Verspreid over Nederland staan zo'n twaalfhonderd werkende molens. Een groot deel daarvan kan worden bezocht. "Bezoek een molen als er een windje staat", tipt Matthijs Ero, technisch adviseur bij vereniging De Hollandsche Molen. "Als de wieken goed draaien, kun je een molen écht beleven."

Molens zijn niet los te zien van de geschiedenis van Nederland. Ze maalden meel, hielpen bij de strijd tegen het water en brachten ons land welvaart. Drie jaar geleden werd het molenaarsambacht toegevoegd aan de lijst van immaterieel cultureel erfgoed van UNESCO.

"De molen is een geweldige uitvinding geweest", vindt Ero. "Als je vandaag een telefoon koopt, is die morgen al verouderd. Maar van het principe van de molen hebben we eeuwenlang plezier gehad."

“Generatie op generatie heeft geleefd van meel uit molens. Dat is heel bijzonder.”
Matthijs Ero, adviseur vereniging De Hollandsche Molen

Pannenkoeken op windenergie

Tegenwoordig telt Nederland nog ongeveer 650 korenmolens, 400 poldermolens, 100 watermolens en 50 industriemolens. De meeste molens zijn te bezoeken. Bij een korenmolen, die vroeger in bijna elk dorp te vinden was, zit onderin vaak een winkeltje dat meelproducten verkoopt, zoals molenbrood of pannenkoekenmix. Zaterdag is 'vaste molendag', maar ook op andere dagen zijn veel molens geopend. Hangt de blauwe wimpel uit of draaien de wieken? Dan zijn bezoekers meestal welkom.

Mark Heutink in de wieken van korenmolen De Hoop in Bavel. (Foto: Mark Heutink)

Dat geldt ook voor korenmolen De Hoop in Bavel. "Als de wieken draaien, is er altijd wel tijd voor een praatje of uitleg over de historie van de molen", zegt de 26-jarige molenaar Mark Heutink, die als kind al gefascineerd was door molens. Het werken met elementen uit de natuur vindt hij prachtig. In de Bavelse molen zijn producten te koop van tarwe en spelt, die allemaal op windkracht zijn gemalen.

In actie voor nieuwe wieken

De molenvereniging is blij met het enthousiasme van de jonge molenaar. "Het molenaarsbestand in Nederland vergrijst", vertelt Ero. "Opvolgers zijn niet altijd makkelijk te vinden. Bovendien is het onderhoud van een molen complex en vaak prijzig. Het helpt als een club mensen rond een molen enthousiast is. Omwonenden gaan daar dan vaak in mee. Die betrokkenheid is heel belangrijk. Als het een keertje tegenzit bij zo'n molen, dan komt een dorp sneller in beweging."

Dat gebeurde onlangs ook in Bavel. Toen bleek dat het wiekenkruis van de molen vervangen moest worden, kwam het dorp in actie. Dankzij donaties van inwoners, steun van de gemeente en subsidie van het Molenfonds kreeg de molen nieuwe wieken. Het dorp kreeg er een draaiende molen voor terug. Een prachtig voorbeeld van lokale betrokkenheid, vindt Ero. "In Bavel leeft de molen echt."

“Geen enkele heeft zonder schrammen de tijd doorstaan. Er is altijd wel een ramp gebeurd: blikseminslag of stormschade bijvoorbeeld, of de dreiging van de sloophamer.”
Matthijs Ero

De taal van de molen

Zo vertelt elke molen in Nederland een verhaal. "Een molen heeft per definitie een bewogen geschiedenis", vertelt Ero. "Geen enkele heeft zonder schrammen de tijd doorstaan. Er is altijd wel een ramp gebeurd: blikseminslag of stormschade bijvoorbeeld, of de dreiging van de sloophamer."

Juist dat verhaal maakt het bezoeken van een molen interessant, vindt de molenadviseur. "Bovendien krijg je er een indruk van hoe mensen eeuwenlang met molens hebben gewerkt. Generatie op generatie heeft geleefd van meel uit molens. Dat is heel bijzonder."

Ook Heutink houdt oog voor de geschiedenis van zijn molen. Bijvoorbeeld door wiekentaal te gebruiken: door de wieken in een bepaalde stand te zetten, kon de molenaar vroeger boodschappen overbrengen.

"Als de molen voor lange tijd stilstaat, dan staan de wieken in een kruis. Bij korte rust vormen ze een plusteken. Zo is er ook een rouwstand en een vreugdestand. Die wiekentaal gebruik ik nog steeds, net zoals de meeste andere molenaars. Zo houden we de historie in stand."