Tijdens een interview over Bloedgabbers, een boek over de spectaculaire overvallen van Jan Boellaard, duikt onverwachts de Heinekenontvoerder zélf op. Het leidt tot een uniek gesprek, waarbij regelmatig zijn ogen oplichten. 'Spijt? Ik heb de tijd van mijn leven gehad.'

Dit artikel is afkomstig uit het AD. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

"Normaal gaat hier nooit de bel rond deze tijd. Ik word er onrustig van." In het kleine atelier van schilderijenrestaurator George Boellaard (61), om de hoek van de Prinsengracht, is het met een fotograaf en een journalist plotseling inschikken. Met stuurse blik poseert George Boellaard voor de fotograaf. Behoedzaam tilt een collega van George een 17de eeuws zeegezicht van Ludolf Bakhuysen van de ezel om in het souterrain verder te werken.

De drukte in zijn atelier is vanwege het verschijnen van Bloedgabbers van George Boellaard, het tweede boek over de overvallersjaren van zijn broer Jan, samen met Frans Meijer en Cor van Hout. Het boek, een bewerking van vijftienhonderd pagina's bajesnotities van Jan Boellaard (69), behandelt de jaren 1977 tot 1983. De drie mannen uit de Amsterdamse Staatsliedenbuurt hebben dan al diverse inbraken en twee succesvolle bankovervallen gepleegd, waaronder de spectaculaire speedbootroof op de Gemeentegiro aan het Singel in Amsterdam.

Hun criminele verbond heet de Epancratius, naar de naam van een bodybuilder. Het motto van de Epancratius luidt: 'Wie niet steelt of erft, zal werken tot hij sterft.'

Het Gemeentegirokantoor kort na de overval (10 oktober 1980).

Het Gemeentegirokantoor kort na de overval (10 oktober 1980).
Het Gemeentegirokantoor kort na de overval (10 oktober 1980).
Foto: Stadsarchief Amsterdam

Boellaard, Meijer en Van Hout zijn nog steeds twintigers, maar hebben in zakelijk opzicht al het nodige meegemaakt. Ze hebben een aannemersbedrijf, gaan failliet en maken een doorstart met bouwbedrijf Jadu BV. Voor de buitenwereld lijken het geslaagde ondernemers die rondrijden in een dikke Mercedes en gul rondjes geven in de kroeg. Maar tegenslagen in het bedrijf zorgen soms voor geldgebrek, waarna de volgende overval wordt beraamd. In een paar jaar tijd maken ze ruim 7,5 miljoen gulden buit.

Naar aanleiding van de gewelddadige bankovervallen, waarbij ze over de balie springen en kogels afvuren, gaan banken zich beter beveiligen. Bankmedewerkers werken steeds vaker vanachter kogelwerend glas. Dat noopt ook het trio tot het bedenken van nieuwe methoden. "Ze leren van foutjes, de modus operandi verandert. Daarnaast zie je dat ze steeds harder worden", zegt George Boellaard. "Als ze zich gaan toeleggen op waardetransporten, schieten ze twee keer zonder pardon de hond van een bewaker neer."

Holleeder, Van Hout, Boellaard en Meijer in Las Vegas.

Holleeder, Van Hout, Boellaard en Meijer in Las Vegas.
Holleeder, Van Hout, Boellaard en Meijer in Las Vegas.
Foto: Just Publishers / Bloedgabbers

De serie gewapende overvallen noemt George Boellaard 'verwerpelijke daden.' Tegelijkertijd is hij onder de indruk van het vakmanschap waarmee ze zijn voorbereid en uitgevoerd. "Het is moeilijk om daar géén bewondering voor op te brengen. Ook voor de volharding, de toewijding en de durf die ze hadden. Ze hadden wel degelijk angst tijdens die overvallen, maar ze leerden daarmee om te gaan."

"Jan is de technische man. Als die een deur ziet, weet hij meteen hoe die open gaat. Ze vinden vaak heel eenvoudige oplossingen. Dan staan ze voor een heel ingewikkelde elektronische slagboom met een magneetkaartje, cutting edge technology voor die tijd, en dat lossen ze op door de slagboom los te schroeven. Het is een vroege vorm van hacken."

Hun vindingrijkheid uit zich in een overval in 1980 op een waardetransport bij het Surinameplein. Om te voorkomen dat een geldwagen dicht tegen het bankgebouw kan parkeren, versperren ze de weg naar de bank met bouwmateriaal en een bouwcontainer. "Als je het over bewondering hebt, komt deze overval het dichtst in de buurt", zegt George Boellaard. "Omdat er een psychologisch spel gespeeld wordt. Mensen gaan zich pas na drie dagen afvragen waarom niemand iets met dat bouwafval doet. Pas dan dringt de volle omvang van de overval tot ze door."

Jan Boellaard op de bruiloft van Frans.

Jan Boellaard op de bruiloft van Frans.
Jan Boellaard op de bruiloft van Frans.
Foto: Just Publishers / Bloedgabbers

Het is ook de periode dat Willem Holleeder wordt ingelijfd bij het criminele genootschap.

