Met de Tour de France staat de professionele wielersport deze weken in het middelpunt van de belangstelling. Maar ook buiten de etappes zijn er veel Nederlanders die voor hun plezier op de racefiets stappen. Wat maakt wielrennen zo populair?

Volgens de laatste cijfers van wielersportbond NTFU (2016) stappen zo'n 849.000 Nederlanders meer dan twaalf keer per jaar op hun racefiets. In 2014 waren dat er nog 815.000. Officiële cijfers voor 2019 zijn er nog niet, maar woordvoerder Erik Tolboom zegt dat het aantal wielersporters nog altijd stijgt.

"De wielersport is eenvoudig in je leven in te passen", verklaart Bart van de Vossenberg van NTFU. "Je kunt individueel of in een groep fietsen en je bent niet afhankelijk van een accommodatie met vaste openingstijden."

Daarnaast ligt bij 94 procent van de wielersporters de focus op gezondheid. "Een groot voordeel van wielrennen is dat de impact op de gewrichten relatief klein is, waardoor je de sport tot op latere leeftijd kunt beoefenen."

“Hoe harder ik fiets, hoe leger mijn hoofd raakt.”
Isabel Tambach, wielrenster

Een mountainbiker in de Schoorlse Duinen. (Foto: vakantaseren.nl)

Wielrennen ordent de gedachten

Isabel Tambach (19) liet zich in 2017 kronen tot Nederlands kampioene baanwielrennen bij de junioren. Snelheid is voor haar de grootste aantrekkingskracht van het wielrennen. "Hoe harder ik fiets, hoe leger mijn hoofd. Ik betrap me er vaak op dat mijn gedachten uit staan tijdens het fietsen."

Het is een van de redenen dat het wielertalent vaak alleen traint. "Zo'n moment van rust in mijn hoofd helpt alles op een rijtje te zetten. Zeker wanneer ik minder goed in mijn vel steek. Na een flinke rit is het slechte gevoel verdwenen."

Mijmeren en creatief zijn

In een eerder verhaal op NU.nl over wandelen vertelde neuropsycholoog Erik Scherder over het ontlasten van je cognitieve brein.

"Momenten van rust zijn er tegenwoordig bijna niet meer voor onze hersenen, omdat ons werk en onze smartphone veel aandacht opeisen. Met wandelen en fietsen laat je die druk van je af vallen. Daardoor gaan we weer mijmeren en creatief zijn."

'In het wielrennen kijkt iedereen naar je om'

Amateurwielrenner Max Brienen (23) rijdt wekelijks met een vriendengroep. "Het sociale aspect van wielrennen vind ik heel leuk. Je werkt aan je conditie, maar tegelijkertijd is er ruimte om bij te kletsen."

Tambach leert vaak nieuwe mensen kennen tijdens het fietsen. "Dan zeg ik gewoon iets van: 'Hé, lekker weertje hè? Waar rijd je naartoe?' Eigenlijk gewoon een heel slechte openingszin, maar het werkt vaak wel", grinnikt ze. "Soms resulteert dat in een heel leuk gesprek. En soms ook helemaal niet."

Een praatje maken is een van de ongeschreven regels in het wielrennen, zegt de Nederlands kampioene. "Wielrennen is een sociale sport, waarin je naar elkaar omkijkt. Zo leer je dat van jongs af aan bij de verenigingen. Het is een cultuur die wordt overgedragen."

Nieuwe plekken ontdekken

Voordat Brienen vijf jaar geleden met wielrennen begon, deed hij aan hardlopen. "Ik merkte dat ik beperkt was in mijn rondjes. Uiteindelijk heb je alles in een straal van 10 kilometer van je huis wel gezien. Met de racefiets kom je overal. Je leert Nederland veel beter kennen."

Het gemiddelde aankoopbedrag van een racefiets is 1.724 euro en een gemiddelde wielersporter besteedt ongeveer 400 euro per jaar aan nieuwe fietsen en fietsgerelateerde producten, blijkt uit cijfers van wielersportbond NTFU.

Een flink bedrag, erkent Brienen. "Wanneer je vanaf nul begint, moet je inderdaad flink in de buidel tasten." Maar het hoeft volgens hem geen obstakel te vormen voor mensen die willen beginnen met wielrennen. "Je kunt het zo duur en goedkoop maken als je zelf wilt."