Jerry Allon uit Utrecht is voor 70 procent afgekeurd en werkt naast zijn Wia-uitkering. Door een misverstand verdiende hij bij de overgang van vaste baan naar zzp'er 384 euro te weinig om aan de regels te voldoen. Dat kost hem nu het 14-voudige.

Dit artikel is afkomstig uit Trouw. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Werken naast een uitkering: als de situatie stabiel is, gaat het vaak goed. Maar verandert de situatie, dan liggen problemen al snel op de loer. Daar weet ook Jerry Allon inmiddels alles van. Een op het oog vrij onschuldig inschattingsfoutje maakt dat hij nu duizenden euro's aan uitkeringsinstantie UWV moet terugbetalen. "Daarbij heb ik nog het geluk dat ik een goed netwerk om me heen heb, met mensen die me nu financieel steunen", vertelt hij. "Had ik dat niet, dan had ik mijn huis moeten verkopen omdat ik de vaste lasten niet meer kan betalen."

Als veelbelovende jonge ING-medewerker kreeg Allon twaalf jaar geleden te maken met een psychose. Werken zoals voorheen ging niet meer: hij werd voor 70 procent afgekeurd. Toch vond hij een nieuwe balans. Jaren werkte hij naast zijn Wia-uitkering in vaste dienst als docent aan de Hogeschool Utrecht. Door persoonlijke omstandigheden kwam daar vorig jaar verandering in: hij besloot verder te gaan als zzp'er.

Omdat hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, moet zijn salaris in feite binnen een bandbreedte blijven. Verdient hij minder dan 585 euro per maand, dan verzaakt hij zijn werkplicht. Als hij boven de 1170 euro per maand uitkomt, dan presteert hij in feite meer dan de keuringsarts van uitkeringsinstantie UWV voor mogelijk houdt. In dat geval ligt een herkeuring dus in de rede, waarbij de uitkomst kan zijn dat hij voor een geringer percentage wordt afgekeurd.

Foutje met grote gevolgen

Bij Allon is nu het eerste aan de orde. Bij de overgang van vaste baan naar zzp'er zakt hij tijdelijk onder die vereiste 585 euro. "Ik dacht zelf dat ik er ruim boven zat", licht hij toe. "Want ik verdiende in vier maanden tijd ruim 3000 euro. Maar het UWV gaat uit van het belastbaar inkomen, niet van wat ik verdiend heb." Anders gezegd: de kosten die Allon maakt om zijn bedrijf draaiende te houden, moeten er nog vanaf. Evenals de arbeidskorting. Dan blijft er 1900 euro over, een kleine 100 euro per maand minder dan de ondergrens waar hij aan moet voldoen.

Allon zegt daar door het UWV niet op geattendeerd te zijn. "Maar ik ga zelf ook niet vrijuit: het is mijn plicht om kennis te nemen van de regels. Als ik die 384 euro die ik te weinig verdiend heb zou moeten bijbetalen, kon ik daar dan ook prima mee leven. En als het bedrag twee keer zo hoog werd bij wijze van boete, had je mij ook niet gehoord."

Uitkering meer dan gehalveerd

De werkelijkheid pakt echter een stuk desastreuzer uit. Zijn aanvullende uitkering zakt in één klap naar grofweg de helft van het minimumloon: zo'n 850 euro per maand, waar hij eerder op ruim 2000 euro kon rekenen. En dat geldt niet alleen voor de komende maanden, maar ook met terugwerkende kracht. Het UWV vordert voor de laatste vier maanden 5500 euro terug. "Dat is dus het veertienvoudige van die 384 euro die ik tekort kwam. Dan denk ik: is dat nou proportioneel?"

Het UWV neemt Allon daarbij weinig kwalijk. "Ze vonden het daar ook erg vervelend, maar zeggen niet anders te kunnen." Wel maakt hij zich kwaad over de politiek. "Er is voor de wet blijkbaar geen enkel verschil tussen de werkplicht volledig aan je laars lappen en na ruim tien jaar met een Wia-uitkering een keer een fout maken."

Het UWV heeft Allon toegezegd om nog eens naar zijn specifieke situatie te kijken. De wet, zo benadrukt een woordvoerder, is zo ingericht dat werken zo veel mogelijk loont. "Hoe meer iemand zijn mogelijkheden om te werken benut, hoe gunstiger de rekenregel is die wordt toegepast", legt hij uit.

Maar de keerzijde is dat een terugval dus ook gevolgen heeft, aldus de UWV-woordvoerder. "Wanneer inkomsten omlaag gaan, kun je in een ongunstigere rekenregel terecht komen, met als gevolg dat zowel je inkomsten als uitkering lager uitvallen. Wij begrijpen dat het heel vervelend is als dit je persoonlijk raakt, maar het is een direct gevolg van de huidige wet- en regelgeving."

Politiek zoekt een oplossing

De precieze situatie van Jerry Allon is vrij uniek en specifiek. Het komt niet vaak voor dat mensen een vaste baan naast hun Wia-uitkering opgeven om als zelfstandige verder te gaan. Wat wel breder speelt is dat een verandering in de werksituatie grote gevolgen kan hebben voor de uitkering die iemand krijgt. Zo becijferde de Landelijke Cliëntenraad (LCR) dat 60 procent van de mensen die naast een uitkering gaat werken daardoor in de problemen komt. In veel gevallen ontstaat dan tijdelijk een gat, omdat uitbetaling van loon, uitkering en toeslagen niet precies op elkaar zijn afgestemd.

Ook de overheid onderkent dat probleem. Staatssecretaris Dennis Wiersma van sociale zaken en werkgelegenheid stuurde vorige week nog een uitgebreide brief naar de Tweede Kamer. Een van de conclusies: het stelsel moet simpeler. "Door complexiteit komt het bereiken van het doel van het stelsel, het bieden van bestaanszekerheid en het bevorderen van werk, onder druk te staan." Het kabinet gaat daarom volgend jaar werk maken van een 'vereenvoudigingsagenda'.

Daarnaast laat het kabinet al onderzoek doen naar de 'hardvochtige effecten' die de wetgeving rond uitkeringen met zich mee brengt. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan de manier waarop de overheid geld terugvordert, ook in het voorbeeld van Jerry Allon. Omdat hij door omstandigheden tijdelijk 384 euro te weinig verdiend heeft, kan het UWV in feite niet anders dan de te veel ontvangen 5500 euro terugvorderen. Maar de politieke roep om meer maatwerk bij dit soort gevallen zwelt al een tijdje aan. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door uitkeringsinstanties de mogelijkheid te geven van die verplichting af te wijken als de situatie daarom vraagt.