Wim Wijn is evenals de Volkskrant 100 jaar. Hoe kijkt deze voormalige bakker en emballeur terug op de afgelopen eeuw, en wat vindt hij van het huidige tijdsgewricht?

Dit artikel is afkomstig uit de Volkskrant. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Bij binnenkomst zegt Wim Wijn na een ellebooggroet: "Kom mee, ik moet je wat laten zien." Hij loopt rechtdoor zijn woonkamer in en houdt halt bij het grote raam aan de straatkant. Dan draait hij zich om en zwijgt, maar straalt van trots. Op de vensterbank staan twaalf sierpotten met orchideeën in volle bloei, wit, lila en knalpaars. Ook de gave, glanzende bladeren verraden de groene vingers van hun verzorger.

In een andere kamer heeft hij nog een verzameling cactussen, vetplanten en geraniums. Al het groen in huis in bloei brengen, is zijn grote passie. Later zal hij vertellen dat hij in zijn lange leven zijn werkelijke roeping is misgelopen. Zijn verhaal doet de honderdjarige Eindhovenaar vol vuur en passie, zonder omhaal van woorden. Over sommige gebeurtenissen kan hij nog steeds diep verontwaardigd zijn.

Aan welke periode in uw leven denkt u het vaakst terug?

"Aan de tijd dat ik met mijn eerste vrouw Toos bij mijn schoonouders inwoonde. Toos en ik hadden een goed huwelijk, ik was stapelverliefd op haar, we waren zo hecht, deden alles samen. We hadden elkaar in 1946 leren kennen op dansles en na 8,5 jaar verkering konden we eindelijk trouwen, dankzij mijn schoonouders. Door de grote woningnood na de oorlog lukte het ons al die jaren niet een eigen woning te vinden, dus woonden we allebei nog thuis. Inmiddels was ik 32 jaar en Toos 30."

"We besloten te emigreren om samen een leven te kunnen opbouwen. Een week na deze aankondiging, zei mijn schoonvader: we hebben erover nagedacht en bouwen een extra kamer aan ons huis, zodat jullie bij ons kunnen intrekken. Dat hebben we gedaan. Zo konden we eindelijk trouwen. Vijftien jaar lang hebben we bij hen in huis gewoond. Ze lieten ons helemaal vrij. Mijn schoonouders waren zulke lieve, zachtaardige mensen, ze behandelden mij als hun eigen zoon. Ik was erg aan hun gehecht. Later, toen ze oud waren, zei ik tegen Toos: we nemen je ouders nu bij ons in huis. We hebben hen beiden tot het einde verzorgd."

Hoe kijkt u terug op uw jeugd?

"Als een moeilijke tijd. Er was armoe, ik was vaak ziek en kon slecht leren. Ik had dikwijls barstende hoofdpijn, zo erg dat ik ervan moest overgeven. Zo liep ik op de lagere school een achterstand op. Ik ben drie keer blijven zitten. Bijles bestond toen niet. Ik heb nooit begrepen waarom geen van mijn broers en zussen, zes in totaal, mij hielp met mijn schoolwerk."

"Mijn moeder was tegen mijn huwelijk. Ze wilde haar kinderen bij zich houden. Mijn zus Ria heeft haar moeten beloven nooit te zullen trouwen. Ik vond dat erg egoïstisch en zei mijn zus dat ze niet naar haar moest luisteren. Ze heeft het wel gedaan en heeft tot de dood van onze moeder voor haar gezorgd. Ria was 45 jaar toen ze aan haar eigen leven kon beginnen."

Hoe kwam u op het idee om bakker te worden?

"In die tijd had je niets te zeggen over wat je wilde worden. Ik ging op mijn 14de naar de Fraters van Tilburg, een rooms-katholieke broedercongregatie. Met als doel zelf frater te worden. Het leren ging daar ook niet zo goed, daarom werd ik in de bakkerij geplaatst. Daar heb ik het bakkersvak geleerd. Na twee jaar ben ik weggegaan en in een bakkerij in Eindhoven gaan werken. Dat was regelrechte uitbuiting. Ik werkte 6,5 dag per week lange dagen van wel tien uur voor tien gulden in de week."

"Dat het uitbuiting was, ontdekte ik toen ik tijdens de oorlog twintig maanden in Duitsland tewerkgesteld werd in een bakkerij in een dorp vlakbij Duisburg. Daar was een werkdag acht uur. Ik verdiende ruim het dubbele, 25 mark per week, inclusief kost en inwoning. Ik had het daar dus beter dan in Nederland."

Waren de arbeidsomstandigheden voor bakkers na de oorlog beter?

"O nee, de uitbuiting ging door. Bij de eerste bakker waar ik na de oorlog ging werken, kreeg ik maar 2,50 gulden per week. Het was er een bende, dus na twee weken vertrok ik weer. De volgende bakkerij betaalde ook 2,50 gulden voor 6,5 dag. Na twee jaar vond ik een andere baas waar ik tien gulden per week kreeg, maar we maakten veel te lange dagen. En doordat ik bij de vakbond zat, wist ik dat we recht hadden op 25 gulden loon."