Voordat George kan antwoorden, gaat opnieuw de bel. Hij schrikt op en doet de deur open. "Kijk nou eens, de grote bandiet zelf!" roept hij uit. Voor hem staat Jan Boellaard, hijgend achter zijn mondkapje van de wandeling. Zonder veel te zeggen neemt hij een kop koffie en schuift aan.

"We hadden het net over de introductie van Holleeder", zegt George. "Ja, nu we de bron zélf hier hebben, kunnen we het net zo goed aan hem vragen."

Jan praat in korte zinnen. "Holleeder werkte eerst als chauffeur. Het was een groentje, op crimineel gebied."

George: "En toen het bouwbedrijf failliet ging, werkte hij als bodyguard van Cor, om schuldeisers op afstand te houden."

Jan: "Of hij ging geld ophalen waar we nog rekeningen open hadden staan. Sloeg hij met zijn vuist op tafel. 'En nu gaan jullie betalen!' Met een grote kwaaie kop kijkend."

In 1981 betrekken jullie hem bij een overval, omdat jullie zijn kracht konden gebruiken?

Jan: "Ja, aan de Oosterdokskade. Hij moest een erg zware postzak vol geld sjouwen." (Houdt een denkbeeldige zak voor zijn buik.) "Zó hoog, zó dik. Toen hebben we hem officieel in de Epancratius ingelijfd."

Eerst als dommekracht dus?

Jan: "In feite wel. Ik was in het begin niet zo te porren voor het idee, Frans ook niet. Uiteindelijk mocht hij wel meedoen, maar moest hij zijn mond houden. Hij had geen stemrecht."

Midden jaren negentig, als Jan Boellaard vastzit wegens het doodschieten van een douanebeambte, begint hij zijn memoires uit te werken. Wanneer Holleeder daar lucht van krijgt, neemt hij contact op en maakt duidelijk dat hij niet genoemd wil worden. Boellaard vindt dat prima. Voor hem maakte Holleeder toch nooit echt deel uit van Epancratius. Als dank laat Holleeder nog een stapel spijkerbroeken en T-shirts bezorgen.

Als George Boellaard jaren later het manuscript doorneemt, is hij het niet eens met die weglating. "Ik ging geen boek schrijven waar Willem Holleeder niet in voorkomt. Uiteindelijk is Jan overstag gegaan. Jan heeft Holleeder nooit echt sympathiek gevonden. Holleeder heeft ook maar meegewerkt aan twee overvallen. Zijn rol was bescheidener dan hij zelf naar buiten bracht. Tijdens het Holleederproces heeft hij gezegd dat hij twee overvallen heeft gepleegd. Nou, hij was niet meer dan het hulpje."

Steekt het ergens dat hij de bekendste crimineel van jullie vier is geworden?

"Nee, dat vind ik niet erg", zegt Jan. "Hij zit levenslang, ik niet."

De criminele vrienden Frans Meijer, Jan Boellaard en Cor van Hout gingen ook regelmatig samen met de vrouwen op vakantie.

De criminele vrienden Frans Meijer, Jan Boellaard en Cor van Hout gingen ook regelmatig samen met de vrouwen op vakantie.
De criminele vrienden Frans Meijer, Jan Boellaard en Cor van Hout gingen ook regelmatig samen met de vrouwen op vakantie.
Foto: Just Publishers / Bloedgabbers

George, wanneer besefte je dat je oudere broer een gezochte zware crimineel was?

"Pas bij de ontknoping van de Heinekenontvoering. Mijn broer Hennie waarschuwde me dat er iets vreemds aan de hand was. Agenten met uzi's waren bij hem binnengevallen. 'Dat kan alleen maar met Heineken te maken hebben', zei hij. Om 7 uur 's avonds was het op het journaal. Voor die tijd heb ik nooit iets vermoed. De memoires van Jan heb ik dan ook met ongeloof gelezen. De eerste overvallen bereidden ze voor terwijl we nog bij mijn ouders in de Keucheniusstraat woonden. Ze overlegden in piepkleine kamertjes en wij hebben niks doorgehad."

Jan, heb je achteraf spijt van je daden?

"Nee, ik heb er geen spijt van. Ik heb ervan genoten toen ik jong was. Ja, dat we die honden hebben doodgeschoten, daar heb ik spijt van natuurlijk."

Bij een overval op de Makro hebben jullie ook een beveiliger neergeschoten. Heb je daar spijt van?

Jan zwijgt.

George: "Ze hebben die risico's bewust genomen. Het is gevaarlijk om met al dat wapentuig over straat te gaan. Het was de levensstijl van Jan, Frans en Cor die slachtoffers uitlokte."

Heb je er spijt van dat de Heinekenontvoering is mislukt?

"Natuurlijk heb je er spijt van, als je wordt gepakt", zegt Jan, nu grinnikend. "Misschien hadden we harder moeten zijn. Na een paar dagen hebben we opdracht gegeven om geld te brengen. Dat werd door de politie afgewezen. Als we meer gangster waren geweest, dan hadden we Doderer (Heinekens chauffeur die ook werd ontvoerd, red.) misschien omgelegd. In Italië hadden ze het zo gedaan, maar we waren niet gangster genoeg."

