Bij het verfilmen van Mijn vader is een vliegtuig voelde Antoinette Beumer (59) geen drang om recht te doen aan het boek – dat had ze namelijk zelf geschreven. De regisseur vertelt waarom de film, die vrijdag het 41ste Nederlandse Film Festival opent, wat haar betreft haar laatste is.

Dit artikel is afkomstig uit de Volkskrant. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl. Daar lees je hier meer over.

Het komt zelden voor: schrijvers die hun eigen boek verfilmen. Dus wat Antoinette Beumer ondernam met Mijn vader is een vliegtuig, de losjes op haar jeugd geïnspireerde roman, is sowieso uitzonderlijk.

Dat ziet de 59-jarige auteur zelf niet zo, of ze ziet het anders. 'Ik bén eigenlijk geen schrijver. Het zeldzame is dus, denk ik, dat ik als filmmaker een boek ging schrijven. Dat ik het vervolgens ook ga verfilmen is toch niet zo gek?'

Hoe dan ook: de combinatie en volgorde bevielen haar goed. 'Ik had al een paar boekverfilmingen gedaan, maar anders dan bij De gelukkige huisvrouw en Rendez-vous voelde ik nu totaal geen drang om recht te doen aan het boek en de schrijver. Dat boek hád ik al gemaakt. Ik was de eerste die riep: o, dan gooien we dit er toch uit, of dan vertellen we dat toch gewoon anders? Dat viel Frans ook op (producent Frans van Gestel, red.), dat ik me helemaal niet zo aan het boek vastklampte. Mensen weten ook niet precies wat er nu autobiografisch aan is en wat niet, en dat laat ik lekker zo.'

Het boek en de film, in het kort: Eva (in de film gespeeld door Elise Schaap) heeft heel wat bordjes hoog te houden: huwelijk, twee jonge kinderen, buitenechtelijke relatie, veeleisende baan in de reclame en dan raakt ze ook nog in een geestelijke vrije val als haar moeder overlijdt. Ze wordt overvallen door flarden van jeugdherinneringen en waanbeelden over haar vader, die al ruim dertig jaar in een gesloten psychiatrische inrichting zit, en besluit hem op te zoeken.

De boekdoop in 2018 ging gepaard met lovende recensies en enkele persoonlijke interviews, waarin Beumer het biografische gehalte van haar 'psychologische roman' toelichtte. Ja, haar eigen vader, net als de vader in het boek ooit een razend knappe medewerker van KLM, was manisch depressief en leed aan hevige stemmingswisselingen. En ook die man bracht de tweede helft van zijn leven door in een gesloten inrichting. Het tekende haar jeugd, en ook die van haar jongere zussen, scenarist Marjolein Beumer en actrice Famke Janssen.

Die zussen figureerden niet in het boek of de scenariobewerking (van Maaik Krijgsman, haar man); hoofdpersoon Eva is enig kind. 'Het rare is dat ik me ook nooit met die Eva identificeerde tijdens het schrijven', zegt Beumer. 'Als ik dat wél deed, lukte het niet: ik moest echt kunnen fantaseren. En schrijven met mijn vader in mijn hoofd vond ik zo moeilijk, dat ik Pierre Bokma en Maarten Heijmans in mijn hoofd nam voor de vader in het boek. Ook al was er op dat moment helemaal geen sprake van een verfilming.'

Want je was gestopt met filmen.

'Echt gestopt. Het plezier was helemaal weg, na Rendez-vous (2015). Ik woonde al een paar jaar in Frankrijk op een berg, weg van de stad. Maar halverwege het schrijven van dat boek dacht ik: ja Jezus, dit ís gewoon een film. Dus ik liet wat aan Frans lezen, die vond dat ook. We kregen meteen geld, subsidie. Toen moest ik de roman nog afschrijven.'

Ooit was je van plan een documentaire over je vader te maken. Daarvoor ben je hem gaan filmen in de gesloten inrichting. Kon dat zomaar?

'Jawel, ik was maar in mijn eentje, hè. Wel een goeie camera mee, maar geen zenders of iemand voor het geluid. Het filmen hielp hem en mij heel erg, want hij ging ineens praten. Het had best een mooie documentaire kunnen opleveren, denk ik. Al verzon mijn vader ook allerlei rare dingen, die niet waar bleken. Dan had ik ineens nog een broer, volgens hem. Veel dwaalsporen, die ik dan ging onderzoeken.

