In Belgrado is Novak Djokovic een held, helemaal sinds de vaccinatierel rond de Australian Open. De wereld is nu eenmaal tegen Servië. Reken maar dat Djokovic komende week bij zijn rentree op de tennisbaan in Monaco zal laten zien dat hij de beste is.

Dit artikel is afkomstig uit de Volkskrant. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

'Wie is er fan van Novak Djokovic?' Vijfentwintig vingertjes schieten gretig de lucht in. Alleen al zijn naam is goed voor grote opwinding in groep 3 van de Boris Stankovic-school in een diepgrijze buitenwijk van Belgrado. 'Mijn vader kent Djokovic!', roept een jongetje trots. Directeur Rada Rakocevic, een spraakgrage vrouw van in de vijftig met felblauw gelakte nagels, kijkt geamuseerd toe.

Haar school ligt op een steenworp afstand van het brutalistische flatgebouw waar de beste tennisser ter wereld een groot deel van zijn jeugd doorbracht. Zijn grootvader woonde er, Djokovic schuilde er in 1999 als twaalfjarige in de kelder tijdens de twee maanden dat de Navo Servië bombardeerde. En hij ging zelf ook in deze betonnen laagbouw naar school, als hij niet aan het trainen was tenminste.

In de hal heeft directeur Rakocevic een grote muurschildering laten maken van alle beroemde leerlingen, die ze een voor een aanwijst. Het gezicht van Djokovic is het grootst en steekt zelfs uit boven dat van nationale dichter Boris Stankovic, de naamgever van de school. 'Wij adoreren Djokovic. Hij is een geweldige ambassadeur van zijn land.'

Daar doet het vaccinatieschandaal in Australië niets aan af, zegt directeur Rakocevic resoluut. De rest van de wereld mocht dan vreemd opkijken van Djokovic' verbeten strijd met de Australische overheid, die zijn reisvisum voor de Australian Open bij aankomst introk omdat hij niet gevaccineerd was. Sinds die soap heeft hij slechts drie wedstrijden gespeeld, maar in Servië is de Djokovic-liefde er niet kleiner op geworden. Er wordt uitgezien naar zijn rentree, komende week in Monaco.

'Groter kan de liefde eigenlijk niet zijn', lacht Ana Jovanovic (37), sportief directeur van het tenniscentrum van Djokovic' stichting. Door het raam van het restaurant kijkt ze toe hoe bouwvakkers een tribune rondom de belangrijkste van de vijf gloednieuwe tennisbanen aanleggen, allemaal op kosten van 'Nole', zoals zijn bijnaam hier liefkozend luidt. 'Novak is niet diplomatiek', zegt Jovanovic over de rel in Australië, 'Hij zegt wat hij denkt, ook al is iedereen tegen hem. In Servië zijn we daar trots op.'

Nieuwe gouden generatie

In het parkje vlak naast de oever van de Donau wil Djokovic een nieuwe gouden tennisgeneratie opleiden, met betere faciliteiten dan hij zelf als kind had. Het moderne restaurant met grote glazen ramen vormt een schril contrast met het oude, betonnen Joegoslavische sportcentrum ernaast.

Ook Jovanovic is oud-tennisprof, haar hoogste ATP-ranglijst was 216. Ze is iets ouder dan de 34-jarige Djokovic, maar de lichting toptennissers in het kleine Belgrado groeide samen op en kwam elkaar vaak tegen. Jovanovic en Djokovic zijn goede vrienden, ook hun families raakten bevriend.

Zijn ouders Srdjan en Diana leerden elkaar kennen in de bergen. Vader Djokovic, ex-professioneel skiër, gaf daar skiles, zijn moeder volgde een opleiding tot sportleraar toen de twee elkaar ontmoetten. Voor hun zaak lagen tennisbanen, waar kleine Novak bij toeval kennismaakte met de sport.

Beeld: AFP. Januari 2022. In Australië is Novak Djokovic niet welkom omdat hij geen vaccinatiebewijs kan overhandigen. Op de muur van zijn basisschool in Belgrado is hij nog altijd een winnaar.

