Komend weekend vindt de twintigste editie van Museumnacht Amsterdam plaats, waarbij 57 verschillende musea kunnen worden bezocht. Ook andere Nederlandse steden hebben een museumnacht. Hoe verandert je blik op kunst wanneer je tot in de late uurtjes door de kunstzalen mag lopen?

Normaal gesproken moet het stil zijn in de Amsterdamse musea, maar tijdens Museumnacht staat er een dj in het Anne Frank Huis, kun je schreeuwend de pijn van een bevalling ervaren door middel van een weeënsimulator in het NEMO Science Museum of je eigen doodskleed ontwerpen bij Mediamatic.

Op deze avond kunnen bezoekers tot diep in de nacht tientallen musea bezoeken. Het afgelopen jaar vonden er ook al museumnachten in Den Haag, Nijmegen, Groningen, Leeuwarden, Rotterdam, Maastricht en Leiden plaats. Museumnacht Amsterdam is met 32.000 bezoekers en de grootste van al deze evenementen.

Met een mojito langs de schilderijen lopen

Tijdens een museumnacht gaat het er losser en informeler aan toe dan normaal gesproken. Het is rumoerig in de zalen en voor de gelegenheid mogen drankjes mee naar binnen. "Toen ik vorige maand optrad in het Groninger Museum werden er mojito's geschonken en kon je met een cocktail in je hand door de zalen lopen. Het is een totaal andere museumbeleving", zegt kunsthistoricus Wieteke van Zeil, auteur van Goed kijken begint met negeren: De kunst van opmerkzaamheid.

Overigens zul je tijdens zo'n nacht niet met een glas bier in de hand naar De Nachtwacht kunnen; de zalen met de kwetsbaarste of waardevolste kunst zijn afgesloten voor glaswerk, zegt de organisatie.

Een ander belangrijk verschil is de leeftijd van het publiek: bijna 80 procent van de bezoekers van Museumnacht Amsterdam is jonger dan 35 jaar. Deze groep laat zich normaal gesproken niet veel in het museum zien, blijkt uit cijfers van de Museumjaarkaart; acht op de tien kaarthouders is 35-plusser.

Het Eye-filmmuseum tijdens de Museumnacht Amsterdam 2018. (Foto: Matthijs Immink)

Jongeren vinden musea 'te stijf'

"Jongeren zien die mooie, statige museumgebouwen en hebben soms het gevoel van: dit zal wel niet voor mij zijn", zegt Jordy den Haan van Museumnacht Amsterdam. "Het moet er stil zijn, er staan beveiligers in de zalen en je moet je aan een hoop regeltjes houden. Daar voelen ze zich niet fijn bij."

Volgens Den Haan doorbreken museumnachten dat keurige, stijve imago. "Mensen praten met elkaar in de zalen, er is wat alcohol in het spel, er staan barren in de musea en het late tijdstip sluit beter aan bij hun leefritme."

Volgens kunsthistoricus Van Zeil is het een goede zaak dat museumnachten de reguliere museumprogrammering wat opschudden. "Veel kunst vraagt om wat meer reuring. Zoals schilderijen die over het uitgaansleven gaan, waarvan de kunstenaars een losbandig leven leidden en van mooie dingen. hielden Een levendige omgeving geeft een kunstwerk een heel andere dynamiek."

Als voorbeeld geeft ze het werk Bal Tabarin, een schilderij van Jan Sluijters van een wild dansende menigte in een Parijse nachtclub in 1907. Sluijters beleefde als kunstschilder ruige jaren in de Franse hoofdstad. "Je krijgt er gewoon een uitgaansgevoel van als je ernaar kijkt", zegt Van Zeil. "Het is een grote winst als je zoiets in een dynamische omgeving kunt bekijken."

Bal Tabarin door Jan Sluijters (1907). (Beeld: Pictoright Amsterdam)

Een museum biedt 's nachts meer gespreksstof

Tijdens de museumnacht wordt de kunst meer een gespreksstarter, merkt Den Haan op. "Terwijl je ergens naar kijkt, hoor je de mensen naast je over hetzelfde schilderij praten. Ze benoemen dingen die jij misschien nog niet zag of spreken hardop uit dat ze het saai vinden. Overdag krijg je dat allemaal niet mee, nu wordt het een andere ervaring."

"Je ziet details die je eerst niet zag", zegt Van Zeil. Doordat in de musea tegen de achtergrond van alle kunst ook dansvoorstellingen, spokenwordoptredens, lezingen en andere activiteiten plaatsvinden, krijgt de kunst een andere betekenis. "Het doet ieder kunstwerk goed om er eens op een andere manier naar te kijken."