Plots staat hij daar, als nummer 2 van de Quote 500: Remon Vos. Wie is hij? 'Ik besef nooit hoe rijk ik ben. Ik ben helemaal niet materialistisch.'

Dit artikel is afkomstig uit het AD. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Alsof bondscoach Louis van Gaal plotseling ontdekt dat Virgil van Dijk, die daar zo leuk bij Liverpool loopt te voetballen, een Nederlands paspoort heeft. Zo moet het vorig jaar gevoeld hebben op de redactie van zakenblad Quote, toen ze achter het bestaan van Remon Vos kwamen.

Redacteur Tom Wouda kan zich het moment levendig herinneren. "Je leest eens wat, ziet dat logistiek vastgoed in opkomst is, bekijkt een paar bedrijven. Dan kom je bij het bedrijf CTP, en zie je ineens de naam Remon Vos staan. Dan kijk je op Google: hé, dat is een Nederlander!"

Nummer twee

Een Nederlander ja, en niet zomaar een. In 2020 kwam de 'vastgoedtsaar', zoals Quote hem toen noemde, uit het niets binnen op de 18de plaats van de rijkenlijst. Dit jaar steeg hij door de beursgang van zijn bedrijf in één ruk door naar plek twee. Volgens de berekeningen van Quote is hij 5,7 miljard euro 'waard'. Daarmee staat hij vóór Marcel Boekhoorn en vóór John de Mol, om een paar voorbeelden te noemen. Vos hoeft alleen Heineken-nazaat Charlene de Carvalho (13,5 miljard) voor zich te dulden.

Maar wie is Remon Vos?

Een bijzonder benaderbaar persoon, zo blijkt. 'Dag Sander, ik hoor dat je naar mij op zoek bent, wat wil je weten?', mailt hij dinsdagavond, een paar uur na het eerste contactverzoek. De volgende ochtend om acht uur hangt hij al aan de telefoon. "Ik ben in Polen nu, gisteren was ik nog in Duitsland, daar hebben we een grote deal gesloten. Ik woon in de buurt van Praag, in een huis met ezels en kippen, al is wonen een relatief begrip. Eigenlijk ben ik nooit lang thuis. Ik ben elke tweede dag wel in een ander land."

Zo, aangenaam.

Het verhaal van Vos, en zijn duizelingwekkende fortuin, begint in 1970 in Oost-Groningen. Hij groeit op in Stadskanaal en, na de scheiding van zijn ouders, bij zijn moeder in Winschoten. Rijk zijn ze niet, integendeel. Op school is hij geen hoogvlieger. Om geld te verdienen - voor sigaretten en biertjes in de plaatselijke discotheek - wast de jonge Remon auto's, is hij schoonmaker in een kapperszaak en werkt hij in een vleesfabriek.

In de trein van Winschoten naar Groningen ontmoet hij Carolien, zijn latere echtgenote. Ze studeert aan de pabo, valt voor zijn charmes, maar zal dan, begin jaren negentig, niet vermoeden dat er een toekomstig vastgoedtycoon tegenover haar zit. "Ik had geen idee hoe de wereld eruitzag", zegt Vos nu, terugdenkend aan zijn vroegere zelf. "Maar ik was wel avontuurlijk, wilde iets van het leven maken. En ik wilde geld verdienen. Dat is een motivatie hoor, als je nooit iets hebt gehad. Ik wilde een nieuwe auto kunnen kopen."

Bedrijventerrein van CTP, net buiten Boekarest.

Bedrijventerrein van CTP, net buiten Boekarest.
Bedrijventerrein van CTP, net buiten Boekarest.
Foto: CTP

Na de val van de Muur trekt hij met Johan Brakema, een al wat oudere ondernemer uit de buurt, naar Tsjechoslowakije. "We wilden kijken hoe het daar was. Wat ze wel hadden en wat niet. We werden een soort agent en koppelden ondernemers daar aan bedrijven in Nederland, in ruil voor een percentage van de handel. Ik was jongste bediende."

