Na soortgelijke incidenten in Duitsland en de Verenigde Staten zijn nu ook tientallen medewerkers van een slachthuis in Groenlo besmet met het coronavirus. Minister Carola Schouten eist dinsdag maatregelen van de sector. Waarom lijken slachthuizen kwetsbaar voor het virus? En zijn er gevolgen voor het vlees dat daar geproduceerd wordt?

Het slachthuis van vleesverwerker Vion in Groenlo is woensdag per direct gesloten toen 45 medewerkers besmet bleken te zijn met het coronavirus. De veiligheidsregio's in Gelderland noemen de situatie "zorgwekkend".

Schouten gaat dinsdag om tafel met de slachterijen en heeft een ultimatum gesteld: dinsdagavond moet duidelijk zijn wat de sector gaat doen om besmettingen te voorkomen. Daarbij gaat het niet alleen om de werkomstandigheden, maar ook over huisvesting en vervoer naar de slachterijen.

In aanloop naar het overleg heeft de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) alle grote en middelgrote slachterijen al opgeroepen het personeel te laten testen op het coronavirus. "De resultaten van de testen onder medewerkers van enkele Nederlandse vleesbedrijven gaven een onverwacht hoog percentage besmette werknemers. Om eventuele verdere besmetting voor te zijn en om werknemers in deze bedrijven een veilige werkplek te kunnen blijven bieden, moet dit nu snel gebeuren."

Thuisquarantaine is moeilijk te controleren

Alle zeshonderd medewerkers van Vion Groenlo moeten nu preventief in thuisquarantaine en de GGD's zijn een bron- en contactonderzoek gestart. Volgens vakbond FNV zijn zeker drie kwart van hen uitzendkrachten uit Polen en Roemenië. Veel van hen wonen over de grens in Duitsland, waar ze dicht op elkaar zijn gehuisvest door uitzendbureaus.

Controleren of zij zich daar aan de thuisquarantaine houden, wordt daarom moeilijk. De veiligheidsregio's in Gelderland hebben ministers Hugo de Jonge (Volksgezondheid) en Schouten in een brief om hulp gevraagd. Zij onderzoeken de mogelijkheid om de werknemers gezamenlijk in quarantaine te zetten.

Eerder raakten tientallen Oost-Europese uitzendkrachten besmet die werkten bij een andere vleesverwerkingsfabriek van Vion, een uitsnijderij in Scherpenzeel. Zij werden toen tijdelijk in quarantaine gezet op een boot in Arnhem.

Slachthuizen bleken al eerder kwetsbaar

Waarom vleesverwerkers zo kwetsbaar zijn voor het virus is nog niet duidelijk. In de Verenigde Staten en Duitsland moesten slachthuizen al de deuren sluiten nadat er een groot aantal besmettingen hadden plaatsgevonden.

In beide landen bleken werk- en leefomstandigheden dramatisch te zijn en kon personeel op de werkvloer amper afstand houden. Duitsland nam daarom afgelopen woensdag nog een wet aan die uitzendwerk bij vleesverwerkers vanaf 1 januari 2021 verbiedt en werkomstandigheden voor arbeidsmigranten verbetert.

Uitzendkrachten hebben amper woon- en leefruimte

Net als in Duitsland bestaat het gros van de medewerkers bij Nederlandse vleesverwerkers uit Oost-Europese uitzendkrachten, voornamelijk uit Polen en Roemenië, zegt FNV-bestuurder John Klijn. Zij wonen vaak dicht op elkaar in huisvesting van uitzendbureaus, meestal over de grens in Duitsland.

Twee migranten delen doorgaans een kamer van 8 tot 10 vierkante meter en maken samen met anderen gebruik van gemeenschappelijk sanitair en keukens, zegt Klijn, die dit soort locaties vaak bezocht. "Daarbij pendelen ze vaak naar werk, hutjemutje in een busje van het uitzendbureau." Tegen NOS kon Vion niet zeggen met welk uitzendbureau het bedrijf samenwerkt.

Vion: Als sector moeten we hiervan leren

Afstand houden is ook in Nederlandse vleesfabrieken moeilijk. Zo'n 30 procent geeft middels een enquête van de FNV aan zich niet altijd aan de coronamaatregelen te kunnen houden. Werknemers kunnen bijvoorbeeld geen afstand houden op de werkvloer, bij het handen wassen en bij het omkleden.

In een reactie laat Vion weten dat het vanzelfsprekend alle medewerking verleent en intensief contact houdt met alle medewerkers gedurende deze periode. "Als Vion en als sector moeten we hier snel van leren, waar nodig ons gedrag aanpassen en dat met elkaar delen", aldus het bedrijf.

Zicht op uitbraken in Nederland lijkt te ontbreken

Hoeveel besmettingen er bij Nederlandse vleesverwerkers hebben plaatsgevonden, kan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) desgevraagd niet zeggen. De woordvoerder weet niet of slachthuizen specifiek in de gaten gehouden worden.

Zicht op uitbraken bij vleesverwerkers ontbreekt, zegt Klijn, volgens hem omdat medewerkers lang niet getest werden. Bedrijven doen daarbij alleen melding bij de GGD als er een vermoedelijke coronabesmetting is. Volgens hem wordt die informatie wordt vervolgens niet gedeeld met de werknemers.

NVWA: Vlees is geen besmettingsbron

Dat de medewerkers vlees verwerken, speelt waarschijnlijk geen rol in de verspreiding van het virus, aldus woordvoerder Tjitte Mastenbroek van de NVWA tegen NU.nl.

Wetenschappers vermoeden dat het virus oorspronkelijk is uitgebroken op een markt waar wilde dieren worden verhandeld in de Chinese stad Wuhan. Sindsdien is de consensus grotendeels dat de uitbraak gedreven wordt door besmettingen van mens op mens, met enkele uitzonderingen. Zo wordt er momenteel nog onderzoek gedaan naar een zeldzame besmetting van nerts op mens in Nederland.

Mastenbroek stelt dat de voedselveiligheid niet in gevaar komt door de besmettingen in de fabriek. "Ten eerste zijn er geen gevallen bekend dat mensen besmet raken door voedsel. Daar wees de Europese voedselautoriteit (EFSA, red.) al eerder op. Daarnaast heeft het virus een levend lichaam nodig om te overleven en zit er genoeg tijd tussen het moment dat het vlees in de fabriek is en bij de consument ligt."

Ook wordt vlees meestal verwarmd voor consumptie en gaan mensen al voorzichtig om met rauwe producten, benadrukt Mastenbroek. Zelfs al zou het virus op het vlees zitten, wat volgens Mastenbroek hoogst onwaarschijnlijk is, dan is de kans op besmetting klein.

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.