'Vooraf had ik Jaap van Hoewijk gevraagd of hij me wilde coachen, ik vond zijn documentaire Familiegeheim zo indrukwekkend. Op een gegeven moment zei hij: volgens mij gaat die documentaire niet over je vader, maar over jezelf, en hoe je voorkomt net zo gek te worden als hij. Hm, dacht ik. Ja, dat heeft hij goed gezien.'

Ze lacht. 'Maar ik wílde helemaal geen documentaire over mezelf maken. Het moest over mijn vader gaan. Dus toen ben ik gestopt. Het materiaal ligt in een kast, daar ga ik niks mee doen. Maar het klopte wel, wat Jaap zei. In mijn jeugd was mijn vader een onveilige man, voor mij. Iemand die je niet kon lezen. Wie is hij vandaag: blij, verdrietig? Het kon alle kanten op. Hij gebruikte toen ook geen medicatie, er was niks gediagnosticeerd.

'Ik ben niet zo gek op pamflettistische boeken of films, maar het hebben van een ouder met een psychische stoornis is nog altijd een taboe, hoewel er tegenwoordig wel meer over wordt gepraat. De kans dat je als kind van zo'n ouder later zelf ook een psychische stoornis ontwikkelt is vele malen groter. Die angst, dat is niet iets waar je makkelijk over praat. Het kan je carrière ook in de weg staan.'

Is het makkelijker om iemand te filmen die een crisis doormaakt als je zoiets zelf hebt meegemaakt?

'Tuurlijk helpt dat. Vooral omdat je de fysieke, zintuiglijke kant ervan kent. Dat heb ik zo ook omschreven in het boek. Je hóórt je bloed ruisen, je krijgt het gevoel dat je stikt. Je kijkt naar dingen en bent zo bang dat er ineens iets anders te zien is dan wat je ziet. Want als dat gebeurt weet je zeker dat het zo is, dat je gek wordt. Dat ken ik allemaal, dat ken ik heel goed.

'Toen ik zelf mijn moeder verloor, zoals Eva in de film, wist ik wel meteen: dit gaat mijn leven veranderen. Maar mijn eigen echte crisis had ik al eerder meegemaakt, rond mijn 40ste. Toen was er die angst: wat als ik mijn vader achterna ga?'

Bij je regiedebuut, De gelukkige huisvrouw, zei je dat je die film ook wilde maken om te laten zien dat iedereen vatbaar kan zijn voor een psychose, zoals ook hoofdpersonage en schrijver Heleen van Royen was overkomen.

'Daarom vond ik het zo belangrijk dat Carice (van Houten, red.) de hoofdrol speelde, en nu in deze film Elise. Ik had ook iemand kunnen vragen van wie je denkt: nou, niet zo gek dat die doordraait, daar zit al een gekkig randje aan. Ik heb het onlangs ook weer meegemaakt in mijn privéomgeving: iemand die van het ene op het andere moment zo de weg kwijt raakt. Het kan ons allemaal gebeuren.'

Kun je die angst om gek te worden een sleutelmotief in je oeuvre noemen?

'Nee, de kernzin is volgens mij: ze hebben tóch van me gehouden. Die komt letterlijk voor in De gelukkige huisvrouw, en ook in Jackie. Rendez-vous, naar de thriller van Esther Verhoef, vind ik mijn minst geslaagde film, maar ook daar zat wel een afwezige ouder in het script, in een eerdere versie. In Soof zit het ook: een wat stroeve moeder-dochterrelatie. De humor overschaduwt dat, maar het zit erin. Die troost, dat het uiteindelijk toch goed was. Ook wel een beetje pathetisch toch, op mijn leeftijd? Toch weer die bevestiging van de ouders nodig. Het zit diep. Ik denk ook niet dat het een gebrek aan liefde was in mijn jeugd, maar wel dat alles werd overschaduwd door wat er met mijn vader gebeurde, waardoor ik die liefde niet zo heb gevoeld. Dat gaf me een wankele basis.'

Dan: 'Maar wat vónd je eigenlijk van de film? Vertel dat eens even.'

Wel, die bevat de aangename beumeriaanse mix van drama en humor, het pijnlijke is ook grappig. Goed geacteerd ook door Schaap, Bokma en Heijmans, zonder op de lach te spelen.

'En verder? Ik heb nog maar heel weinig reacties gehoord. En mensen zijn ook niet altijd meteen eerlijk. Ik ben iemand die dan gaat doorvragen.'

