Economen worden er nerveus van en u merkt het in de portemonnee: de inflatie neemt explosief toe. Maar ingrijpen, dat doen de nationale overheden niet. Nog niet.

Dit artikel is afkomstig uit het AD. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

De sinterklaascadeautjes worden duurder. Net als de energierekening en een volle tank benzine. Consumenten moeten dieper in de buidel tasten. En flink ook.

Het is, zeggen economen, deels de keerzijde van de aanwakkerende economie. Die veert in Europa, maar zeker ook in Nederland, 'verbazingwekkend snel op na de coronaklap', aldus minister van Financiën Wopke Hoekstra. Maar nu de economie loeit als een goedgevulde allesbrander, heeft dat wel een negatief gevolg: inflatie, ofwel hogere prijzen voor goederen en diensten. En die vreet aan onze koopkracht.

Vorige week bleek al dat het gemiddelde Europese inflatiecijfer met 4,1 procent is gestegen. Nederland kwam daarin uit op 3,8 procent, het hoogste percentage in bijna twintig jaar tijd. Vandaag komt het Centraal Bureau voor de Statistiek nog met een nieuw inflatiecijfer volgens de nationale definitie, maar de kans is groot dat die eveneens ergens richting de 4 procent uitkomt.

We zouden ons daarmee in een lang rijtje van Europese landen met hoge inflatiecijfers scharen. Duitsland in oktober: 4,5 procent, het hoogste niveau in 28 jaar. Spanje in dezelfde maand: 5,5 procent, het hoogste in 29 jaar.

Hoe erg is dat? Idealiter is de inflatie gemiddeld zo'n 2 procent. Lichte prijsstijging werkt namelijk in de hand dat mensen aankopen doen. Want: langer wachten betekent een hogere prijs. En inflatie maakt lenen interessant: als je vandaag 1000 euro leent kun je daarmee meer kopen dan wanneer je er eerst nog een jaar voor spaart, terwijl die lening zelf relatief minder waard wordt.

Maar te hóge inflatie kan gevaarlijk zijn, weten economen. Dan stijgen prijzen zoveel dat mensen de knip juist dichthouden. Dat remt de economie af. En tegelijk zien mensen hun spaargeld verdampen.

Inflatie, inflatie, inflatie

De grootste angst is dat hoge inflatie leidt tot een loonprijsspiraal. We zien nu al dat vakbonden loonsverhogingen van 5 procent eisen, om zo nog een beetje koopkrachtstijging in de portemonnee over te houden. Maar omdat hogere lonen geld kosten, zullen bedrijven hun producten duurder maken en bestaat de kans dat de bonden nog meer loon eisen. Gevolg is een vicieuze cirkel, waarbij Nederland zich langzaam uit de wereldmarkt prijst en de economie tot stilstand komt.

Dit fenomeen, stagflatie, leidde er eind jaren zeventig toe dat de werkloosheid hard opliep. Vorige week had de Europese Centrale Bank dan ook drie onderwerpen op de agenda: "Inflatie, inflatie, inflatie", aldus ECB-voorzitter Christine Lagarde. Gelukkig is volgens diezelfde Lagarde de inflatiestijging slechts 'tijdelijk.' Al moest ze toegeven dat de golf al beduidend 'langer duurt dan haar ECB verwachtte.'

De centrale bank ziet een paar oorzaken voor de hogere inflatie. Allereerst het tekort aan grondstoffen. Ook oplopende tekorten aan personeel en chips doen de zaak geen goed. Maar de grootste boosdoener is de energieprijs. Door de groeiende economie is de vraag naar brandstoffen ineens zo groot dat de prijzen worden opgedreven.

Het is om die redenen dat de ECB er nog steeds vanuit gaat dat de inflatie ook weer vanzelf gaat dalen. CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen kan die redenering 'wel goed volgen.' "Als wij kijken naar waar de inflatie vandaan komt, is dat toch echt goeddeels door hogere energieprijzen. En energieprijzen, doceert hij verder, stabiliseren meestal weer. "We zien nu dus frictie tussen de vraag die groot is en het aanbod dat kleiner is. Dat kan kortstondig zijn. En dus kan de hogere inflatie ook tijdelijk zijn."

Glazen bol

Let wel, een glazen bol heeft hij niet, waarschuwt Van Mulligen. Omdat dit geldt voor alle economen, vallen die experts in twee kampen uiteen. Zij die er gerust op zijn dat de inflatie wel weer op 'normaal niveau' komt, en zij die vrezen voor langdurige inflatie. Hoogleraar Lex Hoogduin behoort tot de laatste groep. "Niemand weet of de inflatie tijdelijk of permanent is. We weten wel dat de ECB er niets aan doet om de schade te beperken."

De ECB koopt sinds de pandemie leningen op van landen en pompt miljarden terug in de economie. Het gaat nu al om een duizelingwekkend bedrag van 1850 miljard euro. De ECB zegt daarmee te stoppen in maart.

Veel te laat, vindt Hoogduin: "Ze houden de voet nog maanden op het gaspedaal." Zijn oproep aan de ECB: stop met het aanjagen van de economie en verhoog geleidelijk de rente. Daardoor daalt de inflatie, wordt geld lenen duurder, en gaan mensen en bedrijven vanzelf minder uitgeven. Dat remt de economie en daarmee de prijzen.

De harde praktijk is dat de ECB tot nu toe geen enkel signaal over renteverhoging heeft afgegeven. Het is daarom afwachten, en duimen, dat we inderdaad met een tijdelijk inflatiespook te maken hebben.