Bioscopen proberen van alles om de bezoeker zo diep mogelijk in een film te trekken; met bewegende stoelen en special effects, of door de kijkers hetzelfde te laten proeven als de hoofdpersonages. Wat doen dit soort toevoegingen voor de beleving van een film?

In een zaal in Rotterdam kijken ongeveer 120 mensen naar de film Lost in Translation. Ze zitten niet in rode stoelen in een bioscoopzaal, maar aan lange tafels met verschillende flesjes erop. Wanneer hoofdpersoon Bob Harris (Bill Murray) zijn glas heft, grijpen alle bezoekers naar hun drankje. De hele zaal neemt een teug Suntory-whisky, net als Murray.

Dit is in Cinema Culinair, een bioscoop waarin je tegelijkertijd met de personages exact hetzelfde gerecht als in de film eet of drinkt. Staat Meryl Streep op het punt om een stukje vis te verorberen, dan verschijnt er een banner onder in beeld waarop van tien naar nul wordt afgeteld. Op nul nemen alle bezoekers - en Streep - een hap tongfilet.

Timing is daarbij cruciaal, zegt Harold Smits, een van de oprichters. "Er zit wat te veel boter op de vis. Iedereen proeft dat en denkt tegelijkertijd: oei, wel veel boter. Dan hoor je Meryl Streep zeggen: 'Hmm... butter!' Iedereen voelt zich meteen meer verbonden met het personage."

Van burenactiviteit naar fulltime baan

Smits en medeorganisator Wies Sanders begonnen de film-en-dineravonden in 2013 als iets leuks om met de buren te doen, maar inmiddels is het concept zo succesvol dat ze moeten overwegen of ze van Cinema Culinair hun fulltime baan willen maken.

Door middel van smaaksensatie willen Smits en Sanders hun bezoekers een 'totaalbeleving' van de film geven. En zij zijn niet de enigen die de kijkers dieper in het verhaal willen onderdompelen; bioscopen kunnen zich steeds meer technologische hoogstandjes veroorloven om een film echt de zaal in te krijgen.

Bewegende stoelen en regen in je gezicht

Volgens cijfers van het Film Fonds steeg het aantal filmhuizen en bioscopen in Nederland de afgelopen vier jaar van 261 naar 274, met in totaal 956 schermen. De bioscopen waren samen goed voor een omzet van 628 miljoen euro.

Daardoor kon bioscoopketen Pathé in 2018 uitbreiden van twee naar vijf 4DX-zalen, waarbij de bezoekers in hun stoelen door elkaar worden geschud, regen op hun gezicht voelen en motorolie ruiken als dat in de film ook gebeurt.

En in de zomer van 2017 werd op een groot scherm op de oever van de Kralingse Plas in Rotterdam de klassieker Jaws uit 1975 vertoond. Bezoekers bekeken de film al dobberend in een opblaasband, terwijl duikers met rugvinnen hen omcirkelden.

"Ik vraag me bij dit soort dingen wel af: hoeveel krijg je nog van de film mee?", zegt filmmaker en filmexpert Iman de Vries. "Dat is voor mij tot nu toe een drempel geweest om ernaartoe te gaan." De Vries zegt zelf nog altijd het best in een film gezogen te worden als het stil is in de zaal, er geen smartphoneschermen oplichten en de film gewoon goed is.

Precies op tijd uitserveren

Cinema Culinair heeft sinds de oprichting in 2013 intussen 8.025 bezoekers over de vloer gehad en er zijn voorzichtige plannen om uit te breiden naar Amsterdam en Antwerpen. Ze maken geen gebruik van schuddende stoelen met special effects, maar hebben zo hun eigen uitdagingen: "Om 140 gerechtjes in tien seconden de deur uit te krijgen, ervoor te zorgen dat het er hetzelfde uitziet als in de film en dat het lekker en ook nog warm is, is a hell of a job", aldus Smits.

Hoe kijk jij het liefst een film in de bioscoop? In een donkere, rustige zaal of in een zaal met special effects en belevingen? Laat het ons weten in de reacties.