Beeld: AFP. Januari 2022. In Australië is Novak Djokovic niet welkom omdat hij geen vaccinatiebewijs kan overhandigen. Op de muur van zijn basisschool in Belgrado is hij nog altijd een winnaar.
Beeld: AFP. Januari 2022. In Australië is Novak Djokovic niet welkom omdat hij geen vaccinatiebewijs kan overhandigen. Op de muur van zijn basisschool in Belgrado is hij nog altijd een winnaar.

Terwijl zijn ouders werkten in de bergen, brachten Djokovic en zijn broers veel tijd door in de grauwe buitenwijk van Belgrado bij hun grootvader. Op het communistische huizenblok waar zijn woonde, prijkt nu een grote muurschildering met naast elkaar de gezichten van Djokovic, zijn vader en zijn eerste coach, Jelena Gencic, die het talent in hem herkende.

Behalve Djokovic behaalden ook hun generatiegenoten Jelena Jankovic en Ana Ivanovic bij de vrouwen de nummer 1-positie op de wereldranglijst, somt Jovanovic in het gloednieuwe tenniscentrum op. Bij de mannen schopten Viktor Troicki en Janko Tipsarevic het tot de wereldwijde top-10.

Een indrukwekkende lijst voor een klein land als Servië, dat helemaal geen tennistraditie heeft. Volgens Jovanovic is het geen toeval dat juist deze sporters, groot geworden in de jaren negentig, zich ontwikkelden tot de gouden generatie.

Als kinderen zagen zij het land waarin ze geboren waren, Joegoslavië, met veel bloedvergieten uit elkaar vallen. Servië - destijds nog de federale republiek Joegoslavië - voerde oorlogen tegen Bosnië en Herzegovina en Herzegovina en Kosovo, waarbij tienduizenden burgerdoden vielen. De internationale gemeenschap strafte het land met economische sancties, die leidden tot grote armoede onder de Servische bevolking.

Ook op sportief gebied golden er beperkingen: in 1992 en 1994 mocht Joegoslavië vanwege de VN-sancties niet meedoen aan de Olympische Spelen. Toen het basketbalteam - nationale sport nummer 1 -in 1995 weer deelnam aan internationale wedstrijden, won het direct de Europese titel. Het jaar erna volgde zilver op de Spelen van Atlanta.

Er is een verband tussen het succes en de sancties, daarvan is Jovanovic overtuigd. 'Alle atleten hongerden na die jaren naar competitie. We wilden de wereld laten zien dat wij, Serviërs, niet minder waard zijn.' Ook Djokovic bezit die mentaliteit, waarachter verongelijktheid een sterke motor vormt. Iedereen is tegen ons, maar we zullen op het sportveld hun ongelijk bewijzen, is de gedachte.

Volgens dezelfde redenering vergeleek vader Djokovic zijn zoon zelfs met Jezus Christus, toen Novak dagenlang vastzat in Australië vanwege het ingetrokken visum. Want hoe extreem die vergelijking ook mag klinken, met de teneur zijn veel Serviërs het eens: in hun ogen was Djokovic een martelaar, geofferd op het Australische COVID-19-altaar. Terwijl Djokovic vastzat in Australië, gingen fans voor hem de straat op in Belgrado.

Beeld: Reuters | Burgemeester Marko Carevic van Budva in Montenegro ontvangt Novak Djokovic. De tennisser is na de vaccinatierel in Australië uitgeroepen tot ereburger van de badplaats.

Beeld: Reuters | Burgemeester Marko Carevic van Budva in Montenegro ontvangt Novak Djokovic. De tennisser is na de vaccinatierel in Australië uitgeroepen tot ereburger van de badplaats.
Beeld: Reuters | Burgemeester Marko Carevic van Budva in Montenegro ontvangt Novak Djokovic. De tennisser is na de vaccinatierel in Australië uitgeroepen tot ereburger van de badplaats.

Politiek symbool

Zelfs de Servische president Aleksandar Vucic koos in januari het kamp van Djokovic en beschuldigde de Australische overheid van liegen, omdat die tijdens de rechtszaak stelde dat minder dan de helft van de Serviërs gevaccineerd is, terwijl het percentage in feite op 58 procent ligt.

