Tientallen modeltreintjes doorkruisen komend weekend hun miniatuurlandschappen in de Jaarbeurs in Utrecht. Van vrijdag tot en met zondag vindt daar Eurospoor plaats, het grootste modelspoorevenement van Europa. Wat voor bezoekers trekt zo'n beurs vooral?

Toen Leo Hendriksen (62), de organisator van Eurospoor, zes jaar oud was, kreeg hij van zijn vader zijn eerste modeltreinset. "Elke week nam hij een dingetje van zijn werk mee. Een schakelaartje of een stuk spoor. Zo bouwde ik de spoorbaan steeds verder uit en de interesse is nooit weggegaan", vertelt Hendriksen.

Maar tijden veranderen. Er liggen geen modeltreinen meer in de speelgoedwinkel en hobbyisten moeten nu naar speciaalzaken aan de rand van de stad, zegt hij. "Het is allang geen cadeau voor onder de kerstboom meer."

Modeltreinclubs, sjoelverenigingen, klaverjasverenigingen: allemaal zien ze hun ledenaantallen teruglopen. Dat sluit aan bij de bevindingen van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat onderzoek deed naar hoe Nederlanders hun vrije tijd besteden. In 1975 besteedden we nog 3,5 uur per week aan hobby's en spelletjes. In 2011 was dat nog 1,5 uur.

Jongeren willen snel van start kunnen

Snelheid is volgens Hendriksen daarbij vooral het euvel. "We leven in de tijd van mobiele telefoons en videogames, waarin kinderen hun speelgoed uitpakken en meteen willen gebruiken. Bij modelspoor moet je beginnen met bouwen en er langere tijd veel aandacht in stoppen. Daar hebben jongeren geen zin in."

Het stoffige imago helpt ook niet mee. "Over modelspoor wordt soms een beetje laatdunkend gedacht", zegt Jan Krijgsman (68), voorzitter van de Railclub Utrecht. "Zo van: beetje spelen met een trein. Maar het is niet zomaar even een trein een rondje laten rijden. Je moet ontzettend veel techniek en elektronica in de baan programmeren."

Honderd modelspoorclubs in Nederland

Net als Hendriksen en Krijgsman, buigen tienduizenden mannen van middelbare leeftijd zich graag over miniatuurtreinen. Nederland telt ten minste honderd modelspoorclubs waar hobbyisten samen aan een baan bouwen. Op internetforums discussiëren ze over nieuwe modellen, technieken en manieren om hun baan zo mooi mogelijk te maken.

"Het is een veelzijdige hobby", legt Krijgsman uit. "Je kunt iets bestaands proberen na te maken, je kunt een bepaald tijdperk nabootsen. Het kan zo moeilijk of simpel als je zelf wil. De een is beter in elektronica, de ander vindt het leuk om een mooi landschap aan te leggen."

Hendriksen vindt het vooral uitdagend om zijn spoorbanen tot in de kleinste details te laten kloppen. "Er zijn mensen die op hun baan elektrische locomotieven hebben rijden, die geen bovenleiding hebben. Dat kan in de werkelijkheid niet. Bij Eurospoor zul je dat niet zo snel zien."

Sommige bezoekers kijken liever dan dat ze bouwen

Op Eurospoor zijn meer dan vijftig realistische miniatuurbanen van clubs uit Europa te zien. De ruim vijftienduizend bezoekers komen voornamelijk uit Nederland, Engeland, Duitsland, België, Frankrijk en Noorwegen. Dat zijn lang niet allemaal hobbyisten, maar ook mensen die het een leuk dagje uit vinden, zegt Hendriksen. Hij organiseert de beurs al 26 jaar lang samen met zijn vrouw Chitra. Volgend jaar slaan ze een jaartje over, dus voorlopig is het voor bezoekers de laatste kans om alle banen bij elkaar in actie te zien.

Naast de modelbanen, zijn er bouwdemonstraties, een handelsbeurs, een dioramawedstrijd en een ruimte waar kinderen zelf met modelspoor aan de slag kunnen en in een minitreintje kunnen rijden. De hoop is dat die kinderen daar later mee doorgaan, zegt Krijgsman. Zijn railclub telt inmiddels naast de 45 volwassen leden, ook een paar jeugdleden. "We moeten ze achter de iPads vandaan halen", besluit hij.

Eurospoor

  • Waar: Jaarbeurs Utrecht
  • Wanneer: 9 tot en met 11 november
  • Prijs: 17,50 euro voor volwassenen en 7,50 euro voor kinderen
  • Meer informatie