Facebook gaat 10.000 mensen in de EU aannemen om mee te bouwen aan de 'metaverse'. Aan de wát?

Dit artikel is afkomstig uit Trouw. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Wat is de metaverse?

Nog niks, behalve een fantasie die onder techfiguren tot de verbeelding spreekt. De term 'metaverse' komt uit een sciencefictionroman uit 1992, Snow Crash. Daarin konden personages een virtual reality-pak aantrekken om een virtuele computerwereld te betreden. Mensen waren in die parallelle wereld zichtbaar als zelfgekozen avatars, en konden desnoods hun hele leven erin doorbrengen.

Inmiddels is de virtual reality-technologie een stuk verder, zijn we gewend geraakt aan allerlei vormen van virtueel samenzijn, van online vergaderen tot gamen. Veel techbedrijven beginnen dus te investeren in technologie die bedoeld is om uiteindelijk al die ervaringen samen te smelten tot één virtuele online omgeving: de metaverse.

Hoe dat er precies uit zou zien, ligt open. Maar dat ook Facebook nu 10.000 programmeurs en andere werknemers in de EU aan wil nemen om aan de metaverse te bouwen, geeft wel aan dat er iets te gebeuren staat. Het basisidee daarbij is: of je nu wil nu vergaderen, een film streamen, een game spelen, of virtueel bijpraten met je kinderen, je zou niet steeds een nieuw programma of een nieuw apparaat hoeven opstarten. Je zou dit allemaal in een aaneengesloten virtuele omgeving kunnen doen.

Moeten we dat wel willen?

Misschien niet. Niet voor niets zijn veel films die vooruitlopen op een soort metaverse vaak ronduit dystopisch (The Matrix) of in ieder geval escapistisch, en schilderen ze een bestaan waarin de 'echte' wereld grauw afsteekt bij de virtuele (Ready Player One).

Tim Sweeney vindt dat we het wél zouden moeten willen. Hij is de baas van Epic, een grote gamebouwer bekend van Fortnite, die ook investeert in metaverse-technologie. Sweeney roept al jaren dat de metaverse de macht op het internet terug kan geven aan de gebruikers, en uit de beklemmende greep kan bevrijden van grote bedrijven als Facebook, Google en Apple. Die bepalen nu nog op basis van algoritmen wat hun gebruikers te zien krijgen. Het doel daarbij is winst maken, door informatie op te dissen die een reactie uitlokt.

"Dat zorgt direct voor polarisatie", vertelde Sima Sistani, baas 'sociale ervaringen' bij Epic, aan The Washington Post. "Maar als je plezier in het centrum zet van wat je doet, in plaats van advertenties, als het doel lol en participatie is, nieuwe vrienden maken, dan krijg je heel andere prikkels en motivaties."

Investeert Facebook dan in het einde van haar verdienmodel?

De strijd om wat de metaverse uiteindelijk wordt, is nog niet beslist. Wordt het de ludieke, communale ruimte die Epic voor zich ziet, of een door advertenties gedomineerde voortzetting van Facebook met andere middelen? Veel techbedrijven willen de boot nu niet missen, maar de toekomst mede vormgeven.

Facebook kampt bovendien met een vergrijzend gebruikersbestand. Het is nog altijd het grootste sociale netwerk ter wereld, maar onder steeds meer jongeren geldt het toch als een soort virtuele bejaardensoos. Door het voortouw te nemen bij de ontwikkeling van de metaverse, hoopt het misschien weer wat cultureel kapitaal op te bouwen.

Waarom ontwikkelt het Amerikaanse Facebook deze technologie in de EU?

In het persbericht staan frasen als 'we vinden al langer dat Europees talent van wereldklasse is'. Maar in Amerika - of in India - heb je natuurlijk ook goede programmeurs.

Misschien voelt Facebook aan dat nieuwe technologie ook nieuwe regulering uit zal lokken. Facebook wil weliswaar liever niet te streng gereguleerd worden, maar het roept wel al tijden om nieuwe regels - het bedrijf wil graag weten waar het aan toe is. De hopeloos verdeelde Amerikaanse politiek slaagt er al jaren niet in om internetwetten te moderniseren, de EU neemt wereldwijd veel meer het voortouw. Je kunt deze beslissing zien als een signaal: we gaan nadrukkelijk met de EU in gesprek over deze technologie. En door werkgelegenheid in Europa te creëren, creëert het ook een feit dat in zulke onderhandelingen mee zal wegen.

Wanneer kunnen we rondwandelen in de metaverse?

Misschien wel nooit. Dit soort ideeën hoeven niet te slagen. In 2006 was de virtuele omgeving Second Life een grote hype, overheden en bedrijven investeerden bakken geld om daar aanwezig te zijn. Het schijnt nog te bestaan, maar veel hebben we er sindsdien niet meer van gehoord.

Het verschil is wel dat de metaverse niet één site zou zijn, maar eerder een soort protocol waardoor verschillende VR-toepassingen met elkaar kunnen communiceren. Vergelijk het met de begindagen van het internet. Eerst moest je met je modem inbellen om één enkel BBS te bekijken. Naarmate meer sites het algemeen geaccepteerde internetprotocol TCP/IP gingen gebruiken, werd de ruimte waarop je aaneengesloten kon 'surfen' steeds groter.

Nu is het op elkaar afstemmen van zeer complexe virtual reality-toepassingen oneindig ingewikkelder dan het opstellen van een protocol voor webpagina's, dus ook in het snelste scenario is dit een zaak van vele jaren.

Als laatste: is het echt de metaverse?

Goede vraag. Tegen de tijd dat de metaverse een realiteit is, is hier vast consensus over. Nu kom je in het Nederlands eigenlijk net zo vaak de als het metaverse tegen.