Voor de Lea Dasbergschool in Zutphen was het een mooie verrassing. Toen deze school op verzoek van de gemeente een schoolklasje startte voor Oekraïense vluchtelingen, meldde zich een docent die zelf Oekraïense is. Juf Iryna is inmiddels niet meer weg te denken. "Deze kinderen wisten helemaal niet dat Nederland bestond.''

Dit artikel is afkomstig uit de Stentor. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Miroslav van 5 zit de te knippen en plakken. Maar ook Jana van 11 doet aan het knip- en plakwerkje mee. Ze knippen de woorden keuken, zolder, slaapkamer, muur, dak en kast en plakken die op een plaat van een huis. Elk woord op de juiste plek natuurlijk. Daarna gaat er op het digibord een filmpje aan waarin opnieuw de onderdelen van een huis voorbij komen.

"Elke dag beginnen we met een heleboel taal op zo'n manier dat het steeds afwisselt, zodat het voor alle kinderen vol te houden is", vertelt Rie Theus. Zij is één van de twee docenten van deze taalschakelklas, een klas speciaal voor vluchtelingenkinderen. Dat het zo'n bijzondere taalschakelklas is, is te danken aan collega Iryna Shumakova.

Shumakova is een Oekraïense die al twintig jaar in Nederland woont en bovendien ook al die tijd al in het onderwijs werkt. "Toen ik deze vacature zag, dacht ik, dat wil ik doen. Ik werkte op dat moment op het Kompaan College. Gelukkig kon ik snel wisselen", vertelt ze. Het klasje van vijf Oekraïense kinderen draait nu sinds de meivakantie.

'Ze wisten helemaal niet dat Nederland bestond'

"Eén meisje is hier omdat haar vader hier aan het werk was toen de oorlog uitbrak. De andere kinderen zaten eerst in Polen. Daar werd het te vol. De kinderen vertelden dat er toen ineens drie bussen klaar stonden, die naar allerlei plekken in Europa gingen en dat ze maar moesten kiezen waar ze instapten. Die ene bus ging naar Nederland. Zij wisten helemaal niet dat Nederland bestond", vertelt Iryna.

Iryna heeft nu heel even tijd, want nadat ze vol op stoom door de taaloefeningen gingen, is het nu pauze. Alle vijf de kinderen spelen op het plein tussen de Nederlandse kinderen. Al snel komen Jana en Katja weer binnen en vragen iets in het Oekraïens aan juf Iryna. Ze antwoordt: 'Mogen wij ook schommelen?', want dat was de vraag, hoe je dat in het Nederlands zegt.

"Die mix is voor de kinderen heel belangrijk", vertelt juf Rie. "Soms komt een andere klas hier bij ons wat knutselen. En de gymles doen ze met hun eigen leeftijdsgenoten mee. Want het idee is dat ze vanuit deze klas de schakel maken naar de Nederlandse taal. Zodra ze taalvaardig genoeg zijn, gaan ze door in een gewone klas."

Handen, voeten en wijzen

De grote verrassing is dat Rie en Iryna niet elke dag samen voor de klas staan. Iryna kan beide talen vloeiend, maar Rie kan geen Oekraïens en twee dagen per week moet Rie het zonder Iryna doen. "Je staat er verbaasd van hoe goed je kunt communiceren met handen, voeten, wijzen en iemand meetrekken ergens naartoe om wat te laten zien."

Rie weet bovendien hoe het voelt. Ze heeft een paar jaar in Portugal gewoond. "En ik sprak geen woord Portugees. Ik weet dat het ze heel veel energie kost, omdat je steeds moet opletten, wat zeggen ze nou, wat willen ze van me."

Het vraagt ook vooral veel geduld van beide kanten, vertelt Rie. "Je kunt dingen vooral duidelijk maken ín het moment. Dus als ze in de zandbak met zand gooien, dan kun je ze zeggen met gebaren dat dat niet moet. Maar je hoeft dat niet later in de klas nog eens te proberen, dan ontbreekt de context."

En soms hulp van Google

"Vooral in de eerste weken heb ik ook wel eens de mobiel erbij gepakt hoor, met Google Translate. Dan spreek je wat in en hoor je de vertaling, heel makkelijk. Zo kwam Miroslav laatst helemaal van slag op school. En het werd me maar niet duidelijk wat er aan de hand was. Met hulp van de telefoon kwam ik erachter dat hij een nachtmerrie had gehad."

Zo rijst de vraag in hoeverre de juffen te maken hebben met oorlogstrauma's van de kinderen. "Deze kinderen niet", vertelt Iryna. "Ze zijn meteen bij de eerste bombardementen gevlucht. Die hebben ze wel gehoord, maar verder geen erge dingen gezien. Natuurlijk wel de paniek en de zorg bij hun ouders, dat hebben ze echt wel meegekregen."

Na de zomervakantie komen er nog acht kinderen bij vanuit een klas op een andere school in Zutphen. "Maar hoe het verder gaat, hoe lang ze blijven en hoeveel er nog bijkomen. Dat is behoorlijk onzeker", weet Iryna.

Onderwijs voor vluchtelingenkinderen

Het onderwijs voor vluchtelingenkinderen wordt op veel verschillende manieren geregeld. Zo zijn er kinderen die direct in een reguliere klas meedoen. Sommige middelbare en basisscholen hebben schakelklassen, dus een aparte klas met veel aandacht voor taal, waar de kinderen tijdelijk zitten, totdat ze de taal genoeg beheersen om door te stromen naar een reguliere klas. Soms zijn wordt er een schooltje gestart nabij een opvanglocatie.