Nederland heeft het karakter gekregen van een laag-vertrouwensamenleving, concluderen diverse universiteiten, drie grote gemeenten en Kieskompas na onderzoek.

Dit artikel is afkomstig uit Trouw. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Het vertrouwen in de overheid is in Nederland tot een dieptepunt gedaald. In maart 2020 toen de coronapandemie uitbrak, vertrouwde nog 69 procent op de landelijke overheid. Nu is dat gedaald tot 29 procent, blijkt uit het onderzoek 'De laag-vertrouwensamenleving: de maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Nederland'.

Aan het onderzoek werkten onder meer de Erasmus Universiteit, Vrije Universiteit, Universiteit Leiden, de Haagse Hogeschool, Kieskompas en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag mee. Zij houden sinds maart 2020 bij hoe Nederlanders zich mentaal door de coronapandemie slaan en wat dat doet met hun vertrouwen. Dat keldert, is de conclusie van het nieuwste rapport.

Wantrouwen in de overheid speelt een belangrijke rol voor mensen om een prik te weigeren. Landelijk is 12 procent van de ondervraagden niet bereid zich te laten vaccineren, of twijfelt hierover. Van deze groep vertrouwt ongeveer 38 procent op het eigen lichaam en immuunsysteem, 23 procent wil geen prik omdat zij de overheid en betrokken instanties niet vertrouwen en 16 procent vreest de bijwerkingen.

Sociale media en wantrouwen

Waar gevaccineerden vooral naar deskundigen luisteren, doen vaccinweigeraars dat juist niet. Een oproep zoals die van de ic-hoofden van academische ziekenhuizen vandaag, maken op hen dan ook geen indruk. Wie wel invloed heeft, is de huisarts, net als familieleden en vrienden.

De onderzoekers zien een verband tussen socialemediagebruik en wantrouwen. Wie Twitter, Facebook of Telegramgroepen de belangrijkste bron van informatie vindt, heeft minder vertrouwen in overheid en andere instituties.

Maar wantrouwen leeft breder

Wie zijn de wantrouwigen? Kieskompas deed daar aanvullend onderzoek naar. Zij vonden het wantrouwen vooral bij lager opgeleiden, ouderen, niet-stemmers en stemmers op PVV en FVD. Toch leeft het gevoel breder. Het hoge percentage van 70 procent die het gevoel van vertrouwen heeft verloren wijst daar al op.

Het coronabeleid is een belangrijke reden voor het toenemende ongenoegen, maar er speelt meer. "Mogelijk heeft de afname van het vertrouwen te maken met politieke ontwikkelingen die losstaan van het gevoerde coronabeleid, waaronder de lange kabinetsformatie en de gebrekkige en trage afhandeling van de toeslagenaffaire", aldus de onderzoekers.

In maart dit jaar deed ook I&O research onderzoek naar de relatie tussen Nederlanders en de overheid. Toen had ongeveer de helft nog vertrouwen. De toeslagenaffaire bleek ook toen een belangrijke aanjager van onvrede. Alleen VVD- en CDA-kiezers hadden daar niet zoveel last van.

Zelden was het vertrouwen dat Nederlanders hebben in hun overheid zo gering als nu, laat nieuw onderzoek zien. Dat onderzoek stond onder leiding van socioloog Godfried Engbersen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij heeft zorgen over de snelle afkalving van het maatschappelijk vertrouwen.

Nederland heeft kenmerken van een laag-vertrouwensamenleving. Dat is nogal een conclusie. Dan denk je al snel aan landen met dictatoriale regimes of falende overheden.

