Meer dan de helft van de elektriciteit in Nederland werd gedurende de afgelopen week duurzaam geproduceerd. Daarmee is deze lente weer een duurzaamheidsrecord gesneuveld. Hoewel goed nieuws voor het klimaat, leidt de enorme toename aan groene stroom tot nieuwe problemen.

Dit artikel is afkomstig uit de Volkskrant. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Zowel afgelopen vrijdag als zaterdag belandde in de topvijf van dagen waarop de meeste groene stroom werd opgewekt. In die top staan nu alleen nog maar dagen in 2022, dankzij gunstig weer en de sterke groei van zonnepanelen en windmolens. In maart, op Eerste Paasdag, werd bovendien voor het eerst enkele uren meer groene stroom opgewekt dan er in totaal aan elektriciteit in Nederland werd gebruikt. Dat is sindsdien nog enkele keren gebeurd.

Door alle groene energie moeten energieaanbieders steeds vaker betalen om hun stroom aan het net te leveren. En netbeheerders moeten ingrijpende en dure maatregelen treffen om te voorkomen dat grote energiepieken en dalen de balans in het net verstoren.

Ook dat bleek de afgelopen dagen. De energieprijzen waren maar liefst zeventien uur negatief door het enorme aanbod duurzame energie. Dat gebeurde donderdag, vrijdag en zaterdag tijdens de middaguren, wanneer er veel zonne-energie wordt opgewekt en juist relatief weinig elektriciteit wordt gebruikt. In de avonduren waren de prijzen juist aanzienlijk hoger dan gemiddeld.

Als gevolg van die negatieve prijzen besluiten veel zon- en windparken op zulke momenten om panelen af te schakelen en molens stil te zetten. Dat is zonde van de energie en slecht voor hun bedrijfsmodel: juist op de momenten dat zij kunnen leveren, valt er amper aan te verdienen. Zeker gezien de verdere groei van het aantal panelen en molens in het land, zien veel duurzame investeerders de negatieve stroomprijzen als een groot probleem.

Vooralsnog vallen die problemen nog wel mee, vindt Martien Visser, lector energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen. "Ik voorzie dat het over een paar jaar veel uitdagender gaat worden." De grote groei aan groene energie nu, is het gevolg van het Energieakkoord uit 2013, benadrukt Visser. "De komende jaren komt daar nog veel meer groene stroom bij als gevolg van de afspraken uit het klimaatakkoord van 2019."

De groene stroomschommelingen leiden ook tot veel veel werk bij de beheerders van het Nederlandse stroomnet. TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet, gaf in de afgelopen twee weken maar liefst vier keer een 'alert' af. Dat is een signaal dat er afwijkingen ontstaan in het net en er mogelijk ingegrepen moet worden.

Alle vier de keren had het te maken met de groene energiestroom, bijvoorbeeld toen er vorige week vrijdag door onweersbuien plotseling veel windmolens werden stilgezet. Er was ook veel uitval van zonne-energie door plotseling overtrekkende onweerswolken. Zo ontstond er een acuut tekort aan stroom en moesten er snel gasgestookte energiecentrales worden bijgeschakeld.

Op zondag 22 mei was er bovendien een 'emergency alert' op het hoogspanningsnet. Er werd op die dag in de lokale energienetten veel zonne-energie opgewekt op daken, terwijl er weinig vraag was. Om al die stroom vanuit de lokale netten af te voeren, moest TenneT het hoogspanningsnet extra voeden met ingekochte 'noodstroom'.

Dergelijke operaties kosten TenneT veel geld, dat uiteindelijk via de stroomrekening weer met de consument wordt afgerekend. Bovendien zullen er de komende jaren nog vele miljarden in het netwerk geïnvesteerd moeten worden om de groeiende duurzame stroomproductie aan te kunnen.