Voedselbossen zijn inmiddels een bekend begrip, maar in het natte Holland is een moeras veel passender dan een droog bos. Den Haag heeft de primeur, maar de bedenkers zien het als dé oplossing voor het gehele veenweidegebied.

Dit artikel is afkomstig uit Trouw. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Wie vanaf een drukke weg langs het Haagse Zuiderpark de poort van het moestuinencomplex binnenloopt, komt in een groene oase waar mensen rustig hun planten verzorgen en hun groenten oogsten. In het midden staat een laag gebouwtje met groen dak, dat doet denken aan een plaggenhut. Het is de thuisbasis van het Permacultuurcentrum Den Haag.

Daar is het idee van een natte variant van het voedselbos ontstaan. "Wij waren vorig jaar allemaal deelnemer aan een jaaropleiding permacultuur bij het centrum, dat een natuurlijker en duurzamer landbouwsysteem voorstaat. Het plan voor een voedselmoerasbos was het resultaat van onze eindopdracht", vertelt Hannah den Hartogh die met collega's een dagje terug is gekomen om het eigen moeras te bekijken en de verdere toekomstplannen te bespreken.

De groep kon het voedselmoeras aanleggen dankzij een aanmoedigingsprijs van Wij.land, een organisatie die in het westelijk veenweidegebied werkt aan een toekomstbestendige, regeneratieve landbouw. "In het veenweidegebied worden de weilanden ontwaterd, zodat de trekkers en koeien het land op kunnen, maar daardoor krimpt de veenbodem, waarbij CO2 vrijkomt. Vervolgens moet er opnieuw extra ontwaterd worden. De landbouw van nu is niet vol te houden. We moeten meer aansluiten bij de natuurlijke situatie. Grote delen van Zuid-Holland, Noord-Holland en Friesland waren nat. We moeten een vorm van landbouw zoeken die daarbij past. Ons idee kan een heel goede oplossing zijn", aldus Den Hartogh.

Vochtminnende cranberry

Het eerste voedselmoeras, net naast het gebouwtje op een stukje grond van de gemeente, beslaat nog slechts een postzegeltje van 300 vierkante meter. Het begint met een rij aangeplante notenbomen op het hogere stuk, maar gaat langzaam via besdragende struiken als vlier, zwarte bes en de vochtminnende cranberry naar het echte moerasgedeelte en uiteindelijk een stukje water.

De toastjes zijn besmeerd met producten uit het moeras.

De toastjes zijn besmeerd met producten uit het moeras.
De toastjes zijn besmeerd met producten uit het moeras.
Foto: Arie Kievit

"Goed oppassen waar je loopt, want hier hebben we cranberry's geplant", waarschuwt Den Hartogh. "Het duurt lang voor die goed aanslaan, dus je ziet ze zo over het hoofd." Ze haalt wat onkruid weg die de fragiele cranberryplantjes bedekken. "Onkruid mag je het eigenlijk niet noemen in de permacultuur. In principe mag hier ook alles groeien, zolang het de productieplanten maar niet in de weg zit."

Cranberry is precies zo'n plant die het prima vindt om een deel van het jaar met de voeten in het water te staan. En dat gebeurt ook. "Kijk, je ziet wel een beetje waar het nog nattig is, het water heeft eerder dit jaar helemaal tot aan de rij met vlierbessen gestaan. En dat is ook het idee, dat de waterstand op een natuurlijke manier kan fluctueren", vertelt collega Maarten Epskamp die wat tekeningen van het beplantingsplan en het toekomstbeeld erbij pakt.

Van moerasspirea kun je thee zetten

"Het idee is om een soort bosrand na te bootsen. Het begint met hoge bomen, dan wat kleinere bomen en struiken, dan de nattere delen vaste planten en uiteindelijk het echte moerasgedeelte. Zo'n natte bosrand is van nature ook heel divers, dus dat betekent dat er veel verschillende dingen kunnen groeien die verschillende producten leveren. En het levert ook meteen meer biodiversiteit. In een maisveld hebben weinig insecten iets te zoeken, in een gevarieerde bosrand veel meer."

In en aan het water groeien allerlei bekende en minder bekende eetbare planten. "Hier groeit moerasspirea, waar je thee van kunt zetten", wijst Den Hartog. "Kalmoes, indianenrabarber, witte waterkers." Ze laat een stukje van het laatste plantje proeven. Een fijne, pittige smaak. "Heerlijk door de salade", aldus Den Hartogh.

Verderop groeit het bekendere mierikswortel, maar die wordt anders gebruikt dan we gewend zijn, zegt Epskamp. "Wij gebruiken de bladeren in plaats van de wortel. Daarmee behandelen we het als een vaste plant, in plaats van het met wortel en al de grond uit te trekken. Daarnaast staat snoekkruid, daarvan zijn de bladeren, de wortels en de bloemen ook eetbaar, maar die is veel minder bekend. We hopen dat koks gaan experimenteren om te kijken hoe je daar iets lekkers van kan maken, wat je uiteindelijk ook kunt verkopen."

Hanna den Hartogh toont een blad van de mierikswortel en watermunt.

Hanna den Hartogh toont een blad van de mierikswortel en watermunt.
Hanna den Hartogh toont een blad van de mierikswortel en watermunt.
Foto: Arie Kievit

Dat het inzetten van topkoks bij het opwaarderen van ingrediënten zijn vruchten kan afwerpen, bewijst het Nijmeegse restaurant De Nieuwe Winkel, dat veel ingrediënten betrekt van Voedselbos Ketelbroek van voedselbospionier Wouter van Eck. Eerder dit jaar ontving het restaurant een Michelinster en onlangs belandde het op nummer 2 in de wereldranglijst van groenterestaurants.

"We hebben zelf ook al verschillende dingen geprobeerd", vertelt Den Hartogh. "Zoals chips maken van lisdoddescheuten. De smaak was heerlijk, maar er blijven van die draadjes achter in je mond, dus uiteindelijk toch geen succes."

Tapenade van pecannoten en mierikswortelblad

Dat er ook geslaagde dingen uit het moeras komen, bewijst collega Helene Marcus, die met belegde toastjes aan komt zetten. "Een tapenade van pecannoten en mierikswortelblad en een pesto van Oost-Indische kers, watermunt en walnoten", licht ze toe. "De noten komen niet van onze bomen, zo ver zijn we nog niet, de rest komt wel uit het moeras."

De pilot moet uitwijzen welke planten geschikt zijn en waarmee op grotere schaal verder geëxperimenteerd kan worden. Niet alles slaat aan. "Hier hadden we mammoetblad staan en daar zwartmoeskervel, die hebben het beide niet gered", zegt Den Hartogh. "Met een aantal planten willen we heel graag bij boeren in het veenweidegebied een pilot doen op wat grotere schaal, zodat we kunnen kijken of het geschikt is voor productie. We zijn al in gesprek met een boer die in Zuid-Holland op veen boert, daar kunnen we waarschijnlijk met 3 hectare aan de slag."

Een aantal van de oud-studenten wil het idee verder uitwerken. Daartoe is al een stichting in oprichting. Al is het werk allemaal nog erg experimenteel, volgens Epskamp - in het dagelijks leven landschapsontwerper en adviseur voedselbossen - kan dit werkelijk de toekomstige vorm van landbouw worden.

"Als ik er niet in geloofde, zou ik het niet doen", zegt hij beslist. "De landbouw moet een andere kant op, zeker in het lage deel van Nederland, en ik geloof dat we ­hiermee een vorm van duurzaam landgebruik hebben gevonden die bij de omgeving past."