In 1995 krijgt Vos van een ondernemer uit Hoogkerk het verzoek een fabriek op te zetten in wat dan inmiddels Tsjechië is. Met Carolien verhuist hij naar Praag. "Ik moest moeite doen om haar mee te krijgen, ze had al een baan. Uiteindelijk heeft ze een jaar sabbatical genomen. Maar we zijn nooit meer teruggegaan." In Tsjechië krijgt het stel twee kinderen.

De fabriek die Vos bestiert, produceert melkkarretjes voor in de supermarkt. "We moesten uitbreiden, maar het was heel moeilijk ruimte te vinden. Toen dacht ik: daar zullen meer bedrijven last van hebben. En dat was ook zo."

Halletjes

Dat inzicht werd de kiem van wat vanaf 1998 Central Trade Park heet, kortweg CTP. Het bedrijf gaat panden bouwen en verhuren aan bedrijven die ruimte zoeken, om te beginnen in Tsjechië. Brakema zorgt in die beginjaren voor de financiering, compagnon Eddy Maas regelt de contracten, en Vos doet het veldwerk: projectontwikkeling, bouwbegeleiding, nieuwe locaties vinden.

In die jaren leert hij zijn goede vriend Jeroen Hollestelle, dan expat in Praag, kennen. "Hij stond toen echt nog aan het begin", zegt Hollestelle. "Had net een paar halletjes gebouwd, met alle respect. Dat vind ik zo mooi aan zijn verhaal. Bij andere mensen in de top van de Quote 500 zie je toch vaak dat ze een startkapitaal hadden, een erfenis bijvoorbeeld. Of ze verkochten een internetbedrijf dat door de markt heel hoog gewaardeerd wordt. Remon is gewoon echt op nul begonnen, heeft alles zelf opgebouwd. En als je gaat kijken, staan die gebouwen er ook echt allemaal."

De Remon Vos die Hollestelle daar bij de poort van de school van hun kinderen tegenkomt, is een man met bewijsdrang. Correct, vriendelijk, maar ook ongeduldig. "Alles moest snel, hij had altijd haast, en nog steeds. 24 uur per dag, zeven dagen per week, ook op vakantie. Als we gaan mountainbiken, rijdt hij voorop. En alles gaat weloverwogen. Hij levert altijd kwaliteit. Dat zag je toen al: hij had een visie, en die heeft hij nooit losgelaten."

We spoelen de tijd twintig jaar vooruit, naar 2021. Remon Vos is enig grootaandeelhouder van CTP. De ene compagnon (Brakema) stapte al vroeg uit, de andere (Maas) overleed in 2016. Sinds maart heeft CTP een beursnotering in Amsterdam. Het bedrijf bouwt tegenwoordig geen 'halletjes' meer, maar hypermoderne bedrijventerreinen.

Een plek met waarde

Het zijn er inmiddels 107, hoofdzakelijk in Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Roemenië, in de buurt van grote (en snelgroeiende) steden. Op het gebied van logistiek vastgoed behoort CTP tot de top 5 van Europa. Uitbreidingsplannen zijn er volop. In Duitsland is het bedrijf door de deal die Vos eerder in dit verhaal benoemde in één klap een grote speler geworden, met 88 locaties in de portefeuille.

Ook in Nederland krijgt het bedrijf voet aan de grond. Voor ruim 300 miljoen euro kocht CTP in augustus de Amsterdam Logistic Cityhub, een megadistributieterrein in aanbouw, in het westelijk havengebied. De deal is qua omvang uniek in zijn soort, voor Nederlandse begrippen. Ook kocht Vos 59 hectare landbouwgrond in Waalwijk: hij heeft plannen om daar een grote campus te ontwikkelen, inclusief sport- en onderwijsfaciliteiten.

