FNV bevindt zich in een lastige spagaat. Op de arbeidsmarkt zijn volop mensen die de hulp van een vakbond goed kunnen gebruiken, zoals arbeidsmigranten en jongeren met flexcontracten. Maar juist zij zijn zelden lid.

Dit artikel is afkomstig uit Trouw. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Geen opstoppingen bij de kassa, geen winkels die op zondag plat kwamen te liggen. Ook de schappen in de supermarkt waren afgelopen jaar gewoon gevuld. Eigenlijk is dat gek: de vakbonden stonden namelijk maandenlang in actiestand. Er is al sinds april 2020 geen geldige cao meer. Pas na een lange impasse kwam er vorige week een nieuw eindbod van de werkgevers: 9 procent extra loon in drie jaar. Maar wel een halvering van de zondagtoeslag, die grofweg de helft van die salarisgroei weer tenietdoet.

Het was een voorstel waarvan de vakbonden een knoop in hun maag kregen, zeker omdat supermarkten sinds de coronacrisis bijzonder goed boeren. Maar de onderhandelaars van FNV en CNV leggen het de komende weken toch aan hun leden voor zonder het meteen terzijde te schuiven. Een andere optie is er eigenlijk niet. Zeggen de bonden 'nee', dan is het de vraag wat ze daarmee opschieten. Zolang ze de werkgevers geen pijn kunnen doen met acties of stakingen, ligt het scenario in de rede dat er helemaal geen nieuwe cao komt.

Kwetsbare groepen ondervertegenwoordigd

De situatie in de supermarkt schetst het probleem van de vakbond in een notendop. Er werken veel jongeren voor relatief lage salarissen: een omgeving waarin een sterke vakbond meerwaarde zou kunnen hebben. Maar de organisatiegraad is er bijzonder laag, en het effect van acties dus ook.

"Jongeren, mensen met een flexcontract, arbeidsmigranten", somt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen op. Juist de grote groepen die kwetsbaar zijn op arbeidsmarkt, zijn in de vakbond flink ondervertegenwoordigd. "FNV maakt er inmiddels wel werk van om dat soort groepen meer aan te spreken. Maar dat is niet altijd zo geweest. Arbeidsmigranten en flexwerkers werden toch gezien als concurrenten voor de vaste banen die de vakbond in essentie vertegenwoordigt."

De aandacht voor nieuwe groepen mag dan inmiddels toenemen, tot voldoende nieuwe leden om de krimp op te vangen leidt dat niet. "Daarbij speelt een culturele verandering mee: de maatschappij wordt individualistischer. Jongeren worden minder snel ergens lid van." Ook ziet Wilthagen een financiële drempel. "Als je voor drie euro per uur pizza bezorgt, geef je dat geld dan uit aan lidmaatschap van een bond?"

Rem op nieuwe thema's

Een nieuwer en breder verhaal lijkt nodig om jongeren over de streep te trekken. Dat verhaal vertelt FNV ook steeds vaker: thema's als klimaatverandering, de woningmarkt en problemen met toeslagen en uitkeringen komen vaker aan bod. Maar onvoorwaardelijk voor vernieuwing kiezen brengt het gevaar met zich mee dat de traditionele leden afhaken.

Want dat is de kurk waar FNV en andere vakbonden nog altijd op drijven. Het ledenbestand, zo bleek woensdag uit CBS-cijfers, bestaat voor driekwart uit 45-plussers. De meesten zijn werkzaam in sectoren als onderwijs, overheid, vervoer, bouw en industrie. Vaak zijn zij lid geworden vanuit de gedachte om sterk te staan tegenover hun eigen werkgever. Voor hen lijkt de kerntaak van de bond het belangrijkst: een goede cao en een goed pensioen.

"In essentie is FNV een ledenverenging", benadrukt Wilthagen. "Daar waar de bond minder leden heeft, zal ze uiteindelijk ook minder doen." De kracht van een grote groep actieve leden, die bijvoorbeeld in de supermarkt ontbreekt, is broodnodig om in de polder resultaat te bereiken. Voor die aloude kerntaak zouden jongeren best wat meer oog kunnen hebben, aldus Withagen. "Ze snappen misschien onvoldoende dat je een beter minimumjeugdloon echt alleen met een vakbond bereikt."