In het theologisch elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee theologen uit een poule van elf. Vandaag: heb je ook iets aan de kerk als je geen geloof aanhangt?

Dit artikel is afkomstig uit Trouw. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Volgens een recent onderzoek vindt slechts een op de vier Duitsers de kerk van toegevoegde waarde voor de samenleving. En maar liefst 46 procent weet het zeker: de kerk biedt de samenleving geen enkel voordeel.

Nu is Duitsland Nederland niet — het oosten van Duitsland is erg onkerkelijk, en tegelijkertijd dragen kerken in Duitsland veel professioneler bij aan welzijnswerk dan in Nederland. Maar het roept wel een boeiende vraag op: heeft de kerk eigenlijk nog wel waarde voor een Nederlandse maatschappij waar nog geen tiende van de bevolking met enige regelmaat een kerk bezoekt? Of is de kerk alleen maar nuttig voor wie haar geloof aanhangt?

Jos Moons, jezuïet en onderzoeker aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg schrikt niet van deze cijfers: “Dit zal in Nederland niet veel anders liggen, en het aantal mensen dat de kerk wél waardeert zal in de toekomst nog verder zal slinken. Toch is het wel goed dat we deze cijfers blijven horen, want in de kerk is er nog wel eens de neiging om de eigen relevantie te overschatten.”

Mensen zijn zelfs niet meer tégen de kerk

“Ik moet bij dit onderwerp soms terugdenken aan een pelgrimstocht die ik in het kader van mijn vorming als jezuïet moest maken. Twee aan twee moesten we vijf weken door Engeland trekken, zonder geld of eten. Het was de bedoeling dat we zo zouden leren om te leven van wat de mensen uit hun goedheid geven. We kregen de instructie om niet vals te spelen en dus niet zeggen dat we jezuïet waren. Daar moest ik wel om lachen. Alsof dat veel uit zou maken. Ik denk eigenlijk dat de meeste mensen nog nooit van jezuïeten hebben gehoord.”

“Precies hierom is het goed dat we deze cijfers blijven horen. Nee, de kerk wordt niet hogelijk gewaardeerd. Mensen zijn zelfs niet meer tégen de kerk. De kerk is gewoon irrelevant en onbekend geworden.”

Hanneke Ouwerkerk, predikant van de Protestantse Kerk in Nederland te Schoonhoven: “Ik heb altijd wat aarzelingen bij zulke rapporten over de betekenis van de kerk. Want wat is dat eigenlijk: ‘maatschappelijke relevantie’, en wat zeg je daar dan precies mee? In dergelijke onderzoeken wordt de betekenis van de kerk ook vaak afgemeten aan de diaconale inzet. En natuurlijk is het zo dat er in en vanuit de kerk veel hulp verleend wordt. Maar gaat het uiteindelijk daarom? In mijn beleving ligt de werkelijke betekenis van de kerk veel meer verborgen. Hoe kun je in een rapport vastleggen wat de kerk betekent voor de gemeenschap, voor een enkele mens, voor wie zomaar even aanschuift, voor wie er afscheid van genomen heeft, voor wie er aan verknocht is.”

Schijn mensen niet met een bouwlamp in het gezicht

Moons: “Die algemene zoektocht naar maatschappelijke relevantie hangt natuurlijk samen met een bepaald idee van de christelijke waarheid: die waarheid staat vast, en het is vervolgens de taak van de kerk om die waarheid aan de man te brengen. Maar voor de meeste mensen is zo’n idee van waarheid volstrekt achterhaald. Ze willen geen abstracte waarheid horen, maar in gesprek gaan, ontdekken hoe iets betekenis in je leven kan krijgen en hoe dat wellicht ook hun leven kan verrijken. Dat vereist een andere houding van de kerk. Natuurlijk, in de Bijbel staat dat we ons licht niet onder de korenmaat moeten verstoppen. Maar dat betekent niet dat de kerk de mensen met een bouwlamp in het gezicht moet schijnen.”