Bij terugkeer in Servië werd Djokovic als een held ontvangen en ging hij op een officieel bezoek bij de rechtse president. De relatie tussen Djokovic en Vucic was niet altijd zo goed - in december steunde de tennisser nog grote milieuprotesten tegen de regering - maar tijdens de vaccinatieaffaire was er een gemeenschappelijke vijand, en dan sluiten de Servische gelederen zich snel.

Ook dat heeft te maken met het gedeelde lijden uit de jaren negentig, denkt oud-trainer Bogdan Obradovic. 'En Novak heeft veel geleden. Zijn familie was arm, zoals iedereen. We hadden geen salaris, geen benzine, niks.'

Vanuit zijn strak ingerichte appartement, op de negende verdieping van een pas gebouwde wolkenkrabber, gebaart hij trots naar de buurt in aanbouw om hem heen. 'Dit is het nieuwe Belgrado. Novak is zo populair omdat hij het gezicht is van de nieuwe tijd in Servië.'

Zelf voelt Obradovic sinds een paar jaar afstand tot zijn pupil, met wie hij achttien jaar lang werkte en in 2010 de Davis Cup won. 'Novak is veranderd sinds hij nummer 1 werd.' Zo neemt de tennisser geen vaccin, maar bezoekt hij graag 'energiepiramides' in Bosnië en Herzegovina en Herzegovina voor zijn gezondheid.

Oud-trainer Obradovic hekelt ook het veganistische dieet van de tennisser - 'Wat kun je iemand nog te eten of drinken aanbieden?' - en oppert een in Servië populaire verklaring voor Djokovic' alternatieve neigingen: de invloed van zijn vrouw Jelena.

In Djokovic' eigen restaurant Novak, een paar kilometer verderop, is het menu overigens allesbehalve veganistisch, want de kassa moet in het vlees-lievende Servië ook blijven rinkelen. Tussen de foto's en trofeeën van Djokovic werken zakenmensen en toeristen hun lunch naar binnen. Bij de deur staat een levensgrote sculptuur van Djokovic, uitgedost als middeleeuwse krijger, met tennisracket in de hand.

Kritiek op Djokovic blijft in Servië beperkt tot een kleine groep onderzoeksjournalisten. Zij wijzen erop dat de familie Djokovic voor haar bouwprojecten - het nieuwe tenniscentrum, maar ook andere vastgoedinvesteringen in Belgrado - werkelijk alles gedaan krijgt bij de gemeentelijke politiek.

Ook het feit dat Djokovic na het winnen van de ATP-beker met Servië in 2020 een rechts-nationalistisch lied zong, glijdt hier in de publieke opinie moeiteloos van hem af. Hetzelfde geldt voor de foto uit 2021, waarop de tennisser te zien is met een ex-commandant van een paramilitaire groep, die meedeed aan de genocide in Srebrenica. Het patroon maakt dat Djokovic ook in andere Balkanlanden bekend staat als Servië's nationale ambassadeur, maar dan in negatieve zin.

In groep 3 van de Boris Stankovic-school zijn de beschuldigingen van corruptie en extreemrechts nationalisme ver weg. Hier wil iedereen later Novak Djokovic worden, en op zijn minst een foto met hem als hij langskomt, zoals conciërge Petar vol trots laat zien op zijn telefoon. 'Hij is een familieman', verklaart directeur Rakocevic goedkeurend. 'Novak respecteert de Servische patriarchale waarden.'

Op haar directeurskamer van zijn oude basisschool hangt een ingelijste foto van de tennisser, vlak onder een portret van maarschalk Tito. De in 1980 overleden oud-president is in voormalig Joegoslavië nog altijd populair, als nostalgische herinnering aan de tijd voor de bloedige splitsing. 'Eerst dachten buitenlanders bij Servië aan Tito, later werd dat helaas Milosevic', zegt Rakocevic. 'Nu hebben we hem weggewassen met Novak Djokovic.'