Volwassen kinderen blijven steeds vaker thuis wonen, ook als ze in een andere stad gaan studeren of elders een baan vinden. Dat blijkt uit een recent verschenen onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hoe combineren studenten hun rijke verenigings- of nachtleven met het wonen bij hun ouders?

"Ik mag doen wat ik wil, maar ik weet wel dat mijn moeder niet goed slaapt als ik 's avonds laat nog in de stad ben", vertelt geschiedenisstudente Eva Cuppen (18) uit Nijmegen. Net als 88,9 procent van alle achttienjarigen in Nederland woont ze nog thuis.

Volgens het CBS stijgt zowel het aantal studenten als werkenden dat thuis blijft wonen. Geld lijkt daarbij een voorname rol te spelen; studenten willen geen geld lenen om de huur te betalen. Ze zijn bang dat een hoge studieschuld ze later in de weg staat bij het krijgen van een hypotheek, zegt Nina de Winter van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO).

Minder betrokken bij de vereniging

Het ISO vreest dat studenten hun vleugels niet optimaal kunnen uitslaan als ze thuis blijven wonen. Bijvoorbeeld omdat ze minder goed kunnen deelnemen aan het verenigingsleven. "Je raakt minder betrokken, bijvoorbeeld omdat je vroeg naar huis moet. Dat is zonde, want de contacten die je in je studententijd opdoet kunnen vrienden voor het leven zijn."

Een lidmaatschap van een studentenvereniging kost dan ook aardig wat tijd. Max Jongeling van vereniging A.S.V. Dizkartes legt uit: "Maandag is commissieavond, dinsdag is er niets, woensdag is jaarclubavond, donderdag is dispuutsavond en op vrijdag hebben we de vrijmibo. Dat is de basis, maar daaromheen organiseren we ook nog van alles."

Liever samen te laat thuis dan in je eentje vroeg

Psychologiestudente Isabeau Peter (19) gaat minstens één keer per week naar de kroegavond van SSR-Leiden en woont nog bij haar moeder. "Zij is heel relaxed, zo lang ze maar weet waar ik ben. Ze heeft liever dat ik om 4.00 uur 's nachts thuiskom en met iemand samen ben gefietst, dan dat ik eerder thuiskom, maar in mijn eentje naar huis ben gegaan."

Ook Cuppen vindt haar moeder heel meegaand, maar ze weet ook dat haar moeder het nog steeds spannend vindt als ze een avond naar haar studievereniging is. "Ze ligt dan in bed en maakt zich zorgen: komt ze goed thuis, gaat alles goed?"

Door lange reistijd eerder weg

Verder staat het Cuppen soms tegen dat ze eerder dan de anderen naar huis moet. "Ik moet vrij ver fietsen naar huis en daardoor blijf je minder snel hangen en ga je minder snel met anderen mee als die nog ergens anders heen gaan. Dat vind ik wel jammer."

Dat kan eerstejaars biologiestudent Sten Hagen (18) beamen. Een treinreis van het station in zijn woonplaats naar Leiden duurt veertig minuten. "Daardoor moet ik soms eerder weg", zegt hij. "Ik mis soms de vrijheid."

Volgens De Winter van het ISO is de studententijd bij uitstek de periode om de vrijheid te ervaren om tegen je eigen grenzen aan te lopen, te leren en je te ontwikkelen. "Je ontwikkelt je door met andere mensen te gaan wonen en voor jezelf te koken. Het is jammer om te zien dat dat nu terugloopt."