Vos: "Brabant is een heel interessante provincie, misschien wel de meest vooruitstrevende van Nederland. En Waalwijk ligt strategisch heel interessant. Wij zijn niet van het idee: we bouwen een hal en verkopen die aan een Chinese investeerder. Nee: wij bouwen iets voor een periode van vijftig jaar, en houden het terrein ook zelf in bezit. Daarom moet het een plek zijn die waarde creëert: de mensen die er werken, moeten er ook echt een mooie baan hebben."

Als je Vos hoort praten, is één ding heel duidelijk. Hij is nog niet klaar, nog láng niet. "Mijn grote droom is om met CTP al onze plannen te verwezenlijken. Ik hou van plannen, op die manier kijk ik ook naar de toekomst. Wat dat betreft ben ik best wel een saaie en serieuze ondernemer."

Hollestelle: "Je ziet bij hem totaal geen verzadiging. Een nieuwe deal maakt hem nog steeds even trots als twintig jaar geleden."

Privévliegtuig

Wat dan volgt is welbeschouwd een wonderlijke constatering, wetende dat het hier gaat om iemand die meer bezit dan op een na alle Nederlanders. Een man bovendien met een privévliegtuig en een indrukwekkend wagenpark, die woont op een schitterend landgoed in het weelderige groen rond Praag. Maar Hollestelle zegt het echt. "Remon vindt geld verdienen helemaal niet zo interessant."

Het lijdend voorwerp zelf bevestigt die observatie. "Ik ben helemaal niet materialistisch. Misschien dat ik het in het begin wel voor het geld deed, om een huis voor mijn moeder te kopen bijvoorbeeld. Maar nu? Ik vind ondernemen gewoon heel erg leuk. Als ik zie dat tienduizend mensen mooi werk hebben op een van onze terreinen: dáár word ik blij van. Mensen vragen me ook wel eens: waar investeer jij allemaal in? Helemaal nergens, zeg ik dan. Mijn geld zit in CTP. Saai hè?"

Hans Klok toont de Quote 500.

Hans Klok toont de Quote 500.
Hans Klok toont de Quote 500.
Foto: ANP

Wanneer hij voor het eerst besefte hoe rijk hij eigenlijk is? "Nooit echt, eigenlijk. Als je naar de Quote 500 kijkt zou ik de grootste filantroop van Nederland kunnen worden. En we hebben het er thuis wel eens over gehad. Met geld kun je goede dingen doen, dat realiseer ik me. Ik ben daar in mijn hoofd ook wel mee bezig, maar ik ben er nog niet helemaal klaar mee."

Dat Nederland hem tot voor kort nooit echt 'gezien' heeft, en dat hij in de lijst vol polderpoen en -poeha feitelijk een vreemde eend is: het kan hem niet deren. Of, zoals Hollestelle dat zegt: Remon zal niet met de krant gaan bellen om te roepen dat hij er óók nog is.

Vos: "Ik ben niet zo bezig met dingen als lijstjes. Natuurlijk is het leuk om in een adem met Heineken genoemd te worden. Als Nederlander kijk ik met respect en bewondering naar die onderneming, net als naar andere succesvolle Nederlandse bedrijven. Ik woon dan al meer dan 25 jaar in Tsjechië, ik blijf gewoon een Nederlander."

Nummer 1?

De grote vraag nu: kan Remon Vos Charlene de Carvalho-Heineken van de troon stoten en de rijkste persoon van Nederland worden? Quote-redacteur Wouda beaamt dat er nog een gat tussen beide gaapt, maar bekijkt het van de - voor Vos - zonnige kant. "De Carvalho zal geen grote klappers meer maken. Bij CTP weet je dat niet."

Vos zelf grinnikt bij de gedachte. "Ik moet nu wel kijken of ik ook op nummer 1 kan komen hè, haha. Laat ik het zo zeggen: als we blijven groeien zoals we dat tot nu toe gedaan hebben, dan kan het."