Vorige week maandag vertrok het laatste vliegtuig met Amerikaanse militairen uit Afghanistan. Daarmee kwam na bijna twintig jaar een einde aan de aanwezigheid van westerse troepen in het land. De grote vraag is wat de Afghanen nu te wachten staat.

Experts vrezen voor interne strubbelingen binnen de Taliban en dat terreurgroep Islamitische Staat (IS) wortel schiet in het land. "Dát is het grote probleem, niet of meisjes naar straks naar school mogen", zegt Rob de Wijk, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit Leiden. Ook andere experts die NU.nl heeft gesproken, kijken verder dan de Taliban.

"We moeten vanaf nu niet alleen meer denken aan het evacueren van personen, hoe schrijnend hun situatie ook is, maar ook aan het voorkomen van groter kwaad in de nabije toekomst: dat IS en IS-achtige groeperingen wortel schieten in Afghanistan en de mogelijkheid verwerven om vanuit dat land de rest van de wereld te bestoken", stelt Willem van de Put. Hij is voormalig hoofd van non-profitorganisatie HealthNet, die zich inzet voor gezondheidszorg in conflictgebieden, en tegenwoordig werkzaam voor het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.

Terreurgroep Islamitische Staat in de Provincie Khorasan, ook wel bekend als ISKP en IS-K, wordt verantwoordelijk gehouden voor de aanslag bij het vliegveld van Kaboel. Daarbij kwamen zeker 170 mensen om het leven.

"Het 'succes' van de Taliban in Afghanistan zal worden afgemeten aan hun aanpak van IS", zegt De Wijk.

Vooralsnog hebben de Taliban het zelf druk met het formeren van een nieuwe regering. Ook hebben ze een nieuwe premier aangewezen: Mohammed Hassan Akhund. "Dat is belangrijk, want hij moet de lijnen uitzetten en bijvoorbeeld ministers gaan aanwijzen. Daarmee moet hij onder meer een machtsstrijd tussen hooggeplaatste figuren binnen de Taliban in de kiem smoren", zegt Joris Versteeg, die als analist voor het ministerie van Defensie werkte.

De overwinningsroes van de Taliban kan namelijk niet verhullen dat er binnen de radicaalislamitische groepering onenigheid op de loer ligt. Dat komt doordat de Taliban, net als de rest van de Afghaanse bevolking, uit verschillende etnische groepen bestaan. Die kunnen niet altijd door één deur. Zo zijn de etnische Oezbeekse en Tadzjiekse Taliban-leden uit het noordoosten bij het verdelen van de spreekwoordelijke buit gediscrimineerd door de zuidelijke Pasj­toen-stammen, legt Versteeg uit.

Een ander punt van zorg is dat hardliners binnen de Taliban zich opmaken voor regeringsdeelname, aldus De Wijk. Dat kan de onenigheid over wat te doen met de provincie Panjshir - die zich nog niet helemaal aan de Taliban lijkt te hebben onderworpen - verergeren.

"Panjshir is een gevaar in de ogen van de Taliban, omdat de provincie een voorbeeld voor andere regio's kan worden om in opstand te komen", zegt Versteeg. "Afghanistan is een land met zoveel stammen, etnische achtergronden en religieuze stromingen dat opstanden haast onvermijdelijk zijn."

Sommige Taliban-leiders wilden daarom snel ingrijpen, terwijl anderen juist eerst hun machtspositie wilden consolideren. "Dat laatste lijkt te gebeuren, maar de positie van die provincie is allesbehalve gegarandeerd. Het noordoosten van Afghanistan zal nog lang onstabiel blijven".

Taliban nemen vliegveld Kaboel in na vertrek Amerikanen
58
Taliban nemen vliegveld Kaboel in na vertrek Amerikanen

Naast de verwachte misère, zien de experts ook aanknopingspunten. De situatie in en rond Panjshir kan zo'n handvat zijn. "Duurzame vrede kan alleen gewaarborgd worden door een regering die even divers is als de bevolking. Westerse steun aan Panjshir kan een manier zijn om deze pluriformiteit af te dwingen. Contact met de Taliban moet er ook zijn, maar dat mag niet ten kosten gaan van de ondersteuning van Panjshir", bepleit Versteeg.

Dat de Taliban geen bestuurders zijn en bij het runnen van het land en de economie in ieder geval gedeeltelijk van westers donorgeld afhankelijk zijn, is een ander aanknopingspunt. "Dat is de grote troef van het Westen", zegt De Wijk.

Van de Put: "De medewerkers van hulporganisaties zijn door de Taliban gevraagd te blijven en het werk voort te zetten. Dat werk kan alleen worden voortgezet met internationale financiering. Daarmee is een onderhandelingspositie ten opzichte van de Taliban in elk geval een reële mogelijkheid", zegt Van de Put.

Ook de Taliban zelf verschaffen zich er volgens De Wijk een onderhandelingspositie mee: zij kunnen beloven zich te gedragen zolang het het geld blijft stromen en hulporganisaties en ngo's hun werk blijven doen.

"Rationeel gezien zouden de Taliban moeten meewerken. De situatie is namelijk niet nieuw. Elders in Afghanistan zijn ze al langer aan de macht en daar tolereren ze het werk van hulporganisaties en ngo's. De grote vraag is echter of de hardliners meegaan in dit spel", zegt De Wijk.

We zijn benieuwd naar je mening over dit artikel. Klik hier om je feedback achter te laten in een korte vragenlijst van een minuut.