderzoeken op dit moment veel te weinig patiënten."

Dit herkent ook de woordvoerder van het Radboud UMC. "Bij ons loopt onderzoek naar het effect van een vaccinatie tegen tuberculose op COVID-19-patiënten vertraging op."

Voldoende patiënten nodig voor betrouwbare conclusies

Bonten legt uit dat bij onderzoek naar potentiële behandelingen geldt dat hoe groter het te verwachten effect van een behandeling is, des te kleiner het aantal patiënten is dat je nodig hebt om aan te tonen dat een behandeling werkt. "Op dit moment zien we echter dat het effect van veel potentiële COVID-19-behandelingen waarschijnlijk relatief klein is, waardoor je dus juist veel patiënten nodig hebt."

Bonten denkt niet dat er voor dit soort onderzoeken op korte termijn genoeg COVID-19-patiënten in Nederland zullen worden opgenomen. "Ik verwacht dat, wanneer het aantal besmettingen bijvoorbeeld in het najaar weer gaat oplopen, er voldoende maatregelen worden genomen om het aantal benodigde ziekenhuisopnames te beperken. Zo'n piek als we hebben gehad, zullen we hier waarschijnlijk geen tweede keer zien."

Martijn van Hemert, onderzoeksleider aan het LUMC en gespecialiseerd in antivirale middelen, legt ook uit dat je voor betrouwbaar onderzoek voldoende patiënten nodig hebt. Wanneer bijvoorbeeld een nieuw ontwikkeld medicijn de fase heeft bereikt dat het op een grote groep patiënten kan worden getest, heb je tussen de honderd en duizend patiënten nodig om aan te tonen dat een medicijn beter werkt dan niets doen of een middel dat al bestaat.

Internationale samenwerking

Bonten legt uit dat door internationale samenwerking onderzoek naar COVID-19 deels toch kan doorgaan. "We zijn het virus nog niet kwijt. Er is nog geen vaccin en dit betekent ook dat er op meerdere plekken ter wereld nog wel grotere brandhaarden zijn en er door heel Europa nog steeds mensen met COVID-19 worden opgenomen."

Bonten vertelt dat het UMC Utrecht bijvoorbeeld betrokken is bij de REMAP-CAP-studie. Dit is een onderzoek waar op dit moment 218 ziekenhuizen op vier continenten aan deelnemen. In dit onderzoek worden verschillende aspecten en mogelijke behandelingen van COVID-19 onderzocht.

Van Hemert vertelt dat er op dit moment een aantal grote internationale samenwerkingsverbanden zijn waarin specifiek onderzoek wordt gedaan naar antivirale middelen tegen COVID-19. Het LUMC is onderdeel van twee van dit soort samenwerkingsverbanden.

Maar wat gebeurt er nu met de patiëntonderzoeken die in Nederland waren opgestart? Bonten vertelt dat in Nederland heel serieus wordt geprobeerd om de lopende onderzoeken aan te laten sluiten bij internationale onderzoeken. Ook kunnen gegevens die al in Nederland verzameld zijn, mee worden genomen in internationaal onderzoek. "Niets gaat verloren."