Er is geen Ajacied die kan tippen aan het rendement van Dusan Tadic. Hij weet de ogen op zich gericht, en daar geniet hij van. ‘Je voetbalt toch om gezien te worden?’

Dit artikel is afkomstig uit Het Parool. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Ajax speelt vanavond tegen Besiktas eindelijk weer eens een Europese thuiswedstrijd voor volle tribunes. Aanvoerder Dusan Tadic kan niet wachten tot het zover is. Hij zal kort voor het eerste fluitsignaal zijn vaste ritueel volgen, als de andere spelers na hun warming-up de kleedkamer al hebben opgezocht: hij gooit er kort achter elkaar een paar schaarbewegingen uit en hij schiet een paar balletjes in een leeg doel. Terwijl Freed from desire door de luidsprekers van de Johan Cruijff ArenA schalt, zingen de supporters hem luidkeels toe: 'Tadic on fire'.

De Serviër grinnikt. Het publiek is belangrijk voor hem, zegt hij. "De wisselwerking met de fans geeft mij energie. Voetbal is een soort theater, mensen komen voor jou. Ze eisen dat je de best mogelijke prestatie levert. Ik zeg het soms ook tegen de andere spelers: maak atmosfeer. Zorg dat je het publiek achter je krijgt. Supporters kunnen je optillen."

Dusan Tadic (32) kwam op zijn 21ste naar Nederland. Van Vojvodina naar FC Groningen. Hij was jong, maar als voetballer behoorlijk volwassen en heel bewust op zoek naar zijn pad om de top te bereiken. Wat hij zich vooral herinnert uit die tijd, is het bevrijdende gevoel dat de grondbeginselen van het Nederlandse voetbal hem gaven. "Aanvallen. Avontuurlijk zijn. Altijd trainen met de bal. Plezier maken. In Servië is het toch meer tactisch, met het accent op verdedigen."

Duizelingwekkende statistieken

Uiteraard wist hij toen niet wat hij nu allemaal weet; wat een wedstrijd of een situatie in het veld soms nodig heeft. "Maar ik wist wél precies wat ik wilde. Ik was hongerig om te slagen. Niemand hoefde mij te motiveren. En ik was toen al comfortabel in het veld. Zenuwen kende ik niet."

Zijn talent, zijn karakter en zelfbewustzijn hebben Tadic stap voor stap hogerop geholpen. Ruim tien jaar na zijn entree in de eredivisie is hij een aanvaller geworden die duizelingwekkende statistieken kan overleggen bij Ajax. In de 158 duels die hij speelde voor de club, was hij bij 150 doelpunten betrokken: 80 goals en 70 assists.

Het is ook in Europa niet onopgemerkt gebleven. Tadic is het boegbeeld van een elftal dat presteert en wordt bewonderd. "Ik merk het als ik in het buitenland ben met Ajax of met de nationale ploeg van Servië. Iedereen praat met respect over Ajax, iedereen kijkt graag naar ons. Andere clubs proberen onze stijl te kopiëren. Ajax is terug op het niveau waar de club hoort. Dat is een groot compliment voor de directie, de trainers, de spelers en alle medewerkers van de club die daar de afgelopen jaren hard voor hebben gewerkt."

Verschillende wapens

Ook na de eclatante 5-1 zege op Sporting CP in de eerste poulewedstrijd van de Champions League kwam de internationale pers superlatieven tekort om het spel van de Amsterdammers te prijzen. Tadic vervulde twee weken geleden in Lissabon voor de verandering eens een rol wat meer in de schaduw. "Soms zijn andere dingen belangrijk dan scoren en assists geven. De ruimte lag voor ons in die wedstrijd op de andere flank. Die ruimte hebben we optimaal benut. Over onze rechterkant konden we Sporting pijn doen. Dan moet de linkerflank ondersteunend zijn."

Vooral Antony en spits Sébastien Haller, met zijn vier goals, waren op dreef. En er was een sterk optreden van Steven Berghuis als schaduwspits. Tadic: "Ajax mag geen 'one trick pony' zijn. We moeten van alle kanten kunnen aanvallen. We beschikken over veel verschillende wapens. Met Haller hebben we nu een fysiek sterke centrumspits. Berghuis brengt kwaliteit aan de bal en ervaring. Ik snap wel dat mensen de vergelijking maken met Hakim Ziyech als ze Berghuis zien spelen: het schot, de passing, dat linkerbeen. Mooi dat hij nu speler van Ajax is. En dan hebben we met Antony, David Neres en Mohamed Daramy nog veel snelheid en dribbelgevaar op de vleugels. Daramy is net bij ons. Hij is jong, talentvol en stelt zich open voor zijn medespelers. Hij zal ons in de toekomst veel helpen."

Met de komst van Tadic en ook Daley Blind (31) in de zomer van 2018 is er een andere wind gaan waaien bij Ajax. Met het sportieve succes stegen de verwachtingen: de lat ligt hoog. Als de prestaties dan soms achterblijven, al is het maar even, dan worden juist de twee gezichtsbepalende spelers in de selectie op de korrel genomen. Tadic leest niet veel over zichzelf in kranten, bladen of online. Soms krijgt hij iets mee van de recensies als vrienden hem erop attent maken. "Sommige spelers lezen te veel en kunnen met kritiek - lovend of negatief - niet omgaan. Er is geen nuance. In voetbal is alles zwart of wit - er is geen grijs. Je bent een held of een loser. Nooit iets ertussenin."

Voetbaltheater

Wie in Nederland boven de dertig is, wordt al snel 'te oud' genoemd. Tadic haalt zijn schouders op. "Als dat gebeurt, moet ik op het veld het tegendeel maar bewijzen. De eersten in de selectie die je moet bekritiseren, zijn Daley en ik. Niet Ryan Gravenberch, niet Jurriën Timber, maar de meest ervaren spelers, de leiders in het team."

De kritische noten die een paar weken terug nog te horen waren, zijn redelijk verstomd na de galavoorstelling tegen Sporting en enkele monsterscores in de eredivisie. Tadic: "We moeten zo lang mogelijk op die golf blijven varen, vooral nu de tribunes weer vol zitten. We hebben afgelopen seizoen gemerkt dat ook de voetbaltheaters niet zonder publiek kunnen."