Ruim 1 miljoen euro aan salaris voor de koning, 400.000 euro voor koningin Máxima en 569.000 euro voor prinses Beatrix: de meeste mensen dromen van zulke bedragen. In de begroting van 2022 staat dat er ruim 10 miljoen euro voor de leden van het Koninklijk Huis wordt gereserveerd, maar waar gaat al dat geld aan op?

Koning Willem-Alexander zal volgens de dinsdag gepresenteerde begroting 6.132.000 euro ontvangen. Dit bedrag bestaat uit twee componenten: A (feitelijk inkomen) en B (personele en materiële uitgaven). Het A-component kan vergeleken worden met het salaris zoals de meeste mensen het kennen: geld om boodschappen van te doen en te voorzien in andere levensbehoeften. Het B-component (in dit geval 5,1 miljoen euro) wordt gebruikt om bijvoorbeeld de hofhouding van te betalen en kan daarnaast gezien worden als een onkostenvergoeding om ervoor te zorgen dat de koning representatief voor de dag komt.

Koningin Máxima krijgt vergeleken met haar echtgenoot een stuk minder: 1.067.000 euro. Ook hier is er sprake van een onbelaste uitkering (400.000 euro) en een pot voor personele en materiële uitgaven (667.000 euro). Prinses Beatrix krijgt 569.000 euro salaris, maar heeft in haar eentje een dure hofhouding: zij krijgt 1,1 miljoen euro daarvoor.

Het A-component (feitelijk inkomen) wordt bepaald aan de hand van de ontwikkeling van het netto-inkomen van de vicepresident van de Raad van State, op dit moment Thom de Graaf. Het inkomen van die vicepresident volgt de ontwikkeling van rijksambtenaren. Als er een nullijn wordt aangehouden voor rijksambtenaren, is dat voor de leden van het Koninklijk Huis dus ook het geval, net als bij een stijging. Het B-component wordt voor de helft bepaald door de ontwikkeling van salarissen voor rijksambtenaren en voor de helft door de ontwikkeling van de prijzen van producten.

Begroting van de Koning voor 2022.

Begroting van de Koning voor 2022.
Begroting van de Koning voor 2022.

Wat misschien verwarrend is: in de totale uitgaven voor het Koninklijk Huis staat een los kopje voor personeel in dienst van het Koninklijk Huis. Daar gaat 19,6 miljoen euro heen en dat staat los van de budgetten van de koning, de koningin of prinses Beatrix. Voor leden die rechtstreeks voor de koning, de koningin en de prinses werken geldt het B-component. Dit zijn dus de mensen die tot de hofhouding behoren en de leden zowel privé als tijdens hun werk ondersteunen. Voor alle andere medewerkers geldt die 19,6 miljoen.

Prinses Amalia is bijna achttien en dat betekent dat ook zij recht zou hebben op salaris. Daar heeft zij echter van afgezien nu ze eerst een tussenjaar wil doen na het afronden van haar middelbare school. Het budget hiervoor is wel meegenomen in de begroting en zal verwerkt worden bij de volgende begroting. Amalia ziet dus af van het ontvangen van 299.000 euro aan salaris. De 1.354.000 euro voor personeel en hofhouding wil Amalia in principe ook niet ontvangen, maar er is wat ruimte voor eventuele nodige kosten.

Voor alle bovengenoemde uitkeringen geldt dat ze onbelast zijn. Dit betekent dat de koning, anders dan de rest van Nederland, geen inkomensbelasting meer hoeft te betalen over het bedrag dat hij krijgt. Over andere inkomsten dan de uitkering en over privévermogen moeten de leden wel belasting betalen.

Het salaris van de koning is ieder jaar onderwerp van gesprek en levert vele discussies op. Mensen vinden dat de koning te veel betaald krijgt of dat het wel heel vaag is waar het geld nou precies aan op gaat. Zo schreef NRC in 2020 dat de koning zelf niet zou hebben meebetaald aan de verbouwing van Huis Ten Bosch, terwijl dat zo'n 63 miljoen euro had gekost. Geld dat ook gebruikt werd voor privévertrekken die dus niet bezocht zullen worden door gasten en dus geen officiële functie hebben. De Rijksvoorlichtingsdienst maakte destijds bekend dat de koning wel degelijk meebetaald had aan de inrichting "zoals dat bij ambtswoningen gebruikelijk is", maar gaf geen verdere details.

We zijn benieuwd naar je mening over dit artikel. Klik hier om je feedback achter te laten in een korte vragenlijst van een minuut.