Goed, soms dirigeer je de kijker wat nadrukkelijk. Dan zien we dwarrelende veertjes in het strijklicht, die Eva's vroege herinneringen netjes aan het nu verbinden.

'Werd de bedoeling je té duidelijk? Ik heb altijd in de cross-overhoek gezeten met mijn films, dat tekent me, denk ik. Dat ik net geen prijzen win, net niet naar filmfestivals ga, net niet hoog gewaardeerd word door critici, maar dat het wél scoort. Ik weet ook niet hoe ik het anders zou moeten doen: wat ik maak, is wie ik ben. Als ik jou zo hoor, denk ik: o ja, dat had subtieler gekund. En dat was dan misschien interessant geweest. Maar daarmee was het óók een kleinere film geworden. En dan wil ik toch liever dat zo veel mogelijk mensen hem zien. Dat is volgens mij nou precies cross-over. Je geeft iets een arthousegevoel, maar je doet ook een paar dingen waarvan jij dan zegt: zonder had ik dat ook wel begrepen. Maar met die dingetjes erbij maak je de film toegankelijker en de zaal voller.'

Met Jackie, je roadmovie over twee zussen die op zoek gaan naar hun Amerikaanse moeder, schoof je het meest op in de richting van wat je arthouse noemt.

Lacht hard. 'Die heeft het van mijn films ook het minst goed gedaan, commercieel gezien. Jackie werd wel enorm opgepikt in Amerika. Het hád mijn ticket naar Hollywood kunnen zijn. Maar ja, de kinderen woonden nog thuis, het was geen goed moment. Misschien is mijn ambitie in die richting ook gewoon niet zo groot. En als je pas op je 47ste je eerste speelfilm maakt, is je oeuvre hoe dan ook beperkt.'

Je hebt eens gezegd dat het persoonlijke gehalte in je films na De gelukkige huisvrouw is afgenomen.

'Veel van wat ik te zeggen had, heb ik al in die film gestopt. Loft was iets anders: een thriller met twee keer zoveel budget. Die gaf me de kans te laten zien dat ik ook iets anders kan, dat ik níét in het bakje 'vrouwen en problemen' vastzat. Aan Soof is ook wel wat persoonlijks, hoor. Die film is geschreven door mijn zus, die zich liet inspireren door mijn eigen huwelijkscrisis en scheiding.

'Rendez-vous kregen we wel gefinancierd, met ons filmbedrijf, maar alleen als ik zelf ging regisseren. Had ik niet moeten doen, achteraf. Ik werk op intuïtie en emotie: ik móét ergens iets bij voelen om er wat van te maken. En ik voelde te weinig. Het holde me uit. Er stond ook gewoon te veel druk op me.

'Soof 2 (geregisseerd door Esmé Lammers, red.) moest komen. En ik zou De held regisseren, mijn ene zus zou erin spelen, de andere zou het scenario schrijven. Toen overleed mijn moeder en was ik ineens de oudste van de familie, de volgende in de lijn. Ik dacht: wil ik dit wel, zo voortdenderen? Of wil ik een ander leven? Toen ben ik gewoon ineens met alles gestopt.'

Je had ook pech, toen de stellage waar je op stond tijdens de opnamen van Loft instortte. (Beumer viel vier meter naar beneden en raakte zwaargewond. Toch regisseerde ze door, vanuit een rolstoel.)

Ze grinnikt. 'Het was soms ook gekkenwerk. Vijf films in vijf jaar.'

Beslist: 'Ik ga na Mijn vader is een vliegtuig ook niet meer regisseren, dit is mijn laatste film.'

Écht de laatste?

'Ja. Ik geloof dat ik in deze fase van mijn leven ook wat anders te bieden heb dan zelf films maken.'

Beumer was de afgelopen jaren al werkzaam als 'hoofd drama' van Videoland, de Nederlandse betaalzender. En vanaf 1 november wordt ze 'director scripted series Benelux' bij Netflix.

'Twee dagen geleden heb ik mijn contract getekend. Ik ga nieuwe series ontwikkelen, als een soort producent. Het is ook nodig, in Nederland, dat niet steeds dezelfde mensen dingen maken, zodat nieuw talent kan doorstromen. Volgens mij heeft iedereen uiteindelijk ook maar één verhaal. En dat van mij heb ik nu verteld.'