Met overal aandacht voor het jubileum van de Nederlandse bevrijding, kon het Nationaal Militair Museum in Soesterberg niet achterblijven. Twee jaar lang werd er achter de schermen gewerkt aan hun grootste tentoonstelling ooit. Hij of ik is vanaf vrijdag te zien, NU.nl nam vast een kijkje.

"Persoonlijk en gebalanceerd", omschrijft conservator Dirk Staat de uitgebreide expositie op de benedenverdieping van het NMM. In Hij of ik krijgen bezoekers zowel de Canadese als de Duitse kant van de Tweede Wereldoorlog te zien, op basis van twee waargebeurde verhalen. Eerst het perspectief van Léo Major uit Quebec, daarna dat van Hans Kürten uit Hitdorf.

Bezoekers krijgen bij de ingang een headset, die de audio automatisch afstemt op de ruimte waar de bezoeker zich bevindt. Onmisbaar voor de totaalbeleving. Niet alleen vanwege de muziek en het levendige geluidsontwerp die je het front in trekken, maar vooral omdat de twee soldaten (beide stemmen verzorgd door acteur Géza Weisz) je aan de hand meenemen door hun leven.

Dat begint in het Montreal van de jaren twintig en dertig, waar Major als doorsnee tiener opgroeit en zich als idealist vrijwillig aanmeldt voor het leger. Hij voegt zich bij Operatie Overlord, vaart richting het strand van Normandië. De jonge soldaat verliest vrienden aan de terreur van de Duitsers. Verschrikkingen waar de Canadezen door verharden, nog meer gedreven om hun tegenstanders te verslaan.

De Canadese Léo Major ligt op de loer als sluipschutter. Foto: Fabian Melchers.

Levendige vertelling via beeld en geluid

In vrijwel iedere ruimte wordt het verhaal ondersteund door filmprojecties. Explosies klinken rechts en links terwijl we langs een Duits halfrupsvoertuig lopen. Een gewonde Major ligt ernaast op de grond. Wandelend langs originele uniforms en tanks treffen we de jonge soldaat even later aan als sluipschutter op een modderige helling. Van opgeven is bij hem geen sprake.

Het einde van Majors verhaal komt halverwege de tentoonstelling, bij de bevrijding van Nederland. Daar is ook de gewonde Kürten te vinden, die ontgoocheld afdruipt en zijn verwoeste thuisland opnieuw moet opbouwen. Vervolgens springt de expositie steeds sprongetjes achteruit in de tijd, om te bekijken waar deze jonge Duitser vandaan is gekomen.

De andere kant van de helling, waar Duitser Hans Kürten een kameraad ziet sterven. Foto: Fabian Melchers.

Raakvlakken tussen soldaten

Die route loopt deels via de achterkant van het eerdere gedeelte, waarmee er telkens nieuwe raakvlakken tussen de soldaten opduiken. Via uiteenlopende voorwerpen en kledingstukken komen we zo bijvoorbeeld uit bij de andere kant van de helling, waar Kürten een van zijn vrienden ziet sterven. Even later is daar weer de Duitse half-track, en zien we hoe de Duitser zelf ook gewond raakt.

Opgeven is ook bij Kürten nooit aan de orde, hoewel daar in zijn geval meer dwang achter zit. Een stapje verder terug in de tijd leidt bezoekers naar het Oostfront, waar de soldaat wordt geconfronteerd met zijn beestachtige landgenoten van de SS. Vervolgens is er zijn jeugd, waar Hitlers fonkelende Mercedes de ruimte vult en we horen hoe de knul zijn eigen ambities moet opgeven voor een opleiding in het leger.

"We willen niet moraliseren", vertelt Staat over de tentoonstelling. "Bezoekers moeten zelf aanvoelen hoe zij tegen deze verhalen aan willen kijken. Ideologisch gezien is het zonneklaar wie er goed en fout waren. Maar de menselijke ervaring verschilt helemaal niet zoveel van elkaar."

Een Mercedes G4 uit het persoonlijke wagenpark van Adolf Hitler. Foto: Fabian Melchers.