Ouwerkerk: “Ik ben in mijn dagelijkse domineespraktijk niet zoveel bezig met die vraag naar maatschappelijke relevantie. Alhoewel, wat me wel heel erg bezig kan houden is dat dat het leven voor zoveel mensen niet gemakkelijk leefbaar is. In het boek van Sally Rooney, ‘Prachtige wereld waar ben je’ - een aanrader! - schrijft ze over die vreemde mengeling van paniek en verveling waarin mensen in onze tijd leven. Een tijd van onrust en leegte. Dat herken ik natuurlijk ook, het leven is nu eenmaal moeilijk. Maar ik heb de luxe om me in een traditie te voegen, met voorgegeven bronnen, reflectiemogelijkheden, een kader. Ik heb de kerk als een helende gemeenschap waar ik bij kan aanschuiven, waar ik oude bronnen herlees, nieuwe perspectieven vind, troost aangereikt krijg in de sacramenten”

“En dan vraag ik me wel eens af: hebben mensen nog wel een bron om uit te putten? Die lange traditie van de kerk, van teksten lezen en uitleggen, steeds opnieuw, kan je zo goed doen. Wat doet het met je als je nooit zulke verhalen hoort, als je nooit je leven beziet in het licht van God?”

‘Dat mag niet’

Moons: “Ik vind het mooi dat je zo zegt wat het voor je betekent. Dat herken ik. Ik begin de dag met stilte, met het zoeken van mijn eigen fundament. Dat hoort bij de traditie waar ik in sta, maar het geeft me iets om uit te leven. Dan denk ik wel eens, om dat woord maar te gebruiken: wat zonde dat zoveel mensen hier niet vertrouwd mee zijn. Maar aan de andere kant: dat is ook wel een beetje de schuld van de kerk. Want wij hebben het nu over staan in een traditie, over verbondenheid, je gedragen weten. Maar hoe komen we als kerk in het nieuws? Dan gaat het over abortus, euthanasie, enzovoort. Het ‘mag niet’ lijkt dan zo belangrijk. Daar moeten we echt mee ophouden. De kern van het evangelie is niet ‘dat mag niet’.”

Ouwerkerk: “Ik ben me ervan bewust dat de kerk ook een hele andere uitwerking kan hebben en ook heeft gehad. Denk maar aan het christendom zoals je dat ook zoveel in onze Nederlandse literatuur terug kunt lezen. Wat dat betreft zie ik trouwens wel een kentering in de literatuur. Religie wordt weer meer onderzocht, als een bron of mogelijkheid. Dat helpt mij dan ook weer.”

“Hoe Sally Rooney schrijft over de helende werking van religie. Of Marilyn Robinson, die laat zo prachtig zien hoe het geloof helend kan werken in de gewone dagelijkse beslommeringen van mensen. Maar het feit blijft staan: wat voor mij helend werkt, een goede preek, een andere lezing, kan ook splitsend of kleinerend worden ingezet. Wat dat betreft helpen zulke onderzoeken in elk geval om ons bij de les te houden. Want juist omdat de kerk voor mij zo betekenisvol is, is het soms moeilijk om te zien dat er ook die andere ervaring is.”

Onderzoek

Het Duitse onderzoek naar de maatschappelijke waardering van de kerk - in opdracht van het protestantse nieuwsagentschap IDEA - heeft geen direct Nederlands equivalent. Toch valt er wel wat te zeggen over Nederland. Om te beginnen is er natuurlijk de ontkerkelijking. In de jaren zeventig ging een ruime derde van de bevolking regelmatig naar de kerk. In 2020 was dit volgens het CBS nog maar 13 procent. Die daling gaat tegenwoordig niet meer zo snel als vroeger, maar blijft wel doorgaan.

Datzelfde CBS houdt ook bij hoe groot het vertrouwen in verschillende publieke organisaties is. Wat blijkt: op die lijstjes bungelen de kerken tegenwoordig onderaan met een vertrouwensscore van maar 30 procent, een stuk onder bijvoorbeeld de politiek of het bedrijfsleven (beide 40 procent).

Maar van de christelijke oproep tot naastenliefde is nog heel wat terug te zien in de vorm vrijwilligerswerk. Gelovigen, en dan vooral protestanten, tonen een grote maatschappelijke inzet. Maar liefst 70 procent van de protestantse gelovigen zet zich volgens het CBS actief in als vrijwilliger voor minstens een dagdeel per week; bij katholieken ligt dat rond 50 procent. De vrijwilligerstaken blijven overigens niet beperkt tot de eigen kerkgemeenschap.

Toen vijftien jaar geleden de gemeente Rotterdam wilde weten wat de bijdrage van de kerken aan het gemeentelijk welzijn was, becijferde onderzoeksbureau Kaski dat de totale inzet van de kerken de gemeente jaarlijks 120 miljoen euro opleverde. En in tijden van corona bleken kerkelijke netwerken bij uitstek geschikt om snel maaltijdhulp te verzorgen voor hulpbehoevenden die buiten het zicht van de officiële instanties verkeerden.

In het Theologisch Elftal reflecteren twee godgeleerden uit een poule van elf op de actualiteit.