Volgens de officiële cijfers komt matchfixing in Nederland nauwelijks voor. Dat zegt vooral veel over de gebrekkige aanpak.

Dit artikel is afkomstig uit Trouw. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Uitgerekend op de dag dat Raymond van Barneveld bekendmaakt dat hij verdacht wordt van matchfixing houdt de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over dat onderwerp. De darter vertelt in de podcast Gefixt van de NOS dat hij vanwege die verdenking vorig jaar uit een toernooi is gestapt. Hij had er geen trek in dat zijn volgende optredens ook onder de loep genomen zouden worden.

De darttoezichthouder DRA had signalen ontvangen dat Van Barneveld een wedstrijd opzettelijk had verloren. Hij ontkent dat. "Ik zal mezelf nooit verkopen." Een uur voor het duel was er 60.000 euro ingezet op zijn verlies. De politie heeft de zaak bekeken en wacht op 'nieuwe bruikbare informatie'.

Vooral die laatste toevoeging is illustratief voor de aanpak van matchfixing in Nederland. Die blinkt niet uit in daadkracht. Vijf vragen daarover.

1. Waarom is er nu een hoorzitting over matchfixing?

Komende vrijdag treedt de Wet kansspelen op afstand (Koa) in werking, die het online gokken op sport legaal maakt in Nederland. De verwachting is dat het inzetten op Nederlandse competities daardoor zal toenemen. Tegelijkertijd verzwakt Koa de informatiepositie van sportbonden. Gokaanbieders mogen verdachte gokbewegingen niet meer met ze delen, omdat die informatie onder een wet tegen witwassen en terrorisme valt. Dat maakt Nederland extra interessant voor 'fixers'. De pakkans is laag.

2. Hoe groot is het probleem?

Zelfs de nationale informatiecoördinator matchfixing Chiel Warners kan daar geen antwoord op geven. "We weten onvoldoende over aard en omvang." In 2019 ontving het Centrum Veilige Sport Nederland vier meldingen van sporters, in 2020 welgeteld één. Tot op heden is er nog nooit iemand strafrechtelijk of tuchtrechtelijk veroordeeld in Nederland. Het laatste onderzoek dateert uit 2013, uitgevoerd door hoogleraar Marjan Olfers die ook in Den Haag aanwezig is. Van de ondervraagde sporters gaf destijds 27 procent aan dat matchfixing zich in de eigen omgeving had voorgedaan, 4 procent was zelf benaderd. Olfers: "We weten nu al acht jaar dat matchfixing in Nederland voorkomt. Hoeveel zaken hebben we sindsdien voor de rechter gehad? Exact nul."

3. Wat maakt de aanpak zo lastig?

De bewijslast is ingewikkeld, ook omdat verrassingen bij sport horen. Niet bij iedere opzichtige blunder is sprake van matchfixing. Maar in andere Europese landen zijn er veel meer concrete zaken geweest. Olfers: "In het buitenland kan eenvoudiger informatie uitgewisseld worden met sportbonden. Daar zijn zelfs wedstrijden stilgelegd vanwege rare gokpatronen. Zo snel kan men daar handelen." Sam Depoortere van de Nederlandse Loterij zou graag meer informatie willen delen. "Maar om incidenten te kunnen melden, moet de wetgeving aangepast worden."

Juist omdat het bewijs bestaat uit verschillende puzzelstukjes is het koppelen van al die gegevens cruciaal. Wie weet wat? De Kansspelautoriteit, de Financial Intelligence Unit, sportbonden, loterij-aanbieders, private gokaanbieders, politie en Openbaar Ministerie; ze zijn allemaal betrokken.

4. Zijn er oplossingen?

"Matchfixing is haalcriminaliteit", zegt Emiel Krijt, integrity officer van NOC-NSF. "Dat betekent dat er een flinke inspanning nodig is om het te ontdekken en bewijzen. De politie moet er meer prioriteit aan geven." Ook houdt hij de Kamerleden voor dat structurele voorlichting aan sporters en officials belangrijk is in het kader van preventie. Gijs de Jong (KNVB) vult aan: "Er zou een afdracht vanuit de industrie moeten komen om dat te financieren."

Verder pleit de voetbalbond ervoor om matchfixing als strafbaar feit op te nemen in het wetboek van strafrecht, zoals omringende landen hebben gedaan. Olfers wil eerst antwoord op de vraag: welke determinanten zijn bepalend om na te kunnen gaan of er sprake is van matchfixing? "Daar is nog nooit onderzoek naar gedaan."

5. Wat staat er op het spel?

"Via matchfixing komen criminelen de sport binnen", stelt Krijt. "Die vormen een serieuze bedreiging voor onze sporters en officials." De Jong: "Wedstrijden moeten op het veld beslist worden door spelers, niet door gokbedrijven." Olfers: "Als matchfixing de overhand krijgt in de sport, dan hebben we geen sport meer. Alleen nog maar show."