Het dodelijk ongeluk tijdens de opnames van de Amerikaanse western Rust is voor Nederlandse filmmakers geen reden om de protocollen te verscherpen of losse flodders te gaan verbieden. 'Laten we niet te hysterisch doen.'

Dit artikel is afkomstig uit het AD. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Hoe vaak kijk jij op je horloge en heb je de tijd niet gezien? Deze vraag stelt Marco Maas regelmatig aan acteurs die hij voorbereidt op een schietscène. Maas is eigenaar van Stuntteam De Beukelaer. "Mijn boodschap is 'je moet niet kijken, maar waarnemen'. Dus wanneer een acteur een wapen in zijn handen krijgt op de filmset, vraag ik hem om het magazijn goed te inspecteren. Is dat wel leeg? De meeste kogelhulzen zijn van koper. Dat kleurverschil met het staal zie je meteen."

Bij zo'n veiligheidscheck kijken drie tot vier mensen mee. "Een dodelijke schietpartij is op een Nederlandse filmset eigenlijk ondenkbaar. Natuurlijk heb je acteurs met een groot ego die zeggen: dit weet ik nu wel, kunnen we verder? Maar zolang de wapenmeester geen groen licht geeft, ligt de opname stil."

Nadat acteur Alec Baldwin tijdens de opnames van de western Rust per ongeluk een cameravrouw had doodgeschoten, werd in Amerika druk gediscussieerd over aanscherping van de veiligheidsprotocollen. Ook doen twee televisieseries de losse flodders in de ban. Dat is in Nederland beslist niet nodig, vindt Maas. Hij krijgt bijval van filmmakers. Sterker nog, als Alain de Levita zijn vorig jaar uitgebrachte oorlogsfilm De slag om de Schelde opnieuw mocht doen, zou hij 'helemaal niets' veranderen. "Er zijn honderden schietpartijen en explosies opgenomen, maar geen enkele acteur, stuntman of figurant heeft zelfs maar een schrammetje opgelopen."

Bespottelijk

De Levita werkte met losse flodders. "Het is een bespottelijk idee dat er überhaupt echte munitie op de set aanwezig is." De verwondingen, zoals schietgaten in de borst, zien er misschien levensecht uit, maar zijn in werkelijkheid ongevaarlijke bloedzakjes, vertelt hij. "We drukken achter de camera op een knopje en het zakje ploft uiteen. Het bloed spat daarbij naar buiten, en niét richting het lichaam."

De bommen zijn wel gemaakt van explosief materiaal, maar ook hiervoor gelden strikte regels. Alleen experts, zoals de stuntmannen, mogen in de buurt komen. De wapenmeester en de zogenoemde supervisor special effects nemen tijdens de schiet- of ontploffingsscènes de regie over. "Zij kunnen op elk moment de opnames stilleggen, ook wanneer we misschien liever hadden willen opschieten."

In Soldaat van Oranje worden historische wapens op het toneel gebruikt.

In Soldaat van Oranje worden historische wapens op het toneel gebruikt.
In Soldaat van Oranje worden historische wapens op het toneel gebruikt.
Foto: Joris van Bennekom

De Levita noemt het Amerikaanse incident 'tragisch en raar' tegelijk. "Ik denk dat het daar kon misgaan, omdat je op elke straathoek kogels kunt kopen." Regisseur Martin Koolhoven (Oorlogswinter, Brimstone) heeft diezelfde gedachte. "Wapenbezit zit in de Amerikaanse cultuur. In Nederland zijn de meeste acteurs geïntimideerd als ze een wapen in hun handen hebben, zelfs als ze al tijden in Flikken Maastricht spelen." Hij vindt dat de discussie doorslaat. "Laten we niet te hysterisch doen. Als er één tandarts in iemands neus boort, pas je toch ook niet de regels aan voor álle tandartsen?"

Koolhoven staat bekend om zijn bedrieglijk echte schotwonden in de western Brimstone, maar nooit was het spannend op de set, vertelt hij. "De scène waarin Tygo Gernandt door zijn hoofd werd geschoten, hebben we twee keer opgenomen: met én zonder schotwond. Daarnaast hebben we nog wat extra bloed op de camera gegooid en beelden gemaakt van sijpelend bloed. Al die losse elementen zijn later digitaal bij elkaar gebracht."

Amateuristisch

Ondanks deze knappe special effects wil Koolhoven géén afscheid nemen van de losse flodders op de filmset. "Natuurlijk kun je ook digitaal een vlammetje toevoegen, maar een schietscène ziet er al snel amateuristisch uit. Neem Antonio Banderas in Once Upon a Time in Mexico. Zijn nep-mitrailleur maakte geen geluid, waarop hij dat zelf - tududududu - met zijn mond nadeed."

De losse flodders zorgen voor een knal, vuur, rook en terugslag, waardoor het acteerwerk echter lijkt, stelt de filmmaker. "En ook bij gebruik van losse flodders gelden strenge regels: de wapenmeester controleert het geweer, schiet in de lucht, laat anderen meekijken in de loop en de 'schutter' houdt minstens 5 meter afstand."

Fred Boot, producent van de musical Soldaat van Oranje, zou niet weten hoe de regels nóg strakker zouden moeten. In de musical wordt geschoten met authentieke wapens uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog. "Onze wapens liggen in een kluis, de enige met de sleutel is de wapenmeester, die ontzettend streng is. Hij neemt na een scène achter de coulissen de wapens weer in en stopt ze terug in de kluis. Alle betreffende acteurs hebben les gehad in hoe ze moeten omgaan met een wapen. Dat is net zo streng als ik het zelf als dienstplichtige meemaakte, alles drie keer checken."

De Levita, die acht politieseries en vijfentwintig speelfilms opnam, benadrukt nog maar eens dat er nooit een soortgelijk incident in Nederland heeft plaatsgevonden. "Het ergste dat ik heb meegemaakt, is een botsing met een auto, die in scène werd gezet. Acteur Hero Muller kreeg het nepbloed niet weggepoetst en ging met een wijnvlek op zijn voorhoofd naar huis. De verf moest slijten. Woedend was hij."