Met het overlijden van Bob Dole heeft Washington een politicus van de oude stempel verloren: iemand die ondanks felle meningsverschillen een compromis met de tegenstander nooit schuwde.

Dit artikel is afkomstig uit de Volkskrant. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

De armoe die hem omringde toen hij opgroeide en de zware oorlogswonden tekenden decennialang het leven van Bob Dole. Tijdens de Grote Depressie zagen zijn ouders zich gedwongen naar de kelder van hun huis te verhuizen in het gehucht Russell in de prairiestaat Kansas. Om te overleven werd de rest van het huis verhuurd aan vreemden. Maanden voor het einde van de Tweede Wereldoorlog raakte de jonge luitenant Dole zo zwaargewond, dat niemand in zijn peloton nog een cent om zijn leven gaf.

Diezelfde Robert Joseph Dole, die zondag op 98-jarige leeftijd zijn laatste adem uitblies, zou het schoppen tot vicepresidents-en presidentskandidaat, en tot een van de machtigste Republikeinen in Washington. En nooit, géén seconde, vergat hij volgens vrienden en medewerkers de moeilijke jaren van zijn jeugd. Als Dole weer eens in het nieuws een verhaal had gehoord over een gezin dat het moeilijk had, stuurde hij geld of betaalde een rekening.

"Soms deed hij dit anoniem of onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat ze nooit mochten vertellen dat hij ze had geholpen", aldus Douglas MacKinnon, een voormalige Witte Huismedewerker die Dole een kwarteeuw kende, maandag in een opiniestuk. "Hij vertelde me dat hij het liefst niet wilde omgaan met iemand die nooit door het leven was getekend, omdat die persoon mogelijk geen band had met de 99 procent van de mensen die wél iets ergs in hun leven hebben meegemaakt."

'De man met de hakbijl'

Staatsman. Held. Patriot. Deze drie woorden werden de afgelopen dagen het meeste gebruikt, zowel door voor-als tegenstanders, om het politieke leven van Dole te omschrijven. Maar ook de karakterisering 'de man met de hakbijl', die hij opgespeld kreeg omdat hij president Richard Nixon ooit fel verdedigde, passeerde volop de revue.

Met Doles dood heeft politiek Washington weer een politicus van 'de oude stempel' verloren: iemand die ondanks felle meningsverschillen een compromis met de tegenstander nooit schuwde. "Hij daagde ons uit om de Amerikaanse idealen niet in twijfel te trekken of in te wisselen, maar waardig naar ze te handelen", aldus Nancy Pelosi, Democratisch leider in het Huis van Afgevaardigden. "Dat we samenwerkten aan de totstandkoming van wetten behoort tot mijn dierbaarste herinneringen aan de Senaat", aldus de Democraat Patrick Leahy.

Oorlogsheld

En dan te bedenken dat Dole het liefst chirurg was geworden. De ernstige verwondingen die hij in 1945 opliep toen hij nabij het Italiaanse Castel d'Aiano een medesoldaat probeerde te redden, maakte een einde aan die droom. "Ik lag met mijn gezicht in de grond", vertelde Dole daar later over. "Ik kon mijn armen niet zien of bewegen. Ik dacht dat ze weg waren."

Door een Duitse granaat was Dole vanaf de nek verlamd. Dagen later werd hij terug naar Kansas gestuurd. Verwacht werd dat hij daar zou sterven aan zijn verwondingen. Maar hij herstelde, na meer dan drie jaar ellende en talloze operaties.

Het imago van oorlogsheld en de lichamelijke tol die hij voor de reddingsactie de rest van zijn leven moest betalen - zijn rechterarm kon hij niet meer gebruiken - wekten de aandacht van de kiezers. Dole schopte het in 1961 tot lid van het Huis, in 1969 gevolgd door een carrière in de Senaat die tot 1996 zou duren.

Maar uiteraard koesterde hij ook Witte Huis-ambities. Zijn eerste gooi, naar het vicepresidentschap, liep echter uit op een mislukking. Samen met president Ford, die Nixon was opgevolgd, werd hij in 1976 verslagen door de onbekende Jimmy Carter.

Presidentskandidaat

Twintig jaar later, na twee mislukte pogingen naar de Republikeinse kandidatuur, was eindelijk zijn tijd gekomen. Maar ook in 1996 kon Dole zijn machtige positie als Republikeinse fractieleider in de Senaat niet verruilen voor het hoogste ambt. Zijn gevecht tegen president Bill Clinton was tot mislukken gedoemd.

Tegenover de populaire, succesvolle en vooral jonge Clinton stond een zeventiger, een politicus van de oude generatie. Dole was, tot onvrede van zijn campagne, ook niet bereid om mee te werken aan het opvijzelen van zijn saaie imago van Washington-insider. Zijn campagnetoespraken hadden veel weg van de lange redes die hij in de Senaat hield. In de laatste weken van de campagne leek ook hij tot het besef te zijn gekomen dat hij Clinton niet van een herverkiezing kon afhouden.

Dole trok zich niet bitter terug uit het politieke leven. Toen hij door Clinton in het Witte Huis de prestigieuze Vrijheidsmedaille opgespeld kreeg, begon hij zijn toespraak alsof hij werd beëdigd als president: "Ik, Robert J. Dole, zweer plechtig... Sorry verkeerde toespraak" - tot hilariteit van de aanwezigen.

In de jaren daarna zette Dole zich onder andere in voor oorlogsveteranen, dat deed hij tot aan zijn dood. De man die het levende bewijs was van de verschrikkingen van oorlog schudde ondanks zijn hoge leeftijd nog vaak de handen van lotgenoten bij het Tweede Wereldoorlogmonument in Washington.