De criminele vrienden Frans Meijer, Jan Boellaard en Cor van Hout gingen ook regelmatig samen met de vrouwen op vakantie.

De criminele vrienden Frans Meijer, Jan Boellaard en Cor van Hout gingen ook regelmatig samen met de vrouwen op vakantie.
De criminele vrienden Frans Meijer, Jan Boellaard en Cor van Hout gingen ook regelmatig samen met de vrouwen op vakantie.
Foto: Just Publishers / Bloedgabbers

Wat stond jou het meest tegen toen je Jans memoires las, George?

"Niet zozeer de memoires, maar Jan is in de loop der jaren als mens veranderd. Hij begon erg onaangenaam te worden. De memoires hebben een hernieuwde eerlijkheid gebracht. Het was goed voor ons contact. Al is Jan niet meer zo'n prater. Vroeger was hij breedsprakiger, maar hij heeft aangeleerd te zwijgen."

Jan: "Wie de waarheid vertelt, haalt de vijand op zijn hals."

George: "Het blijft een beetje discutabel natuurlijk, deze boeken over hun misdrijven. Want die vallen niet goed te praten. Maar ongemerkt krijgt de lezer iets van sympathie voor die jongens. Ik heb hetzelfde als ik een goede biografie van Hitler lees, niet dat ik die sympathiek vind, maar toch denk ik op een gegeven moment: wat als hij niet Polen binnenvalt! Maar het blijft een goed verhaal natuurlijk, ook als het niet van mijn broer zou zijn."

Bloedgabbers.

Bloedgabbers.
Bloedgabbers.
Foto: Just Publishers / Bloedgabbers

Dit boek gaat tot het jaar 1983. Er komt ook een deel drie over de Heinekenontvoering. Waarin gaat dat boek verschillen van de bestseller van Cor van Hout en Peter R. de Vries?

George: "Het boek gaat Het gebeurde in het Westen heten, als verwijzing naar de filmklassieker. Once upon a Time in Amsterdam West. Verschillen zijn er zeker. In het boek van Cor is de hele voorgeschiedenis weggelaten. Dat had een reden, want die overvallen waren toen nog niet verjaard. Jan heeft heeft de neiging om eerlijker te zijn. Er komen minder vleiende details naar voren. Cor schetste een wat al te rooskleurig beeld, het echte verhaal is harder."

Soms gaat 'de film' door zijn hoofd

Marechaussee Paul van Hove overleefde ternauwernood een vuurgevecht met de latere Heinekenontvoerders en schreef er het boek 146 Schoten over.

In de vroege ochtend van 16 oktober 1977 hield Van Hove met een politiecollega een verkeerscontrole, toen hij bij de NDSM-werf in Amsterdam een Opel Rekord zag keren. In een politie-Kever achtervolgden ze de auto, waarbij ze al werden beschoten. Omdat de voorruit versplinterde, kreeg Van Hove glassplinters in zijn ogen. Bij de Czaar Peterstraat kwam het tot een vuurgevecht, waarbij Jan Boellaard drie kogels in zijn lijf kreeg. De latere Heinekenontvoerders wisten toch te ontkomen.

Foto's van de recherche tonen de brandwonden van Jan, die de schotwonden van 1977 moesten verhullen.

Foto's van de recherche tonen de brandwonden van Jan, die de schotwonden van 1977 moesten verhullen.
Foto's van de recherche tonen de brandwonden van Jan, die de schotwonden van 1977 moesten verhullen.
Foto: Sjerp Jaarsma

Een opmerkelijk verschil tussen de lezing van Jan Boellaard en die van Paul van Hove is hoe Boellaard is verzorgd aan zijn schotwonden. In Bloedgabbers wordt beschreven dat Meijer en Van Hout met onder andere een geslepen aardappelschilmesje de kogels hebben geprobeerd te verwijderen uit het lichaam van Boellaard. Volgens Van Hove heeft een verpleegkundige destijds de zwaargewonde overvaller behandeld. Ze zou de dochter zijn van een politiecommissaris, die een onderzoek in die richting zou hebben gedwarsboomd. (Jan Boellaard noemt dat 'onzin'.)

Na de schietpartij opende Paul van Hove een jarenlange jacht op de daders. Hoewel hij de gezichten van Boellaard, Meijer en Van Hout herkende van politiefoto's, werden ze wegens gebrek aan bewijs nooit veroordeeld. "En dat terwijl er onder meer bloed en vingerafdrukken van ze zijn gevonden", zegt Van Hove.

Gesteund door zijn vrouw wist Van Hove de schietpartij te verwerken. Maar op sommige momenten gaat 'de hele film' weer door zijn hoofd heen. "Ze weten niet wat ze hebben teweeggebracht", zegt Van Hove. "Ik heb het meest te doen met de familie van de douanebeambte die Boellaard heeft doodgeschoten. Dat is zo laag, zo gemeen. Ik vind het triest dat hij vrij rondloopt, terwijl anderen voor het leven getekend zijn."