Wonen in de grote stad is sinds social distancing en thuiswerken voor veel mensen krap en benauwend geworden. De huizen zijn klein, de straten smal en het is nooit stil. Voor de coronacrisis keerden stedelingen de grote stad al op steeds jongere leeftijd de rug toe. Volgens Maarten van Ham, hoogleraar stadsgeografie aan de TU Delft, zal deze ontwikkeling door het coronavirus "in een versnelling raken".

Vrijdag spraken Van Ham en andere experts met de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema en haar wethouders over de gevolgen van het coronavirus voor het leven in de stad. De hoogleraar had slecht nieuws. "Twintigers, dertigers en gezinnen met jonge kinderen zullen in nog grotere getale dan nu al het geval is de grote stad verlaten."

Door het coronavirus zijn mensen veel meer thuis dan voorheen, zegt Van Ham. "Een woning is niet meer alleen een plek om te ontspannen, maar ook om te werken. Dat maakt dat we andere eisen gaan stellen aan de plek waar we leven, zoals een tuin of balkon en een aparte kamer om in te werken. Woningen die aan deze eisen voldoen zijn in de regel onbetaalbaar in de grote stad. Ik denk dat veel jongvolwassenen zullen kiezen voor een ruimere woning in een buitenwijk, in een rustigere en groenere omgeving."

Van Ham ziet schrijnende situaties bij jonge mensen die tijdens de coronacrisis op hun kleine stadswoning zijn aangewezen. "Sommigen sluiten zich op in een toilet of inloopkast om geconcentreerd te kunnen werken. Ik ken zelfs iemand die in de openbare hal van zijn appartementencomplex gaat zitten als hij iets gedaan wil krijgen. In het kleine appartement dat hij deelt met zijn partner en jonge kind is voor hem geen ruimte om zich af te zonderen."

“Niemand kan beloven dat er na corona geen nieuw virus komt. Mensen die in een klein huis 'opgesloten' hebben gezeten willen dat niet nog eens ervaren.”
Maarten van Ham, hoogleraar stadsgeografie

Verder van werkplek wonen door (gedeeltelijk) thuis te werken

Dit soort situaties zijn volgens Van Ham één, twee maanden vol te houden. "Maar zelfs als het coronavirus nu verdwijnt, kan niemand beloven dat er geen nieuw virus voor terugkomt. Ik denk dat mensen die nu in een klein huis 'opgesloten' hebben gezeten, dit niet nog een keer willen ervaren."

Nu steeds meer geluiden klinken van bedrijven die van plan zijn om hun werknemers ook na de coronacrisis gedeeltelijk thuis te laten werken, kunnen werknemers bovendien verder van hun werkplek gaan wonen. "Buiten de grote stad zijn wel relatief betaalbare, ruime woningen te huren of te kopen. Er komt misschien zelfs ruimte vrij om geld te sparen."

'Lastig om opnieuw te beginnen op een andere plek'

Ook Jan Rath, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, gelooft dat de woonbehoefte van stedelingen door de coronacrisis gedeeltelijk veranderd is. "Maar we moeten niet onderschatten hoe sterk sociale structuren zijn, zoals een verenigingsleven en een vriendengroep. Deze structuren zijn gebonden aan de plek waar men woont en zullen niet zomaar opgegeven worden. Het is lastig om opnieuw te beginnen op een andere plek."

Bovendien, stelt Rath, moet er op een hele andere manier gebouwd gaan worden om deze nieuwe woonbehoeften te vervullen. "Je weet hoe langzaam dat gaat, dan praat je over decennia. Bovendien vereist deze wijziging van koers extra investeringen, terwijl de staat momenteel enorme verliezen lijdt. Veel mensen zullen hun baan verliezen, waardoor het aantal uitkeringen zal toenemen. Ik denk dat het voor veel mensen daarom onmogelijk zal zijn om op korte termijn ruimer te gaan wonen."

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.