Met een beetje geluk kun je op de Nederlandse stranden een bijzondere vondst doen. Van fossielen en haaientanden tot exotische schelpen en oude scheepsladingen. Voor boswachters Paul Begijn en Joeri Lamers is jutten altijd een avontuur. "Je weet nooit waar je op stuit."

Vooral in het najaar en in de winter gaat Begijn, boswachter bij Natuurmonumenten in Zeeland, graag jutten op het strand, het liefst in de vroege ochtend.

"Rond zonsopkomst heb je het strand vaak voor jezelf. Een heerlijk moment. Zeker na een storm en bij afgaand tij is er veel te vinden." Zijn vitrines liggen vol fossielen en haaientanden, soms wel 10 centimeter groot en miljoenen jaren oud.

De wijde mantel spoelt regelmatig aan op Terschelling. (Foto: Joeri Lamers)

Jaloerse boswachter op de Wadden

Het maakt boswachter Joeri Lamers "een beetje jaloers". Als boswachter bij Staatsbosbeheer op Terschelling struint hij ook graag de stranden af, maar een haaientand zal hij op het eiland niet snel vinden. Wél bijzondere schelpensoorten, zoals de wijde mantel, een half ronde schelp met een kammetje, bekend van het Shell-logo.

"Die oogt best exotisch, maar na een forse storm zien we ze hier steeds vaker. Zo heeft ieder strand wat van zichzelf."

Langs de hele Nederlandse kust kun je volgens Begijn prima jutten. Kies bij voorkeur een plek waar het water zich ver terugtrekt, tipt hij. Trek hoge laarzen aan en neem een zeef mee om schelpen en fossielen uit het zand te kunnen filteren.

Nog een tip: neem een extra tas mee om plastic afval in te verzamelen. "Zeker na een storm ligt het strand bezaaid met spullen. Voor jutters ontzettend leuk, maar ook verontrustend als je ziet hoeveel plastic er langs de vloedlijn ligt."

“Ze zijn niet bijzonder mooi, maar een smeltkroes is een soort heilige graal van de jutters op Terschelling. Die moet ik een keer vinden.”
Joeri Lamers, jutter

Augurkenpot op zeereis

Vind je op het strand iets van waarde? Dan moet je dit formeel melden bij de gemeente. Maar volgens de Zeeuwse boswachter is het een grijs gebied. "Vaak heeft een voorwerp jarenlang in zee gedobberd voordat het aanspoelt. De rechthebbende heeft er dan niets meer aan."

Zo vond Lamers deze zomer een oude augurkenpot van begin vorige eeuw. "Zo'n pot zelf is weinig waard, maar je weet dat het ding een geschiedenis heeft. Ik denk dat die ooit overboord gedonderd is. De zee heeft de pot vervolgens jarenlang over de bodem laten rollen. Het glas dat eerst helder moet zijn geweest, is mooi vaal geworden en geschuurd. Zo kun je op een compleet onverwachte plek ineens iets moois vinden."

“Zie je een bruine plek op het strand, met oude stukjes hout? Dan zou er weleens barnsteen tussen kunnen liggen.”
Joeri Lamers

Toch vinden beiden natuurlijke vondsten het mooist. Schelpen op het strand zijn vaak al voorgesorteerd, vertelt Lamers. "De golven gooien de grote schelpen ver neer op het strand. Als de zee zich terugtrekt, heeft het water er geen grip meer op. Grotere schelpen liggen dus vooral aan de kant van de duinen. Het water houdt langer grip op kleine schelpjes, dus die neemt de zee weer een stukje mee terug. Mooie kleine hoorntjes vind je dus eerder aan de waterkant."

Aangespoeld barnsteen. De vriendin van boswachter Lamers maakte er een ring van. (Foto: Joeri Lamers)

De zee als edelsmid

Blaast de wind op de kust? Dan heb je kans dat er barnsteen aanspoelt, een kostbaar halfedelsteen. Barnsteen is versteend hars, vaak geel of bruin van kleur, dat miljoenen jaren geleden in zee is beland. De vriendin van Lamers vond zo'n steentje en maakte er een ring van. Barnsteen is vrij licht en drijft net onder het oppervlak. "Zie je een bruine plek op het strand, met oude stukjes hout? Dan zou er weleens barnsteen tussen kunnen liggen."

Zelf hoopt Lamers ooit nog een smeltkroes te vinden, een stenen bakje dat vroeger gebruikt werd om edelmetalen in te smelten. "Lang geleden verging er in de buurt van Terschelling een schip met een lading smeltkroezen. Ieder jaar worden er een paar gevonden. Ze zijn niet bijzonder mooi, maar een smeltkroes is een soort heilige graal van de jutters op Terschelling. Die moet ik een keer vinden. Misschien heb ik deze winter geluk."