De vergezichten zijn fraai in de Loonse en Drunense Duinen. Maar onder de voeten is er ellende, want verzuring vormt een constante bedreiging voor het Brabantse natuurgebied.

Dit artikel is afkomstig uit Trouw. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Opeens klinkt er opwinding op een van West-Europa's grootste stuifzandgebieden. De oorzaak krioelt in de eikel die Lex Querelle tussen duim en wijsvinger houdt. Nadat de natuurbeheerder een stukje schil heeft verwijderd, openbaart zich een kolonie eikelmieren die zich er heeft genesteld. Met dank aan de eikelboorder, een type snuitkever dat een gaatje heeft geboord en daarmee toegang tot de vrucht heeft verschaft. De aanblik van de microsamenleving - ook de larven zijn duidelijk zichtbaar - is een zeldzaam geluk.

Hier gaat veel fout

Maar dat geluk staat op de tocht in dit Natura 2000-gebied. Habitats van vele diersoorten staan onder druk. De reden, daar komt-ie weer: stikstof. Er zijn natuurgebieden in Noord-Brabant die er slechter aan toe zijn dan de Loonse en Drunense Duinen, maar ook hier gaat veel fout. Een eikenbos herbergt bomen van achthonderd jaar oud. Querelle: "Ze hebben eeuwenlang overbegrazing, houtkap en extreme weersomstandigheden overleefd. Maar nu leggen ze het loodje. Het gaat de laatste decennia opeens mis."

De zomereiken zijn exemplarisch, want van groot belang voor andere bewoners van het natuurgebied. Honderden insectensoorten leven van de mineralen in het blad, vogels zoals de veldleeuwerik en de zwartkop hebben op hun beurt de insecten nodig om hun honger te stillen. Alles hangt hier met alles samen. Dus als 60 tot 80 procent van de eiken op de arme zandgronden ziek of stervend is, zoals Querelles collega Toine Cooijmans van Natuurmonumenten zegt, is de biodiversiteit ernstig in het geding.

Ze hebben beiden een verrekijker om de hals. Querelle een grote, Cooijmans een bescheidener exemplaar. Het hoort bij hun standaarduitrusting in het natuurgebied. "Een risico", noemt Querelle het om zónder op pad te gaan. Hij zou maar eens op een tapuit stuiten die hij niet goed kan waarnemen. Ach, de tapuit. Wat zou het toch mooi zijn als het vogeltje in de Loonse en Drunense Duinen zou blijven hangen. Of de draaihals, een kleine specht. Elk voorjaar spitst Querelle zijn oren om te luisteren of hij er is. Maar het gebied is te slecht van kwaliteit.

Weidse zandpanorama

Is het erg dat sommige planten en dieren hier uitsterven? Jazeker, al hebben de anderhalf miljoen unieke bezoekers per jaar dat misschien niet in de gaten. En Cooijmans kan het niet nalaten de Loonse en Drunense Duinen 'de crème de la crème van de natuur' te noemen, zo dol is hij op het weidse zandpanorama. "Maar de insectencrisis raakt echt de mens. Wij staan niet los van de natuur."

340 vrijwilligers - én een schaapskudde - zijn hier intensief in de weer om het natuurgebied in stand te houden. Vooral om grassen, dennen en berken te verwijderen: soorten die het goed doen op stikstof en de zandgronden overwoekeren. Kijk, het pijpestrootje, typisch zo'n woekeraar waar de mens last van heeft. "Het neemt de plek in van soorten die iets toevoegen, zoals het zandblauwtje en het biggekruid. Die trekken vlinders, bijen, sluipwespen en zweefvliegen. Wij hebben de insecten nodig als basis voor onze voedselvoorziening. Wie bestuift anders het fruit?"

Het zijn zaken die de gemiddelde recreant niet opvallen. De staat van de bodem onttrekt zich aan het blote oog, maar kan de mens voor grote problemen stellen. Ooit, ooit hoopt Querelle dat diezelfde recreant de zandverstuiving daarom in zijn oorspronkelijke staat treft. Een staat waarin de wind vrij spel heeft, doordat de stikstofvretende begroeiing er niet meer is. Zodat duintjes als vanzelf ontstaan en verdwijnen en het systeem in balans blijft zonder de hulp van zoveel vrijwilligers. Als de samenleving zijn best doet, is de droom realistisch, denkt Querelle. En als bonus komt dan misschien ook de tapuit weer terug.