Vijftien jaar geleden werden in Zeeland de eerste Auris-behandelgroepen opgezet voor peuters met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en dove of slechthorende peuters.

Dit artikel is afkomstig uit PZC. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Het jubileum is alle reden voor een feestje, al was het maar omdat ouders niet meer uit de provincie Zeeland hoeven voor een behandeling.

Kinderen die niet of slecht brabbelen en als peuter pas heel laat beginnen met woordjes. En áls ze dan gaan praten, weinig. Die niet goed verstaanbaar zijn en niet op woorden kunnen komen. Die, op latere leeftijd, verhalen vertellen zonder kop of staart. "Dat zijn rode vlaggen", vertelt Renate van den Berg.

Zij is bij Auris teamleider van de behandelgroepen Zeeland en Noord-Brabant. Auris begeleidt in Zeeland zo'n veertig kinderen met een taalontwikkelingsstoornis of gehoorbeperking. Zo'n vijftien kinderen van nul tot vijf jaar bezoeken de locaties in Vlissingen of Goes, in groepjes van maximaal acht kinderen. Nog eens twintig kinderen in de leeftijd van nul tot twintig jaar krijgen ambulante begeleiding thuis, op voorschoolse centra of op school.

Sommige kinderen met TOS worden stil en teruggetrokken, vertelt Van den Berg. "Dat is niet hetzelfde als verlegenheid. Deze kinderen hebben meer tijd nodig om te reageren of een zin te formuleren, maar krijgen wat in hun hoofd zit niet uit hun mond en laten het dan maar. Andere kinderen reageren fysiek. Vragen om een potlood is lastig, dus pakken ze het gewoon."

Ook onderhandelen en een gesprek aangaan - op een ander reageren - is voor deze kinderen moeilijk. Het zijn sociale vaardigheden die andere kleuters als vanzelf aanleren bij het samenspelen. Ook hier geldt weer: elk TOS-kind is anders. "Sommige kinderen begrijpen wel alles maar hebben moeite met spreken en schrijven. Anderen hebben op beide vlakken problemen. Vaak blijven later de studieresultaten achter, al is er met de intelligentie niets mis. Bijvoorbeeld omdat ze er niet in slagen begrijpelijk antwoorden te geven. Dan staat het er wel, maar zonder kop of staart opgeschreven. Of ze hebben moeite met een samenhangend betoog."

Relaties

Een vroege diagnose is belangrijk, benadrukt Van den Berg. "Hulp tijdens de taalgevoelige periode - tot een jaar of zeven - is het meest effectief. Je kunt dan strategieën leren om ermee om te gaan. Bovendien voorkom je dan extra problemen op het gebied van gedrag, sociaal-emotionele ontwikkeling, het aangaan van relaties, schoolprestaties en leerproblemen."

Kinderen bij Auris worden behandeld door een (ortho)pedagoog, logopediste, kinderoefentherapeut en ouderbegeleider. Zij leren het kind strategieën aan en werken aan het zelfvertrouwen bij de communicatie.

Taal wordt op een speelse manier gestimuleerd, waarbij ook de ouders - en eventueel de grootouders - betrokken worden. Van den Berg: "We leren ouders en kinderen bijvoorbeeld om ondersteunende gebaren te gebruiken, zoals het aantrekken van een jas als je vraagt of iemand zijn jas wil aantrekken. Of hoe je een kind kunt helpen door te herhalen en aan te vullen als een kind het lastig vindt om de juiste woorden te vinden. Alles is erop gericht de taal meer bij het kind binnen te laten komen, taal te leren gebruiken en zich vervolgens communicatief te redden in verschillende situaties."

TOS heeft een neurobiologische oorzaak. De aandoening komt vaker voor bij jongens en is erfelijk. TOS komt relatief vaak voor - vijf tot 7 procent van de kinderen krijgt de diagnose.

Renate van den Berg: "In een klas van 23 à 30 kinderen zitten gemiddeld twee leerlingen met TOS. Toch is het veel minder bekend dan autisme, wat maar bij 1 procent van de kinderen voorkomt. De kans dat ouders en leerkrachten het als aandoening herkennen, is niet groot."