"Die vergelijking is wat overdreven. Als het gaat over laag- en hoog-vertrouwensamenlevingen worden vaak twee dimensies genoemd. Het vertrouwen in instituties, zoals de overheid, en het onderlinge vertrouwen tussen mensen. Wij zien dat het vertrouwen in de landelijke overheid sterk is afgenomen en dat is zorgelijk. Een percentage van 29 procent dat wel vertrouwen heeft, is uitzonderlijk laag voor een hoog-vertrouwensamenleving als Nederland. Ook het vertrouwen dat mensen onderling hebben neemt voorzichtig af. Je ziet dat bijvoorbeeld de discussie over vaccinatiebereidheid de scheidslijnen vergroot. Wij voorspellen wel dat vertrouwen weer terugkeert."

Hoe doen wij het in vergelijking met andere Europese landen?

"Ik ken geen internationale cijfers, maar het zal me niet verbazen dat ook in landen om ons heen minder institutioneel vertrouwen is. Je ziet dat landen rond COVID-19 niet altijd even standvastig beleid hebben gevoerd en dat leidt tot kritiek. In tijden van COVID-19 worden maatschappelijke vraagstukken scherper. Bij ons en in andere landen. Vaak wordt er gezegd dat COVID-19 werkt als een soort contrastvloeistof; bepaalde ontwikkelingen die al gaande waren worden scherper. Denk aan problemen met de flexibele arbeidsmarkt, het klimaat of de vraagstukken in de zorg. Er is een zekere urgentie om daar iets aan te doen, maar men wantrouwt het vermogen van de overheid om daadkrachtig beleid te voeren."

69 procent heeft geen vertrouwen. Dat percentage wijst erop dat de onvrede veel breder leeft dan bij groepen die de overheid traditioneel wantrouwen. Ook de middengroepen hebben blijkbaar hun vertrouwen verloren.

"Precies. Over de hele linie, in allerlei inkomens- en opleidingsgroepen, hebben mensen geringer vertrouwen in overheidsbeleid. Mijn eigen analyse is dat de afname te maken heeft met de problemen rond de toeslagenaffaire, het beleid rond COVID-19 met de moeizame start van het vaccinatieprogramma, de afwikkeling van de aardbevingsschade in Groningen, de problemen op de woningmarkt. Het zijn allerlei factoren die samenkomen. Dat is zorgwekkend, want enerzijds wordt van de overheid wel verwacht om dit soort grote vraagstukken op te lossen, terwijl er dus minder vertrouwen is."

Zorgt dat mindere vertrouwen ervoor dat de overheid ook minder goed in staat is om die grote problemen van nu aan te pakken?

"Zeker. Wat kenmerkend is voor een laag-vertrouwensamenleving is dat mensen vooral vertrouwen op hun naasten. Dat zie je bijvoorbeeld in het zuiden van Italië. In zo'n samenleving is de afstemming met vreemden lastiger. Dat maakt samenwerking moeilijker. Daarbij vermindert het draagvlak voor overheidsbeleid. Dat kan ertoe leiden dat mensen overheidsbeleid minder makkelijk opvolgen, wat beleid weer minder effectief maakt."

Hoe los je het vertrouwensprobleem op als mensen zich terugtrekken in hun bubbels op sociale media?

"Wij zagen in ons onderzoek dat traditionele media nog altijd belangrijk zijn. Maar er is ook een groep die informatie primair uit sociale media haalt. Je ziet dat deze groep weinig vertrouwen heeft in de overheid en dat bij hen ook de vaccinatiebereidheid laag is. Sociale media hebben positieve kanten, maar kunnen ook gebruikt worden voor verspreiden van desinformatie. Dat is niet makkelijk te beïnvloeden. Mensen die zich niet willen laten vaccineren, zijn niet gevoelig voor argumenten van deskundigen en de overheid, ook niet via sociale media waar de GGD's, RIVM en overheid al actief zijn. Zij zullen nog beter hun best moeten doen in contact te komen met ongevaccineerden, te luisteren naar hun bezwaren en problemen."

"Als het gaat over vaccinatiebereidheid, kunnen huisartsen een grote rol spelen. Zij genieten nog wel breed vertrouwen. Al kun je natuurlijk niet alle lasten op de schouders van huisartsen laten rusten."