Hij is de last man standing naast een leger sportvissers: Frans Komen (68) uit Terwolde. Met zoon Frans junior (39) is hij de laatste beroepsvisser op de rivieren in Oost-Nederland. Dat zijn werk nu erkend wordt als erfgoed, is voor Komen de ultieme waardering voor een bijna verdwenen ambacht.

Dit artikel is afkomstig uit de Stentor. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Wat gebeurt er als Komen vertelt dat hij riviervisser is? "Dan snappen ze eigenlijk niet meer wat het is", vertelt de geboren Deventenaar op kalme toon. "Iedere stad en dorp langs de grote rivieren had meerdere beroepsvissers. Deventer had er vijf, Zutphen ook. In Wilp en Gorssel zaten er een paar. Nu zijn er in heel het land nog twee fulltime riviervissers over: de familie Klop uit Hardinxveld-Giessendam en wij. Dat gaat mij aan het hart."

Parallelle wereld

Op het erf in het buitengebied van Terwolde hangen fuiken in de mast. Even verderop staat een boot op een trailer. De schuren hangen vol met vistuig. De boerderij van Komen ademt visserij en neigt naar nostalgie, want het ambacht loopt op zijn laatste benen. Het domein van de laatste riviervisser in Oost-Nederland lijkt een parallelle wereld ten opzichte van de miljoenenindustrie met zeevissers op Urk.

Daarom krijgt Komens beroep vrijdag het certificaat dat hoort bij een plek op de inventaris Immaterieel Erfgoed. "Erkenning en aandacht is nodig", meent hij. "De kennis en kunde van vangmiddelen en visherkenning blijft nu nog geconcentreerd bij twee familiebedrijfjes. Toegang krijgen tot visrechten is heel moeilijk. Als de laatste beroepsvisser is verdwenen, dan is het ambacht ook echt verdwenen. Parttimers nemen hun kinderen niet mee in het bedrijf."

Meer dan zakcentje

Het is inmiddels 46 jaar geleden dat Komen in 1975 de overstap maakt. Geschoold als makelaar en verzekeringsspecialist zegt hij na twee jaar uit 'biologische interesse' het kantoor vaarwel, koopt een kotter en start als riviervisser. "Behalve in de winter viste ik overdag al op de uiterwaarden van de IJssel. De assurantiën deed ik 's avonds. Vissen was voor mij al meer dan een zakcentje verdienen met een betaalde hobby."

Langzaam maar zeker breidt Komen zijn terrein uit. Van de uiterwaarden in de buurt naar de IJssel tussen Deventer en Arnhem. Daarna volgen onder meer de Boven-Rijn, Neder-Rijn, Waal, Twentekanalen en het Zwarte Meer in de Kop van Overijssel. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat plaatst hij fuiken en staande netten en sleept hij de zegen om baars, snoek, snoekbaars, voorn, brasem en paling te vangen. In het weekend is hij thuis.

Schifting overleven

Door de jaren heen groeit het werkterrein van Komen en krimpt het aantal collega's van 32 naar 2. De eerste schifting komt door inkomens- en gebiedseisen om grote vistuigen te mogen gebruiken. De tweede door het verbod op palingvissen in de grote rivieren. Dat Komen op tijd investeert in rechten voor andere consumptievis doet hem overleven.

Met de visserij op schubvis in de grote rivieren, palingvissen in het Zwarte Meer, onderzoeksklussen en het overzetten van geslachtsrijpe paling bij de waterkrachtcentrale in Maurik zorgt hij voor een goed belegde boterham.

Of het vissen door de jaren heen leuker is geworden? Komen twijfelt. "Ik heb het altijd leuk gevonden. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat op het water. Daarna of in het weekend de spullen repareren. Ik ben altijd bezig, maar je moet ervan houden, want anders word je gek. 't Is alleen dat je er zoveel sores van hebt. Sowieso de fors toegenomen administratie, maar er zijn ook fors meer regels gekomen. Er wordt enorm op ons gelet."

Rivaliteit

Niet alleen door instanties. Het brengt Komen op de rivaliteit met sportvissers. Het verwijt in een notendop? "Dat ik de rivier leeg vis." Hij glimlacht. "Als ik de verhalen moet geloven heb ik in mijn eentje de hele IJssel, Rijn en Waal leeggevist. Als ik inderdaad zoveel had gevangen, was ik miljonair geweest. Gelukkig is de diefstal van mijn spullen fors afgenomen. Nu heb ik nog te maken met vandalisme, geschreeuw vanaf de kant en lullige verhalen op internet."

Het lijkt hem niet te deren. Met een informele erfgoedstatus op zak is Komen niet van plan te stoppen met zijn beroep. "De druk op de sector is groot, maar ik vind het nog leuk om te doen. Het gaat me nog goed af, het is werk voor twee dus moet ik mijn zoon helpen en ik hou er helemaal niet van met pensioen te gaan. Het is net alsof je afgeschreven bent."