"Ik vertelde de bond over de slechte arbeidsomstandigheden, en toen kwam er een controleur langs. Die ontdekte ook dat mijn baas helemaal geen werkvergunning had. Mijn baas was ziedend over de controle. Tegen mijn broer, die in zijn winkel werkte, zei hij: 'Als ik degene die de bond heeft ingeschakeld te pakken krijg, dan zal die het weten!' De volgende dag ben ik op mijn baas afgestapt: 'En, wat zal gij dan doen?' Daarop zweeg hij."

"Mijn volgende werkgever bleek ook een slavendrijver, die, daarbij gesteund door mijn moeder, mij zelfs dwong te werken toen ik erg ziek was. Ik dacht: ze kunnen allemaal de pot op, en ik besloot bij Philips te solliciteren. Daar kon ik een paar dagen later aan de slag op de pakkerij, als emballeur. Ik heb daar alles ingepakt, van röntgenapparatuur tot gehoorapparaten. Dat werk heb ik altijd graag gedaan."

Heeft u ooit betreurd dat u geen frater kon worden?

"Het leek mij toen ik erheen ging het toppunt van goedheid om frater te zijn." (Na een korte stilte:) "Maar wat we nu allemaal weten over het misbruik in zulke instellingen…"

Bent u zelf ook misbruikt?

"Ja, ik heb het zelf ook meegemaakt. De fraters hadden een schoenmakerij, waar elke leerling naar toe moest om nieuwe schoenen te laten aanmeten. De frater die dat deed, een magere man, kwam tijdens het meten tot de verkeerde handelingen. Ik schrok en durfde niks te doen. Ik was een klein manneke en zo groen als gras, ik wist helemaal niets van seks. We waren in die tijd zo dom als een koe. Wel voelde ik dat het niet klopte wat er gebeurde."

"Niet veel later zag ik een andere jongen met een vuurrode kop bij dezelfde frater vandaan komen. Ik dacht: hem is hetzelfde gebeurd. Dit is de lelijke kant van het leven. Ik heb er niemand over verteld, ook thuis niet. Ik had angst voor mijn strenge ouders. Ik was bang dat ze boos zouden worden en mij er de schuld van zouden geven, zo van: je zult het er wel zelf naar gemaakt hebben."

Die angst om erover te vertellen heerst nog steeds, zoals nu blijkt uit het misbruik bij The Voice.

"Nog steeds durven kinderen en jongeren die worden misbruikt niks te zeggen. Dat komt door de scheve machtsverhouding. Die jongeren die meededen aan The Voice hoopten door te breken in de muziek en waren afhankelijk van de mensen die hen beoordeelden, daarom hielden ze hun mond. Het is goed dat hier tegenwoordig open over gesproken wordt. Het moet aangepakt worden. Die frater die mij en andere jongens heeft misbruikt is daar altijd blijven werken, wat hij heeft gedaan is nooit ontdekt. Tegenwoordig gaat dat gelukkig anders."

Hoe heeft u het misbruik verwerkt?

"Door er niet aan te denken, het van mij af te zetten."

Bent u ook zo omgegaan met andere tegenslagen in uw leven?

"De vroege dood van mijn eerste vrouw op haar 51ste en de lange periode van dementie van mijn tweede vrouw Jo heb ik doorstaan met de wil verder te leven. Dat Toos en ik geen kinderen konden krijgen was jammer, maar we hebben er niet zielig over gedaan want daar schiet je niks mee op. Het is belangrijk vooruit te kijken, niet achterom, en te genieten van wat je wel hebt. En rechtop te blijven lopen. Ik kan zeggen dat het goed met mij gaat."

"Ik ben dankbaar dat Marie-Anne, de dochter van Jo, zo goed voor mij is. Tijdens de eerste coronaperiode heb ik elf maanden bij haar ingewoond. Dat was fijn. Ze voelt als mijn eigen dochter. Ze komt vaak langs, wast mijn lakens en overhemden en zet het vuilnis buiten. Verder doe ik alles zelf. Ik bak mijn eigen brood, maak elke dag een wandeling en elke woensdagavond speel ik jeu de boules. Mijn specialist zegt dat ik nog wel vijftien jaar meekan."

Zou u dat willen, 115 jaar worden?

"Als het zo blijft gaan als nu, zeg ik ja."

Is er iets in uw leven waarvan u zegt: dat had ik anders moeten doen?

"Als ik het over mocht doen, zou ik beslist geen bakker zijn geworden. Dat is keihard werken en alles wat je maakt wordt opgegeten. Tuinman past veel beter bij mij. Ik geniet van planten verzorgen, stekken, ze gezond houden en zo mooi mogelijk laten bloeien. Als tuinman had ik mij gelukkiger gevoeld."

Heeft u een tuinierstip?

"Als je een geranium wilt stekken, moet je een loot schuin afsnijden en een paar uur laten liggen zodat de wond kan drogen. Daarna maak je een sneetje onderaan het steeltje en stop je daar een haver- of roggekorrel in. Vervolgens doe je het stekje in een pot met aarde en geef je het twee keer per week een scheutje water. Die korrel wil ook groeien en trekt water aan. Daar groeit het stekje goed van. Die korrel heb ik zelf bedacht, het werkt, probeer maar."

Wim Wijn

Geboren: 4 januari 1922 in Eindhoven
Woont: zelfstandig, in Eindhoven
Familie: een zus (98), vier bonuskinderen en hun zes kleinkinderen en zes achterkleinkinderen
Weduwnaar: sinds maart 2004